

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk, een nieuwsbericht.
TOM: Wat staat er?
RICK: Een camper zit vast in de modder.
JULIA: Waar is dat?
RICK: In Grolloo.
Een man is de eigenaar.
TOM: Haalt hij de camper weg?
RICK: Ja, hij doet het zelf.
JULIA: Hoe dan?
Met een touw?
RICK: Nee, hij heeft een sterke auto.
TOM: Trekt de auto de camper eruit?
RICK: Ja, de auto trekt de camper.
De auto is heel sterk.
Hij is sterk en groot.
JULIA: Is de camper groot?
RICK: Ja, de camper is groot.
Hij is groot en zwaar.
TOM: En de modder?
Is die nat?
RICK: Ja, de modder is nat.
Heel nat.
De modder is ook zwaar.
JULIA: Dat is niet goed.
RICK: Nee, maar de man lost het op.
Hij is slim.
TOM: Heeft hij hulp?
RICK: Nee, hij werkt alleen.
Hij doet alles zelf.
JULIA: Dat vind ik knap.
Alleen werken is moeilijk.
TOM: Ja, ik ook.
Het is moeilijk werk.
Zwaar werk.
Ik doe het niet graag alleen.
RICK: De camper zit diep in de modder.
Heel diep.
De modder is dik.
JULIA: Gebruikt hij een kabel?
RICK: Ja, hij gebruikt een kabel.
Een lange kabel.
De kabel is sterk.
TOM: En dan trekt de auto?
RICK: Ja, de auto trekt hard.
De auto trekt en trekt.
Hij trekt langzaam.
JULIA: Komt de camper los?
RICK: Ja, de camper komt los.
Langzaam maar zeker.
Eerst een beetje, dan meer.
TOM: Dat is goed nieuws.
Heel goed nieuws.
Ik ben blij voor de man.
JULIA: Nu is de weg weer vrij.
RICK: Ja, de man is blij.
Hij lacht.
Hij zegt: "Gelukt!" TOM: En de camper?
Is die kapot?
RICK: Nee, de camper is heel.
Geen schade.
De camper is sterk.
JULIA: Wat een geluk.
Echt geluk.
De man heeft geluk.
RICK: Ja, het is een sterk ding.
De camper is sterk.
Hij is van metaal.
TOM: Ik drink mijn koffie op.
Het is bijna leeg.
De koffie is koud nu.
JULIA: Ik ook.
Het is lekker warm.
Lekker.
Warme koffie is fijn.
RICK: Wij hebben een leuk gesprek.
Over de camper en de modder.
TOM: Ja, wij praten over van alles.
Over nieuws en koffie.
En over de zon.
JULIA: Ik vind het fijn buiten.
De lucht is fris.
Frisse lucht is goed.
RICK: De zon schijnt mooi.
Warm en mooi.
De zon maakt het warm.
TOM: En de lucht is blauw.
Zonder wolken.
Blauw is mijn lievelingskleur.
JULIA: Een goede dag.
Een dag voor een wandel.
RICK: Ja, een goede dag voor een wandel.
En voor koffie.
En voor praten.
TOM: Kom, wij gaan verder.
De weg is mooi.
De weg is lang.
JULIA: Ja, ik loop met jullie mee.
Samen lopen is fijn.
Samen praten is ook fijn.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze