Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Thee op de Haagse Markt

Op dinsdagmorgen liep ik over de Haagse Markt.

De lucht was grijs, maar niet koud.

Onder de kramen rook het naar warme broodjes, nat hout en uien uit de pan.

Een tram belde in de verte.

Ik had vrij tot elf uur, dus ik wilde even thee drinken bij Farah.

Farah heeft een kleine broodjeskraam naast de bloemen.

Ze kent bijna iedereen.

Als iemand te laat is, weet zij het.

Als iemand een nieuwe hond heeft, weet zij het ook.

Ik zeg altijd dat Farah sneller nieuws brengt dan mijn telefoon.

Toen ik aankwam, stond Kees al bij de kraam.

Hij droeg een dikke sjaal van zijn voetbalclub.

Naast hem stond Nordin, de broer van Farah.

Hij was bezig met kaas snijden en keek naar de kleine radio op de plank.

De stem op de radio zei dat Raheem Sterling was opgepakt na iets met een auto op de weg.

De politie zocht nog uit wat er was gebeurd.

Meer was er nog niet bekend.

Kees keek meteen streng. “Zie je wel,” zei hij. “Voetballers denken soms dat ze alles kunnen.” Farah zette een glas thee voor mij neer. “Wacht nou even, Kees,” zei ze. “We weten nog niet veel.” Ik knikte. “Dat is waar.

Een naam op de radio is nog geen heel verhaal.” Kees keek naar zijn schoenen.

Die waren nat van de regen. “Maar hij is toch een groot voetballer?

Dan moet hij toch beter nadenken?” Nordin legde het mes neer. “Iedereen moet nadenken.

Jij ook, toen je vorige week met je fiets tegen mijn krat reed.” Kees werd rood.

Farah lachte zacht.

Ik nam een slok thee en voelde de warmte in mijn handen.

Het was zo’n Haagse ochtend waarop iedereen een mening heeft, maar niemand echt haast heeft.

Even later kwam Yara langs.

Zij is zestien en traint bij een voetbalclub in de buurt.

Ze had haar sporttas bij zich.

Haar haren waren nat van de motregen. “Gaat het over Sterling?” vroeg ze. “Mijn hele team praat erover.” “En wat zeggen ze?” vroeg ik. “De helft zegt dat hij fout zit.

De andere helft zegt dat de media te snel praten.” Ze keek naar mij. “Meester Rick, wat vindt u?” Ik moest glimlachen om dat woord meester.

Zelfs op de markt blijf ik voor sommige mensen leraar. “Ik vind dat we beter even kunnen wachten,” zei ik. “Als iemand een fout maakt, moet dat eerlijk worden bekeken.

Maar als we nog niet weten wat er is gebeurd, moeten we niet doen alsof we erbij waren.” Yara dacht even na.

Achter haar tikte de regen op het plastic dak van de kraam.

Een man kocht tulpen en klaagde dat ze thuis altijd te snel slap werden.

Farah zei dat bloemen ook weekend nodig hadden.

De man lachte en liep weg met paarse tulpen onder zijn arm.

Kees nam een hap van zijn broodje. “Toch is het lastig,” zei hij. “Als je bekend bent, praten mensen sneller over je.” “Dat klopt,” zei ik. “Maar bekend zijn maakt iemand niet minder mens.

En rijk zijn maakt iemand niet altijd wijs.” Farah wees naar Kees. “Hoor je dat?

Jij bent niet rijk, dus wat is jouw reden?” Nu lachte Kees ook. “Mijn reden is dat ik uit Scheveningen kom.

Daar waait het denken soms weg.” Yara keek naar haar tas. “Ik wil later ook hoger voetballen.

Niet per se beroemd.

Gewoon goed worden.

Maar ik hoop dat mensen dan ook eerlijk naar mij kijken.” Dat raakte me.

Want jonge spelers zien vaak de mooie kant.

De volle stadions, de shirts, de foto’s.

Maar ze zien minder vaak de druk, de fouten en de snelle meningen. “Dan moet jij zelf ook eerlijk blijven,” zei ik. “Niet alleen als je wint, maar ook als je iets verkeerd doet.” Yara knikte. “Dat klinkt simpel.” “Dat is het niet altijd,” zei ik. “Maar simpel beginnen helpt.” De radio ging verder met ander nieuws.

Iemand had een nieuwe tentoonstelling geopend in Rotterdam.

Daarna kwam het weer.

Meer regen, zei de stem.

Niemand keek verbaasd.

In Nederland is regen geen nieuws, het is bijna een afspraak.

Ik keek op mijn horloge.

Ik moest naar school.

Mijn tas stond onder de kraam, veilig naast een doos appels.

Farah gaf me nog snel een servet mee voor onderweg. “Voor je theehanden,” zei ze. “Dat is geen echt woord,” zei ik. “Vandaag wel,” zei ze.

Op weg naar de tram dacht ik aan Sterling, aan Yara en aan Kees met zijn natte schoenen.

Misschien komt er later meer duidelijkheid.

Misschien blijkt dat iemand een grote fout heeft gemaakt.

Misschien valt het anders uit.

Tot die tijd kan een mens beter kalm praten en goed luisteren.

Bij de halte stopte de tram met een piep.

Ik stapte in, ging zitten bij het raam en zag de markt langzaam kleiner worden.

Farah zwaaide nog even met haar theedoek.

Ik zwaaide terug en voelde me klaar voor mijn les.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze