

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is maandagochtend.
Lisa loopt naar haar werk.
Ze werkt in een groot kantoor.
Het gebouw is hoog en grijs.
Lisa draagt een rode jas.
Ze voelt de koude wind.
De wind is koud op haar wangen.
Ze ruikt koffie uit een cafe.
De geur is sterk en warm.
Ze denkt: 'Ik hoop dat het een rustige dag wordt.' Ze hoort het geluid van auto's en fietsen.
Het is druk op straat.
Lisa gaat naar binnen.
Ze groet de man bij de receptie.
Hij heet Tom.
Tom zegt: 'Goedemorgen Lisa.
Er is vandaag een test met het brandalarm.' Lisa knikt.
'Oké, bedankt.' Ze loopt naar de lift.
De lift is vol.
Ze wacht even.
De lift ruikt naar parfum en koffie.
Dan gaat ze naar de vierde verdieping.
Op de vierde verdieping zitten veel mensen achter computers.
Lisa gaat naar haar bureau.
Ze doet haar jas uit.
Ze hangt de jas aan de stoel.
De jas is rood en zacht.
Ze kijkt op haar telefoon.
Er is een bericht van haar baas.
'Vergadering om tien uur.' Lisa zucht.
Ze heeft veel werk.
Ze hoort het geluid van toetsenborden.
Tik tik tik.
Ze ruikt de geur van koffie uit de keuken.
Ze denkt: 'Ik wil ook koffie.' Om tien uur gaat Lisa naar de vergaderruimte.
Er zijn zes mensen.
Haar baas, meneer Jansen, begint te praten.
'We moeten praten over het nieuwe project.' Lisa luistert.
Ze maakt aantekeningen.
De pen is blauw.
Dan hoort ze plotseling een hard geluid.
WIEUW WIEUW WIEUW.
Het is het brandalarm!
Het geluid is heel hard.
Lisa schrikt.
Ze voelt haar hart sneller kloppen.
Meneer Jansen zegt: 'Rustig blijven.
Het is een test.
We moeten naar buiten.' Iedereen staat op.
Ze lopen naar de trap.
Lisa ruikt geen rook.
Ze hoort geen brand.
Maar ze gaat naar buiten.
Buiten is het koud.
Er staan veel mensen.
Ze kijken naar het gebouw.
Er is geen brand.
Geen rook.
Alleen mensen.
Lisa ziet Tom bij de deur.
Tom telt de mensen.
Lisa denkt: 'Dit is saai.' Ze wacht.
De wind is koud.
Ze hoort mensen praten.
Na tien minuten zegt meneer Jansen: 'Het is veilig.
We kunnen terug.' Iedereen loopt naar binnen.
Lisa gaat naar haar bureau.
Ze is moe.
Ze wil koffie.
Lisa loopt naar de koffieautomaat.
De automaat is stuk.
Er staat een briefje: 'Buiten gebruik.' Lisa zucht.
Ze loopt naar de kantine.
Daar is ook koffie.
Ze koopt een kopje.
Het is duur.
Maar ze heeft koffie nodig.
De koffie is warm.
Ze ruikt de geur.
Ze voelt de warmte in haar handen.
Om twaalf uur gaat Lisa lunchen.
Ze eet een boterham.
Ze kijkt naar buiten.
Het regent.
De regen valt zacht op het raam.
Lisa denkt aan de test.
Ze vindt het vervelend.
Ze verliest tijd.
Ze heeft veel werk.
Ze denkt aan haar bed.
Ze is moe.
Na de lunch werkt Lisa hard.
Ze typt veel.
Ze belt klanten.
Om drie uur is ze klaar.
Ze voelt zich moe.
Ze pakt haar tas.
Ze doet haar jas aan.
De jas is rood.
Ze gaat naar huis.
In de trein zit Lisa.
Ze kijkt op haar telefoon.
Ze ziet een bericht van Tom.
'Sorry voor de test.
Het was nodig.' Lisa lacht.
Ze denkt: 'Tom is aardig.' Ze stuurt een bericht terug: 'Geen probleem.
Tot morgen.' De trein beweegt.
Lisa hoort het geluid van de trein.
Ze ruikt de geur van de trein.
Ze is bijna thuis.
Lisa komt thuis.
Ze doet haar jas uit.
Ze gaat op de bank zitten.
De bank is zacht.
Ze denkt: 'Morgen is een nieuwe dag.' Ze pakt een boek.
Ze leest.
Buiten is het donker.
Lisa voelt zich rustig.
Ze is blij dat ze thuis is.
Ze denkt: 'De test was niet leuk, maar het is voorbij.
Morgen is een nieuwe dag.' Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze