Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

Een Dag in het Park

Sofie woont in Amsterdam.

Zij is dertig jaar oud.

Sofie heeft een rode fiets.

De fiets is mooi.

Elke dag gaat Sofie naar het park.

Het park is groot en groen.

Vandaag is het zonnig.

De zon is warm.

Sofie pakt haar fiets.

Zij rijdt naar het park.

Het park is dichtbij.

Sofie rijdt langzaam.

Zij ziet veel bomen.

De bomen zijn groot en groen.

In het park zit een man.

De man heet Pieter.

Pieter is de vriend van Sofie.

Pieter heeft een brood.

Het brood is vers.

Pieter eet het brood.

Hij eet langzaam.

Sofie zegt: "Hoi Pieter!

Hoe gaat het?" Pieter zegt: "Goed, dank je!

Ik eet brood.

Het brood is lekker.

Wil jij ook brood?" Sofie zegt: "Ja, graag!

Ik ben hongerig." Sofie pakt een stuk brood.

Het brood is zacht.

Het ruikt lekker.

Sofie eet het brood.

Zij is blij.

Pieter lacht.

Sofie lacht ook.

Naast hen zit een hond.

De hond heet Koekje.

Koekje is bruin en klein.

De hond kijkt naar het brood.

Koekje wil ook brood.

Sofie zegt: "Nee, Koekje!

Het brood is voor mensen." Koekje kijkt verdrietig.

Sofie lacht weer.

Pieter heeft ook een bal.

De bal is geel.

Pieter gooit de bal.

Koekje rent naar de bal.

De hond is snel.

Koekje pakt de bal.

Koekje is blij.

Sofie en Pieter kijken naar Koekje.

Zij lachen samen.

Het is nu middag.

De zon schijnt nog.

Het is warm in het park.

Sofie drinkt water.

Het water is koud.

Pieter drinkt ook water.

Zij zitten onder een grote boom.

De boom is heel groot.

De boom geeft schaduw.

Het is fijn onder de boom.

Sofie zegt: "Ik hou van het park." Pieter zegt: "Ik ook.

Het is hier mooi." Sofie kijkt naar de bomen.

Zij ziet vogels.

De vogels zijn klein en blauw.

De vogels zingen.

Het klinkt mooi.

Koekje loopt naar Sofie.

De hond legt zijn kop op haar been.

Sofie aait de hond.

Koekje is zacht.

Sofie zegt: "Jij bent lief, Koekje." De hond kwispelt.

Sofie lacht.

Na een uur staat Sofie op.

Zij pakt haar fiets.

Pieter staat ook op.

Hij pakt Koekje.

Sofie zegt: "Tot ziens, Pieter!

Tot ziens, Koekje!" Pieter zegt: "Tot ziens, Sofie!

Morgen weer?" Sofie zegt: "Ja, morgen weer!" Sofie rijdt naar huis.

Zij rijdt langzaam.

De zon is nog warm.

Sofie is blij.

Zij denkt aan Pieter en Koekje.

Zij denkt aan het brood.

Het is een fijne dag.

Sofie houdt van Amsterdam.

Zij houdt van het park.

Morgen gaat zij weer.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze