

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Dit is Rick.
Ik woon in Den Haag.
Het is een mooie dag.
De zon schijnt.
Ik zit in mijn kleine tuin.
De lucht is blauw en helder.
Ik drink koffie.
De koffie is warm en ruikt lekker.
Ik ruik de koffie en ook de bloemen in de tuin.
De bloemen zijn rood en geel.
Ik lees een nieuwsbericht op mijn telefoon.
Het nieuws is niet zo leuk.
Het zegt: 'Er komt een elektriciteitstekort in 2028.' Dat is over vier jaar.
Ik denk: wat betekent dat?
Geen stroom?
Geen lamp?
Geen koffie?
Oh nee.
Ik bel mijn vriendin Lisa.
Lisa woont ook in Den Haag.
Zij is slim.
Ik zeg: 'Lisa, hoor je het nieuws?
In 2028 is er misschien geen stroom.' Lisa lacht.
Zij zegt: 'Rick, dat is niet grappig.
Mijn telefoon moet altijd aan.
Mijn werk is op internet.' Ik zeg: 'Ja, en mijn koffie?
Zonder stroom geen koffie.' Lisa zegt: 'We moeten iets doen.
Zonnepanelen?
Een generator?' Ik denk: zonnepanelen zijn duur.
En ik heb geen geld.
Ik kijk naar mijn tuin.
De zon is warm op mijn gezicht.
Ik hoor vogels.
De vogels zingen.
Het is stil.
Maar ik voel een beetje angst.
Wat als het donker wordt?
Geen tv, geen lamp, geen koelkast.
Mijn buren praten ook.
Meneer Jansen, de oude man naast mij, zegt: 'Vroeger hadden we kaarsen.
Geen probleem.' Zijn stem is kalm.
Hij lacht een beetje.
Mevrouw De Vries zegt: 'Ja, maar ik heb een elektrische rolstoel.
Zonder stroom kan ik niet naar buiten.' Haar stem is een beetje bang.
Ik schrik.
Dit is serieus.
De netbeheerder waarschuwt.
Het is geen grap.
Ik loop naar binnen.
De vloer kraakt.
Ik zet de lamp uit.
Ik wil sparen.
Maar ik denk: één lamp helpt niet.
We moeten allemaal helpen.
De overheid zegt: gebruik minder stroom.
Maar we gebruiken al veel.
Mijn koelkast, mijn wasmachine, mijn computer.
Alles heeft stroom nodig.
Ik drink mijn koffie op.
Het is bijna koud.
Ik kijk naar de kop.
De kop is wit.
Ik denk aan de toekomst.
In 2028 ben ik ouder.
Misschien heb ik dan een huis met zonnepanelen.
Of ik woon in een klein huis met kaarsen.
Het is een beetje eng.
Maar ik ben optimistisch.
Nederlanders zijn creatief.
We vinden een oplossing.
Tot die tijd, doe ik het licht uit als ik weg ga.
Ik bespaar stroom.
Dat is goed voor de planeet.
En voor mijn portemonnee.
Lisa stuurt een bericht: 'Rick, kom je vanavond eten?
We praten over stroom.' Ik lach.
Ja, dat is goed.
Samen zijn we sterk.
Ik doe mijn jas aan.
De jas is zwart en warm.
De deur gaat dicht.
De lamp in de gang is uit.
Ik loop naar Lisa.
De zon is laag en oranje.
Het is een mooie avond.
Ik hoor de vogels weer.
De vogels zijn stil nu.
Ik denk: misschien is het niet zo eng.
We praten vanavond.
Samen vinden we een plan.
Ik voel de wind.
De wind is zacht.
Ik denk aan de koffie van vanmorgen.
De koffie was warm.
Morgen drink ik weer koffie.
Maar misschien zonder stroom.
Dat is raar.
Maar ik ben niet bang.
Lisa wacht op mij.
We praten en lachen.
Dat helpt.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze