

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Elke paar weken hebben mijn vader en ik ons ritueel.
Het is niet iets wat we expliciet afspreken, het ontstaat gewoon.
Meestal begint het met een kort berichtje van hem op woensdag: “Zondag mooi weer, zo te zien.” Ik weet dan genoeg.
Zondagochtend, negen uur, voor de ingang van het station.
En dan gaan we wandelen.
Deze zondag was het Leiden.
De lucht was koud en helder, zo’n dag in het vroege voorjaar waarop je de winter nog voelt, maar de zon al de belofte van de lente in zich draagt.
Mijn vader, Willem, stond al te wachten.
Hij droeg zijn gebruikelijke donkerblauwe jas en had zijn oude, vertrouwde camera al om zijn nek hangen.
Het is geen modern, digitaal apparaat, maar een zware, analoge camera waar hij al jaren mee fotografeert.
Hij tikte tegen de lenskap toen ik aan kwam lopen. “Klaar voor de jacht?”, vroeg hij met een glimlach.
Zijn jacht was de jacht op het perfecte plaatje.
We zeiden niet veel terwijl we door de ontwakende stad liepen.
De straten waren nog leeg, op een paar vroege vogels en bezorgbusjes na.
Ons gesprek bestond uit kleine gebaren en gedeelde stiltes.
Hij wees naar de top van een gevel, waar het ochtendlicht de ornamenten goud kleurde.
Ik knikte.
Ik zag het ook, maar niet zoals hij.
Hij zag compositie, lijnen en schaduw.
Ik zag een mooi gebouw en een fijne ochtend met mijn vader.
Regelmatig stopte hij plotseling.
Dan deed hij een paar stappen achteruit, keek door zijn zoeker, draaide aan de lens om scherp te stellen en dan klonk de vertrouwde, mechanische klik van de sluiter.
Hij fotografeerde geen voor de hand liggende dingen.
Niet de grote, bekende kerken of pleinen.
Willem zocht naar details.
Een roestige fiets tegen een felgekleurde muur.
De reflectie van een wolkenlucht in een diepe plas water.
Een kat die zich lag op te warmen op een vensterbank, de ogen tot spleetjes geknepen in de zon.
Ik liep dan een paar meter door en wachtte geduldig, kijkend naar de kabbelende grachten of de mensen die langzaam de terrassen begonnen op te bouwen. “Wat zie je, pap?” vroeg ik toen hij al een minuut lang geconcentreerd naar een oude houten deur stond te kijken.
Hij keek niet op. “De textuur,” mompelde hij. “Het afbladderende verf, de diepe groeven in het hout.
Het vertelt een verhaal, vind je niet?” Ik liep naar hem toe en keek mee.
Ik zag een oude deur.
Maar door zijn ogen probeerde ik het verhaal te zien, de jaren van regen en zon die de verf deden bladderen.
Ik maakte een foto met mijn telefoon, maar het voelde anders.
Mijn foto was een snelle registratie.
Zijn foto, wist ik, zou een portret van die deur zijn.
Na twee uur wandelen streken we neer bij een klein café voor koffie en een stuk appeltaart.
De camera lag nu op tafel tussen ons in, als een tevreden, slapend dier.
We praatten over koetjes en kalfjes: mijn werk, de tuin van mijn ouders, de plannen voor de zomer.
Het was gezellig, zoals altijd.
De wandelingen waren voor mij de momenten waarop we geen vader en dochter met verplichtingen waren, maar gewoon twee mensen die samen van een ochtend genoten.
Een paar dagen later ontving ik een e-mail van hem.
Het onderwerp was simpel: “Foto’s van zondag.” Ik glimlachte en opende de bijlage vol verwachting.
Ik was benieuwd hoe de deur, de reflectie en de kat eruitzagen door zijn lens.
Ik opende de eerste foto.
Het was geen gebouw.
Het was ik.
Ik stond aan de rand van de gracht, met de wind in mijn haren, kijkend naar een zwaan die voorbij zwom.
Ik klikte naar de volgende.
Weer ik, lachend om een grap die hij net had gemaakt.
En de volgende: ik, diep in gedachten terwijl ik naar de appeltaart op mijn bordje keek.
Foto na foto.
Tussen de foto’s van de architectuur en de straatdetails, was er een hele serie van mij.
Heimelijk genomen, op momenten dat ik het niet doorhad.
Ik, gezien door zijn ogen.
Hij had de compositie, de lijnen en de schaduwen niet alleen in de stad gezocht.
Hij had ze ook bij mij gevonden.
De manier waarop het licht op mijn gezicht viel, de concentratie waarmee ik naar iets keek, de spontane lach.
Ik was ontroerd, diep ontroerd.
De wandelingen gingen niet alleen over het fotograferen van de stad.
De stad was slechts het decor.
Ik scrolde terug naar de eerste foto en keek er lang naar.
Ik zag mezelf, maar ik voelde vooral zijn blik.
De trotse, liefdevolle blik van een vader.
En ik begreep dat dit zijn echte jacht was, zijn mooiste plaatjes.
Tot de volgende.
Alle transcripten vind je op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze