

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Vandaag neem ik je mee naar het jaar 1572.
De datum is 1 april en ik beloof je, dit is geen grapje.
Op deze dag gebeurt er iets in een klein stadje aan de Maas.
Iets wat de loop van de Nederlandse geschiedenis verandert.
Het stadje heet Den Briel.
De mannen die de stad binnenvallen worden watergeuzen genoemd.
Zeerovers eigenlijk.
Maar zeerovers met een missie.
En wat zij op die dag doen, zorgt ervoor dat de Spanjaarden voor het eerst echt gaan wankelen.
Hier begint, zo zeggen veel historici, de Tachtigjarige Oorlog pas echt.
Hier begint het verhaal van een vrij Nederland.
Blijf even bij me, want dit is er eentje om te onthouden.
Laat me je eerst wat achtergrond geven.
In 1572 zijn de Nederlanden nog geen land.
Het is een verzameling van provincies, steden en dorpen.
En het hoort allemaal bij het grote Spaanse Rijk.
De baas is koning Filips II.
Hij woont ver weg, in Spanje, en hij is streng katholiek.
ENHeel streng.
In de Nederlanden wonen steeds meer mensen die protestants zijn geworden.
Filips vindt dat verschrikkelijk.
Hij wil dat iedereen weer katholiek wordt.
en hij stuurt een harde generaal, de hertog van Alva, om orde te brengen.
Alva komt met duizenden Spaanse soldaten.
Hij richt een speciale rechtbank op, de Raad van Beroerten, die de mensen later de Bloedraad noemen.
Duizenden gevangenen worden opgepakt, velen worden gedood, hoge belastingen worden ingevoerd.
De mensen zijn bang en ze zijn woedend.
Er is ook een leider die zich verzet.
Hij heet Willem van Oranje.
Willem is een edelman.
Hij heeft veel land, veel geld en veel invloed.
Maar hij vlucht naar Duitsland omdat hij daar veiliger is.
Vanuit Duitsland probeert hij een leger op te bouwen.
Het lukt hem meerdere keren niet.
Zijn grote veldslagen gaan verloren.
En dan, op zee, duikt er iets anders op.
iets wat niemand had verwacht.
Dat zijn de watergeuzen.
Het woord geus komt van het Franse gueux, wat bedelaar betekent.
Het was eerst een scheldwoord, maar de mannen hebben het met trots overgenomen.
De watergeuzen varen op zee.
Ze hebben kleine, snelle schepen.
Ze overvallen Spaanse schepen, ze plunderen, ze vechten.
Officieel werken ze voor Willem van Oranje en ze hebben een brief van hem die dat bewijst.
Een kaperbrief heet dat.
Maar in de praktijk zijn het harde mannen.
Boeren, vissers, edellieden zonder geld, avonturiers.
Ze hebben niks te verliezen en ze haten de Spanjaarden.
Hun leider op die eerste april heet Lumey, graaf van der Marck, een woeste man met een lange baard die hij belooft niet te scheren tot de Nederlanden vrij zijn.
Lumey ligt met zijn vloot in Engeland, want daar mogen de watergeuzen een tijdje in de haven liggen.
Maar dan stuurt koningin Elizabeth hen weg.
Haar relatie met Spanje wordt te ingewikkeld.
De watergeuzen moeten opeens vertrekken.
Ze hebben geen thuisbasis, geen voedsel, geen plan.
Ze varen de zee op en zoeken naar een kans.
Die kans vinden ze bij Den Briel.
Den Briel is een klein stadje op een eiland in de Maas, in wat nu Zuid-Holland is.
Het is 1 april 1572 en de wind drijft hun schepen er min of meer per toeval naartoe.
Een veerman vertelt hen dat de Spaanse troepen net uit de stad vertrokken zijn, richting Utrecht.
Lumey twijfelt even.
Moeten ze het proberen?
Een van de andere leiders, Willem van Treslong, zegt ja.
Natuurlijk proberen we het.
Dit is onze kans.
En dan gebeurt het.
Stel je de scène voor.
De mist hangt laag boven het water.
Het is koud voor april.
De schepen van de geuzen schuiven stil naar de kade, de zeilen half geklapt.
Op het dek staan mannen met natte baarden, bijlen in hun handen, zwaarden aan hun riem.
Ze ruiken naar zout en teer.
Binnen de stad weten de meeste mensen nog van niets.
Een paar bange Spaanse soldaten, achtergebleven om de stad te bewaken, kijken vanaf de muur en zien de schepen komen.
Ze horen het geroep van de geuzen over het water.
Ze zien ijzer glanzen in de grijze lucht.
De geuzen gaan aan land.
Ze sleuren een boomstam van een boerenerf en lopen ermee naar de Noordpoort.
Boem, boem.
De poort kraakt.
Binnen klinkt geschreeuw.
Spaanse soldaten rennen, sommigen met hun wapens half aangekleed, anderen vluchten zo snel ze kunnen de achterkant van de stad uit.
Iemand sleept twee kanonnen naar voren.
Het kruit knalt.
Rook vult de straat.
Splinters vliegen.
De poort geeft het op.
De geuzen stormen de stad binnen, brullend, lachend, wild.
Ze zwaaien hun vaandel omhoog, oranje, blauw en wit.
Binnen een paar uur is Den Briel van hen.
De eerste Nederlandse stad die vrij is van Spanje.
Een dichter maakt er later een grap over.
Op de eerste april verloor Alva zijn bril.
Een woordgrap die iedereen onthoudt.
Wat er daarna gebeurt is eigenlijk het belangrijkste deel.
Want één stad is mooi, maar één stad alleen verandert niets.
Nee, het nieuws van Den Briel verspreidt zich razendsnel.
Binnen een paar weken volgen andere steden.
Vlissingen kiest de kant van de Geuzen.
Dan Enkhuizen.
Dan Hoorn.
Dan Gouda.
Dan Leiden.
Dan Dordrecht.
Het loopt als een rij dominostenen.
Steeds meer steden gooien de Spaanse soldaten eruit of sluiten de poorten voor hen.
En in de zomer van 1572 komen de staten van Holland bij elkaar, onder leiding van Willem van Oranje.
Voor het eerst heeft de opstand een echte basis, een gebied, een leger, een bestuur.
Alva is razend natuurlijk.
ENHij stuurt zijn zoon met een groot leger naar het noorden.
Er volgen jaren van bloedige gevechten, beroemde belegeringen zoals die van Haarlem en Leiden.
Maar het zaadje is geplant.
De noordelijke Nederlanden laten zich niet meer terugdwingen.
Er ontstaat, langzaam, de Republiek.
En die Republiek wordt uiteindelijk ons Nederland.
Dus waarom is Den Briel belangrijk?
ENOmdat het het kleine, onwaarschijnlijke begin was.
Een paar zeerovers, zonder plan, zonder thuishaven, vinden bij toeval een lege stad en durven het erop te wagen.
Zonder den Briel geen opstand in volle kracht.
Zonder den Briel misschien geen Willem van Oranje als leider van een echt gebied.
Zonder den Briel misschien geen Nederland zoals wij het kennen.
Het tij keert, letterlijk en figuurlijk, op die mistige ochtend van 1 april 1572.
Wat kun jij hieruit meenemen?
Ik denk dit.
Grote veranderingen beginnen bijna nooit groot.
Ze beginnen klein, toevallig, op een mistige ochtend, met mensen die moe zijn en honger hebben, en toch zeggen, we proberen het.
Dat is ook hoe een nieuwe gewoonte werkt, zoals bijvoorbeeld elke dag een beetje Nederlands leren.
Je hoeft geen stad in te nemen, je hoeft alleen vandaag je tien minuten te doen, en dan morgen weer.
En dan volgt Vlissingen vanzelf en dan Enkhuizen.
En voor je het weet, spreek jij vloeiend Nederlands.
Drie woorden om te onthouden.
De opstand, de revolt.
De opstand tegen Philips II duurde uiteindelijk tachtig jaar.
De vrijheid, the freedom.
De geuzen vochten voor hun vrijheid en hun geloof.
De verrassing, de surprise.
De aanval op Den Briel was een complete verrassing voor de Spanjaarden.
Een vraag voor jou.
Waarom konden de watergeuzen Den Briel zo snel innemen?
A.
ENOmdat Willem van Oranje zelf meevocht in de stad.
B.
Omdat de Spaanse troepen net uit de stad vertrokken waren.
Tot de volgende aflevering van Nederland in Verhalen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze