

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is maandagochtend.
De zon schijnt door het raam.
Het licht is warm en geel.
Meneer De Boer zit aan de keukentafel.
Hij drinkt koffie en kijkt naar de klok.
De koffie ruikt sterk en lekker.
Zijn telefoon ligt naast zijn kopje.
Hij wacht op een bericht.
Het bericht gaat over zijn broer, Richard.
Richard heeft een moeilijke tijd.
Hij moet naar een grote bijeenkomst in de stad.
Daar praten mensen over wat er is gebeurd.
Meneer De Boer is niet blij.
Hij is bezorgd om zijn broer.
Hij kijkt naar de telefoon en tikt met zijn vinger op de tafel.
Om tien uur gaat de telefoon over.
Het geluid is hard in de stille keuken.
Meneer De Boer neemt op.
Het is zijn broer Richard.
"Hallo, hoe is het?" vraagt meneer De Boer.
Zijn stem klinkt rustig, maar zijn hart klopt snel.
Richard zegt: "Ik heb goed nieuws.
De mensen hebben meer tijd nodig.
We kunnen later praten." Meneer De Boer voelt zich rustiger.
Hij zegt: "Dat is fijn.
Kom je vanmiddag eten?" Richard lacht.
"Ja, graag.
Ik neem taart mee." Meneer De Boer glimlacht en zegt: "Dat is goed.
Tot straks." Meneer De Boer legt de telefoon neer.
Hij loopt naar de keuken.
Hij maakt een lijst voor het eten.
Hij wil soep maken en brood bakken.
Hij schrijft op: groenten, vlees, broodmeel.
Hij denkt aan zijn broer.
Richard is altijd vrolijk, maar nu is hij stil.
Meneer De Boer hoopt dat alles goed komt.
Hij pakt zijn jas en gaat naar de winkel.
Buiten voelt de lucht fris.
In de winkel koopt hij groenten en vlees.
De groenten zijn groen en oranje.
De verkoopster vraagt: "Heeft u een fijne dag?" Meneer De Boer glimlacht.
"Ja, dank u.
Mijn broer komt eten." De verkoopster zegt: "Dat klinkt fijn.
Geniet ervan." Thuis begint meneer De Boer te koken.
Hij snijdt de groenten in kleine stukjes.
Het mes maakt een ritmisch geluid op de snijplank.
De soep ruikt lekker.
Hij zet muziek aan en zingt mee.
De tijd gaat snel.
Om vijf uur gaat de deurbel.
Meneer De Boer doet open.
Daar staat Richard met een grote taart.
De taart heeft een mooie bruine kleur.
"Hallo broer," zegt Richard.
"Dank je voor de uitnodiging." Ze geven elkaar een hand en gaan naar binnen.
Meneer De Boer ruikt de taart.
Hij zegt: "Die taart ziet er heerlijk uit." In de keuken praten ze over de dag.
Richard vertelt: "De mensen waren vriendelijk.
Ze willen alles goed bekijken.
Dat kost tijd, maar dat is normaal." Meneer De Boer knikt.
"Ik begrijp het.
Tijd is belangrijk." Ze eten soep en brood.
De soep is warm en smaakt naar tomaten.
De taart is zoet en lekker.
Na het eten drinken ze koffie.
Richard zegt: "Ik voel me beter nu.
Dank je voor je hulp." Meneer De Boer antwoordt: "Familie is er voor elkaar." Richard kijkt naar zijn broer en zegt: "Ja, dat weet ik.
Jij bent altijd bij me." Later op de avond gaat Richard naar huis.
Meneer De Boer staat bij de deur.
Hij zegt: "Bel me morgen.
We praten weer." Richard lacht en zwaait.
Meneer De Boer kijkt naar de straat.
De maan schijnt.
Het licht is zilver en stil.
Hij voelt zich kalm.
Hij weet dat wachten moeilijk is, maar samen is het beter.
Hij doet de deur dicht en ruimt de keuken op.
Hij denkt aan Richard en aan de taart.
Morgen is weer een nieuwe dag.
Hij hoopt dat Richard zich goed blijft voelen.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze