

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Carlos woont in Caracas, een grote stad in Venezuela.
Hij is 45 jaar en werkt als verkoper in een kleine winkel.
Elke dag staat hij vroeg op, om half zes.
Hij maakt koffie, de geur vult zijn kleine keuken.
Het is een warme, donkere geur.
Hij eet een broodje met kaas.
De kaas is zacht en zoutig.
Dan loopt hij naar zijn winkel.
De straat is rustig.
Er zijn niet veel mensen.
De zon schijnt fel, het licht is warm op zijn huid.
Carlos ziet kapotte muren en glasscherven op de grond.
Hij hoort het kraken van het glas onder zijn schoenen.
Het geluid is scherp, als kleine stukjes metaal.
Het is niet veilig.
Maar hij heeft geen keus.
Hij moet werken.
Zijn winkel is klein, met een houten toonbank.
De toonbank is oud, met krassen.
Hij verkoopt rijst, bonen en zeep.
De mensen komen niet vaak.
Ze hebben geen geld.
Carlos is moe.
Hij voelt zich alleen.
Niemand komt hem helpen.
De stad is stil, geen auto's, geen stemmen.
Er is geen hulp van anderen.
Carlos denkt: 'Wat moet ik doen?' Hij heeft geen antwoord.
Hij kijkt naar de lege straat en zucht.
De straat is grijs en stil.
Op een dag hoort hij een geluid.
Het komt van buiten.
Het is een zacht kloppen.
Het geluid is als een vogel die tikt.
Hij loopt naar de deur.
Een vrouw staat daar.
Ze heet Maria.
Ze is jong en ziet er bang uit.
Haar ogen zijn groot, als donkere knopen.
Ze zegt: 'Ik heb geen eten.
Kunt u mij helpen?' Carlos kijkt naar haar.
Hij heeft niet veel.
Maar hij geeft haar een zak rijst.
De zak is wit en zwaar.
De rijst ruikt neutraal, naar graan.
Maria lacht.
Haar lach is zacht, als een klein geluid.
Ze zegt: 'Dank u wel.
U bent vriendelijk.' Carlos voelt zich beter.
Hij is niet alleen.
Maria komt elke week terug.
Ze brengt andere mensen mee.
Samen praten ze.
Ze delen verhalen.
Carlos vertelt over zijn winkel.
Maria vertelt over haar familie, over haar moeder en haar zus.
Haar moeder is ziek, zegt ze.
De stemmen vullen de winkel.
Het is fijn om te praten.
De dagen worden beter.
Carlos heeft nieuwe vrienden.
Ze helpen elkaar.
Ze geven eten en drinken, zoals water en brood.
Het brood is vers, met een zachte korst.
Het is niet makkelijk.
Maar samen is het beter.
Carlos voelt zich niet meer alleen.
Hij heeft hoop.
De stad is nog steeds stil.
Maar er is licht.
Carlos en Maria werken samen.
Ze maken een kleine tuin achter de winkel.
Ze planten groenten, zoals tomaten en uien.
De grond is droog, maar ze geven water.
De tuin groeit.
Het is mooi, groen en fris.
De bladeren zijn zacht en groen.
Carlos lacht.
Hij is blij.
Hij heeft een doel.
De mensen in de straat komen kijken.
Ze helpen ook, met water en zaadjes.
De straat wordt levendig.
Er is weer geluid, stemmen en gelach.
Het gelach is luid en vrolijk.
Carlos voelt zich sterk.
Hij weet dat hij niet alleen is.
De toekomst is onzeker.
Maar hij heeft vrienden.
Dat is genoeg. 's Avonds denkt Carlos aan de dag.
Hij ziet Maria's glimlach.
Hij hoort de stemmen van de mensen.
De tuin is klein, maar het is een begin.
Hij voelt zich gelukkig.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze