Alle podcasts

De Nieuwe Toren van Barcelona

Ik ben Rick, een Nederlandse leraar uit Den Haag.

Vorige week was ik met mijn cursist Milo in Barcelona.

Hij leert Nederlands, maar hij houdt ook veel van gebouwen.

Daarom wilde hij de Sagrada Família zien.

Ik vond dat een goed plan, want een leraar moet soms ook buiten het lokaal lesgeven.

Bovendien scheen de zon, en dat helpt altijd bij cultuur.

In Den Haag noemen we dat al snel zomer.

We sliepen in een klein hotel bij een druk plein.

In de ochtend rook de straat naar koffie, warm brood en uitlaatgas.

Dat klinkt niet heel fijn, maar in een grote stad hoort het erbij.

Milo stond al beneden met zijn rugzak.

Hij had twee broodjes gekocht. “Rick, we moeten vroeg gaan,” zei hij. “Er komen vandaag heel veel mensen.” Ik knikte en nam mijn broodje aan.

Het was zo droog dat ik even aan beschuit dacht.

We namen de metro naar de kerk.

In de wagon zaten mensen met camera’s, hoeden en kleine tasjes.

Een oudere vrouw droeg een blauwe sjaal.

Zij vertelde in langzaam Spaans dat de paus die dag zou komen.

Ik verstond niet alles, maar haar handen vertelden de rest.

Ze wees omhoog en maakte een rond gebaar.

Milo fluisterde: “Ik denk dat het om de nieuwe toren gaat.” Toen we boven kwamen, zagen we de kerk tussen de bomen.

De torens leken naar de lucht te wijzen.

De stenen waren geel, bruin en grijs.

Op sommige plekken zag je nog bouwkranen.

Dat vond ik mooi, want het gebouw is nog niet klaar.

Het leeft dus nog.

Milo maakte meteen een foto. “Niet te veel,” zei ik. “Je moet ook met je ogen kijken.” Hij lachte en maakte nog één foto, natuurlijk.

Rond de kerk stonden hekken.

Er waren agenten, gidsen en mensen van de organisatie.

Iedereen moest rustig lopen.

Dat ging meestal goed, al bleef een man steeds midden op het pad staan.

Hij wilde de beste plek voor zijn telefoon.

Een Spaanse vrouw achter hem zuchtte hard.

Ik dacht aan Nederland.

Daar zouden we eerst netjes kijken, daarna zacht klagen, en pas thuis zeggen dat het niet normaal was.

We vonden een plek aan de zijkant van het plein.

Vanaf daar zagen we de nieuwe toren goed.

Hij was hoog en licht van kleur.

De zon viel op de top, waardoor de steen warm leek.

Naast ons stond een jongen met zijn vader.

De vader legde uit dat Gaudí het gebouw lang geleden had bedacht. “Maar hij heeft het einde nooit gezien,” zei hij.

De jongen keek omhoog en vroeg: “Waarom bouwen ze dan door?” Zijn vader dacht even na. “Omdat sommige plannen groter zijn dan één leven.” Die zin bleef bij mij hangen.

Als leraar denk ik vaak aan kleine stappen.

Vandaag leer je tien woorden.

Morgen begrijp je een gesprek beter.

Over een jaar vertel je zelf een verhaal.

Zo gaat het ook met deze kerk, dacht ik.

Steen voor steen.

Dag na dag.

Soms langzaam, maar toch vooruit.

Na een tijd werd het stiller.

Mensen gingen rechtop staan.

Er klonk muziek uit grote speakers.

Daarna kwam de paus in beeld op een scherm.

Hij sprak rustig.

Ik verstond weinig, maar de toon was zacht.

Even later sprak hij een gebed uit voor de nieuwe toren.

Veel mensen maakten een kruisje.

Anderen keken gewoon omhoog.

Milo stond naast mij met zijn handen in zijn jaszakken. “Het is bijzonder,” zei hij zacht. “Ook als je niet alles begrijpt.” Ik knikte.

Dat geldt ook voor taal.

Je begrijpt niet meteen elk woord, maar je voelt soms wel wat er gebeurt.

Een stem, een gezicht, een pauze, een glimlach.

Dat zijn ook lessen.

Ik zei tegen Milo: “Vandaag heb je geen werkblad nodig.” Hij keek naar mij. “Krijg ik dan ook geen huiswerk?” vroeg hij. “Jawel,” zei ik. “Schrijf drie zinnen over deze ochtend.” Hij trok een moeilijk gezicht.

Sommige dingen veranderen nooit.

Toen het moment voorbij was, begonnen mensen rustig weg te lopen.

Het plein werd weer voller met gewone geluiden.

Een kind vroeg om ijs.

Een man zocht zijn vrouw.

Een hond blafte naar een duif, die zich nergens druk om maakte.

Wij liepen naar een klein café om de hoek.

Binnen rook het naar sinaasappel en sterke koffie.

Milo schreef zijn drie zinnen op een servet.

Zijn eerste zin was: “De toren is hoog.” Zijn tweede zin was: “De paus sprak langzaam.” Zijn derde zin was: “Rick geeft altijd huiswerk.” Ik moest lachen.

Daarna keek ik nog één keer door het raam naar de torens.

De stad ging verder, maar de ochtend bleef rustig in mijn hoofd.

Ik voelde me blij dat ik erbij was geweest.

Niet als expert, maar als iemand die graag kijkt, luistert en leert.

Morgen vliegen we terug naar Nederland.

In mijn tas zit een kaart van Barcelona, naast een half broodje dat ik beter had kunnen weggooien. Tot de volgende keer.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze