

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Mevrouw De Vries woont al twintig jaar in dezelfde straat in Utrecht.
Het is een rustige buurt met oude bomen en kleine huisjes.
Elke ochtend drinkt ze koffie voor het raam.
Ze kijkt graag naar de mensen die voorbijlopen.
Op een dinsdagochtend ziet ze iets vreemds.
Er staan drie politieauto's aan het einde van de straat.
Agenten lopen heen en weer.
Ze praten zachtjes in hun portofoons.
Mevrouw De Vries wordt nieuwsgierig.
Ze zet haar kopje neer en loopt naar de voordeur. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt ze aan een jonge agent.
De agent kijkt haar aan. ‘Het spijt me, mevrouw.
We kunnen niets zeggen.
Het is een onderzoek.’ Mevrouw De Vries knikt.
Ze begrijpt het.
Maar ze voelt zich onrustig.
Ze denkt aan haar buurman, Abdul.
Abdul woont in het huis naast haar.
Hij is een stille jongen van ongeveer vijfentwintig jaar.
Hij werkt in een supermarkt.
Ze heeft hem vaak gezien als hij terugkwam van zijn werk.
Soms wuifde hij naar haar.
Hij was altijd vriendelijk.
Later op de dag leest ze het nieuws op haar telefoon.
Er staat dat de politie een man in de gaten hield.
De man heet Abdul B.
Hij zou iets te maken hebben met een plan in Berlijn.
Mevrouw De Vries schrikt. ‘Nee, dat kan niet,’ fluistert ze. ‘Abdul is zo’n aardige jongen.
Hij helpt me altijd met mijn boodschappen.’ Ze herinnert zich een gesprek van twee weken geleden.
Abdul stond voor zijn deur.
Hij rook naar verse kruiden. ‘Goedemiddag, mevrouw De Vries,’ zei hij. ‘Hoe gaat het met u?’ Ze antwoordde dat het goed ging.
Toen vertelde hij over zijn familie in Marokko.
Hij miste zijn moeder.
Ze hadden gelachen om een grap over zijn kat.
Nu voelt ze zich verdrietig.
Kan ze iemand verkeerd inschatten?
De politie was al een tijdje in de buurt.
Ze had het niet gemerkt.
Maar ze herinnert zich dat er een keer een busje stond.
Het was grijs en zonder ramen.
Misschien was dat de politie.
Die avond belt haar vriendin Truus. ‘Heb je het gehoord?’ vraagt Truus. ‘Ja,’ zegt mevrouw De Vries. ‘Ik kan het niet geloven.
Abdul is altijd zo beleefd.’ Truus zucht. ‘Je weet het nooit.
Mensen kunnen doen alsof.’ Mevrouw De Vries gaat naar bed, maar ze slaapt slecht.
Ze droomt van Abdul die bloemen geeft.
Dan wordt ze wakker van geluiden buiten.
Ze kijkt door het raam.
De politieauto’s zijn weg.
Alles is rustig.
De volgende dag gaat ze naar de supermarkt.
Ze ziet Abdul niet.
Ze vraagt aan de caissière of hij er is. ‘Nee,’ zegt de caissière. ‘Hij heeft vrijgevraagd.
Zomaar.’ Mevrouw De Vries voelt een knoop in haar maag.
Thuis drinkt ze koffie zonder het te proeven.
Ze denkt aan de woorden van Truus.
Maar in haar hart gelooft ze niet dat Abdul iets slechts heeft gedaan.
Ze besluit hem een briefje te schrijven. ‘Beste Abdul, ik hoop dat alles goed met je gaat.
Je kunt altijd bij me langskomen voor een kop thee.
Groetjes, mevrouw De Vries.’ Ze stopt het briefje in zijn brievenbus.
De dagen gaan voorbij.
Er komt geen antwoord.
De politie komt niet meer terug.
Het nieuws verdwijnt uit de krant.
Mevrouw De Vries hoort niets meer over de zaak.
Ze vraagt zich af wat er is gebeurd.
Was het een fout van de politie?
Of was er echt iets aan de hand?
Op een zonnige zaterdag ziet ze Abdul weer.
Hij loopt naar zijn huis met een tas boodschappen.
Ze loopt snel naar buiten. ‘Abdul!
Wat fijn om je te zien!’ roept ze.
Hij draait zich om.
Zijn gezicht is bleek. ‘Hallo, mevrouw.
Het spijt me dat ik niet heb gereageerd.
Het was een moeilijke tijd.’ Ze kijken elkaar aan. ‘Waren de agenten bij jou?’ vraagt ze zacht.
Abdul knikt. ‘Ja, ze hebben me verhoord.
Maar ik heb niets gedaan.
Het was een misverstand.
Ze dachten dat ik iets van plan was in Berlijn.
Maar ik was alleen thuis aan het werk.
Gelukkig hebben ze het uitgezocht.’ Mevrouw De Vries voelt een golf van opluchting.
Ze pakt zijn arm. ‘Ik wist het wel,’ zegt ze. ‘Kom binnen.
Ik zet thee.’ Abdul lacht voor het eerst in weken. ‘Graag,’ zegt hij.
Ze lopen samen naar haar huis.
De zon schijnt door de bomen.
De straat is weer rustig.
Mevrouw De Vries schenkt twee koppen thee in.
Ze praten over koetjes en kalfjes.
Het voelt alsof er niets is gebeurd. ‘Soms maakt de politie fouten,’ zegt ze. ‘Maar het is goed dat ze voorzichtig zijn.’ Abdul knikt. ‘Ja, maar het was niet makkelijk.
Mijn familie maakte zich zorgen.’ Nu is alles weer normaal.
Mevrouw De Vries drinkt haar thee en glimlacht.
Ze weet dat ze haar buurman kan vertrouwen.
De straat is weer zoals het hoort: stil en vredig.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze