

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is vroeg in Leiden.
De straat is nat van de regen.
Bij bloemenwinkel De Groene Kat brandt licht.
Noor zet gele tulpen in een hoge vaas.
De bloemen ruiken fris en een beetje zoet.
Naast de deur staat een bak met aarde.
Milan komt binnen met rode wangen.
Hij werkt vandaag voor het eerst mee.
Zijn jas is nog nat.
Goedemorgen, zegt Noor.
Pak eerst een doek, want de vloer is glad.
Ik ben al bijna gevallen, zegt Milan lachend.
Dat telt als dansen, toch?
Noor lacht ook.
Op de plank speelt een kleine radio.
Een man praat over ver weg wit land.
Hij zegt: Op Antarctica is het deze winter heel warm.
Het is twintig graden warmer dan vaak in deze maand.
Milan stopt met vegen.
Twintig graden, zegt hij.
Dat is bijna mijn woonkamer.
Noor kijkt naar de deur.
Buiten rijdt een bus door een plas.
Water spat tegen het raam.
Hier dragen mensen nog dikke sjaals, zegt zij.
En daar is de winter veel te warm.
Dat voelt raar.
Mevrouw Smit komt binnen.
Zij koopt elke vrijdag witte rozen.
Vandaag draagt zij paarse handschoenen.
Wat praten jullie druk, zegt zij.
Milan wijst naar de radio.
Daar praten ze over Antarctica.
Het is daar veel warmer dan vaak.
Mevrouw Smit kijkt naar haar handschoenen.
Dan moet mijn plant niet klagen, zegt zij.
Die staat thuis naast de kachel.
Alle drie lachen.
Even later komt Sara binnen.
Zij is twaalf en woont boven de winkel.
Zij heeft een taak voor school.
Ik moet iets doen voor de aarde, zegt zij.
Maar ik weet niets.
Noor geeft haar een pot met munt.
Begin klein, zegt Noor.
Zet deze plant op het keukenraam.
Geef hem water uit een oude kan.
Dan koop je minder plastic flesjes.
En munt ruikt lekker in thee.
Mag ik ook helpen, vraagt Milan.
Ik kan kleine bordjes maken voor de potten.
Op elk bordje staat een korte tip.
Hij pakt dikke stiften uit een lade.
Blauw, groen en rood liggen klaar.
De winkel krijgt meteen meer kleur.
Noor zet een bord bij de deur.
Daarop schrijft zij: Neem een kleine groene stap vandaag.
Geen grote woorden, denkt zij.
Gewoon iets doen.
Een jongen op een fiets stopt buiten.
Hij zoekt een cadeau voor zijn moeder.
Zij werkt veel thuis en vergeet vaak pauze.
Noor kiest een sterke plant met ronde bladeren.
Deze plant vraagt weinig water, zegt zij.
Dat past bij drukke mensen.
De jongen ruikt aan de blaadjes.
Het ruikt naar citroen, zegt hij.
Mijn moeder wordt hier blij van.
Na de middag schijnt de zon even.
De natte straat krijgt gouden plekken.
Milan hangt de kleine bordjes aan touw.
Eén bordje valt in een emmer.
Water vliegt op zijn schoenen.
Nu heb ik twee vijvers, zegt hij.
Noor geeft hem een handdoek.
Jij maakt de winkel wel levend, zegt zij.
Sara schrijft in haar schrift.
Mijn eerste groene stap is munt op het raam.
Mijn tweede stap is korter douchen.
Mijn derde stap is lopend naar school.
De radio praat later weer over het witte zuiden.
Noor luistert beter.
Zij denkt aan sneeuw, wind en donker water.
Zij is nooit zo ver weg geweest.
Toch voelt het verhaal dichtbij.
Het raakt haar winkel, haar planten en haar klanten.
Want iedereen gebruikt warmte, water en licht.
Ook op een kleine werkdag in Leiden.
Noor sluit de deur om zes uur.
De lucht is roze boven de daken.
Zij voelt zich niet meer zo klein.
Twintig graden warmer klinkt heel groot.
Maar een kleine stap voelt echt.
Zij zet de munt bij het raam.
De geur blijft aan haar vingers.
Morgen vertelt zij klanten weer over groene stappen.
Niet als les, maar als vriendelijk idee.
Want veel kleine stappen maken samen een weg.
En die weg begint soms in een bloemenwinkel.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze