

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een koude maandagochtend in een klein stadje in Friesland.
De lucht is grijs en het regent een beetje.
Ik sta op het perron van het station.
De regen maakt kleine plasjes op de grond.
Ik hoor de druppels op het dak van het perron.
Het klinkt zacht, als een zacht tikken.
Ik wacht op de trein naar Groningen.
Ik moet naar mijn werk.
Mijn naam is Sophie en ik werk in een kantoor.
Elke dag neem ik de trein om half acht.
Maar vandaag is het anders.
De trein komt niet.
Ik kijk op mijn telefoon.
Geen bericht.
Ik wacht vijf minuten, tien minuten.
Mijn voeten worden koud.
Ik voel de kou door mijn schoenen.
De wind waait een beetje en maakt mijn wangen rood.
Dan hoor ik een geluid.
Het is niet de trein.
Het is een man.
Hij staat naast mij.
Hij heeft een grote rugzak en een rode sjaal.
De sjaal is felrood, als een stopteken.
Hij zegt: 'De trein is vertraagd.
Er is een probleem met de sporen.' Ik kijk naar hem.
'Weet u dat zeker?' vraag ik.
Hij knikt.
'Ja, ik hoorde het op de radio.' We wachten samen.
Het is koud.
Mijn handen zijn ijskoud.
Ik wrijf ze tegen elkaar.
De man zegt: 'Ik heet Tom.
Ik woon in Drachten.' Ik glimlach.
'Ik ben Sophie.
Ik woon in Heerenveen.' We praten een beetje.
Tom vertelt dat hij naar een dokter gaat.
Hij heeft last van zijn rug, zegt hij.
Hij wrijft over zijn rug en zucht.
Ik vertel dat ik naar mijn werk ga.
Ik werk in een groot kantoor in Groningen.
Het kantoor is hoog en heeft veel ramen.
Na twintig minuten komt er een aankondiging.
'De trein naar Groningen vertrekt over vijf minuten.
Sorry voor het wachten.' Ik ben blij.
Ik loop naar de rand van het perron.
De regen stopt.
De lucht wordt een beetje lichter.
Maar dan zie ik iets raars.
De trein komt eraan.
Het is een oude trein, met blauwe en witte strepen.
De strepen zijn een beetje vies.
De trein stopt.
De deuren gaan open met een zucht, een lang geluid.
Ik stap in.
Tom stapt ook in.
We gaan zitten.
De trein rijdt weg.
Ik ruik een beetje stof.
Het ruikt oud en droog.
Na een paar minuten voel ik een schok.
De trein stopt ineens.
Het licht gaat uit.
Het is donker.
Mensen roepen: 'Wat gebeurt er?' Ik hoor Tom zeggen: 'Dit is niet normaal.' Dan horen we een stem.
Het is de conducteur.
'Geen paniek.
Er is een storing.
We zijn veilig.
We wachten op hulp.' We zitten in het donker.
Het is stil.
Ik voel mijn hart kloppen.
Het klopt snel, boem boem boem.
Ik denk aan mijn werk.
Mijn baas wordt boos als ik te laat ben.
Ik denk aan de koffie die ik normaal drink op kantoor.
Na tien minuten gaat het licht weer aan.
De trein rijdt langzaam verder.
Ik kijk naar Tom.
Hij lacht.
'Gelukkig,' zegt hij.
'Het is voorbij.' De trein komt aan in Groningen.
Ik stap uit.
De lucht is nu blauw.
Ik voel me moe maar blij.
Het was een rare ochtend.
Maar ik heb een nieuwe vriend gemaakt.
Soms is wachten niet zo slecht.
Ik denk: vandaag was anders, maar ik leerde Tom kennen.
Dat was fijn.
Ik denk ook aan de kou en het donker.
Maar Tom maakte het beter.
We spraken elkaar en dat hielp.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze