

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo allemaal.
Ik ben Rick, jullie leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een grappig verhaal voor jullie.
Het is een verhaal over thee.
Nederlanders drinken heel veel thee.
Bij het ontbijt, in de middag, of in de avond.
Wij houden van thee.
We drinken groene thee, zwarte thee en thee met fruit.
Soms met suiker, soms met honing.
Thee is altijd lekker.
Het is zaterdagochtend.
We zijn in een klein huis in Breda.
Breda is een mooie stad in het zuiden van Nederland.
Emma woont in dit huis.
Ze ligt in haar bed.
Het bed is heel warm en zacht.
Emma heeft een grote, witte deken.
Ze wil onder de deken blijven.
Maar ze moet opstaan.
Het regent buiten.
Tik, tik, tik.
De regen valt zacht op het raam.
Het geluid van de regen is mooi, maar de lucht is grijs.
Er is geen zon vandaag.
Emma is nog heel erg moe.
Ze heeft gisteren lang gewerkt.
Ze werkt in een kledingwinkel.
Het was gisteren heel druk in de winkel.
Ze heeft veel mensen geholpen.
Ze heeft veel gepraat.
Nu is ze moe.
Ze wil vandaag niet werken.
Ze wil vandaag uitrusten.
Ze rekt zich uit en stapt uit bed.
Haar voeten raken de vloer.
De vloer is koud.
Ze zoekt haar sokken.
Ze doet dikke, rode sokken aan.
Nu heeft ze warme voeten.
Maar haar handen zijn nog koud.
Ze heeft het koud.
Ze wil iets warms drinken.
Ze wil een lekkere, warme kop thee.
Emma loopt langzaam naar de keuken.
Ze loopt de trap af.
De keuken is klein en wit.
Er staat een kleine tafel met twee stoelen.
Ze pakt de waterkoker.
Ze doet koud water in de waterkoker.
Ze drukt op de knop.
Nu moet ze wachten.
Ze kijkt door het raam van de keuken.
Ze ziet de straat.
De straat is nat.
Er zijn geen mensen op straat.
Iedereen slaapt nog.
Het water kookt.
Het maakt een hard geluid.
Sssss.
Het water is nu heel heet.
Emma pakt een grote, gele mok uit de kast.
Het is haar favoriete mok.
Er staat een kleine, zwarte kat op de mok.
Ze drinkt altijd uit deze mok.
De grote, gele mok maakt haar blij.
Dan opent ze een andere kast.
Ze zoekt de thee.
Ze kijkt op de plank.
Ze ziet koffie.
Ze ziet suiker.
Ze ziet een pak koekjes.
Maar waar is de thee?
Ze zoekt in een andere kast.
Niets.
De doos met thee is leeg.
Oh nee, denkt Emma.
Geen thee op zaterdagochtend?
Dat is een groot probleem.
Emma denkt na.
Wat nu?
Dan heeft ze een goed idee.
Ze loopt naar de gang.
Daar hangt haar jas.
Ook staat haar tas op de grond.
Haar tas van het werk.
Ze opent de tas.
Ze zoekt in de tas.
Ja!
Ze voelt iets.
Het is een klein zakje.
Het is een theezakje.
Groene thee met citroen.
Ze heeft dit theezakje gisteren van een collega gekregen.
Emma is heel blij.
Ze loopt snel terug naar de witte keuken.
Ze doet het theezakje in de grote, gele mok.
Ze giet het hete water in de mok.
Het water wordt langzaam groen.
Ze ruikt de citroen.
Het ruikt heel fris en zoet.
Ze pakt de warme mok met twee handen vast.
Haar handen zijn nu ook warm.
Ze loopt naar de woonkamer en gaat op de bank zitten.
Ze neemt een klein slokje.
De thee is heet en lekker.
Emma kijkt naar de regen buiten.
Ze lacht.
Het is een goede zaterdag.
Ze hoeft vandaag niets te doen.
Alleen maar warme thee drinken en boeken lezen.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze