Alle podcasts

Anna en de Telefoon

Anna is thuis.

Zij zit op de bank.

De bank is zacht en groen.

De bank is groot.

De telefoon gaat.

Het is haar vriendin.

De vriendin heet Kim.

Kim zegt: 'Hallo Anna.'

Anna zegt: 'Hallo Kim.'

Kim is in een ander land.

Kim reist daar.

Anna hoort Kim.

Kim klinkt niet blij.

Haar stem is laag.

Anna zegt: 'Wat is er?'

Kim zegt.

Ik hoor dingen. Mensen bellen veel. Zij praten over reizen.

Het is druk.

Anna zegt: 'O, ik begrijp het.'

Kim zegt: 'Mijn baas belt ook.'

Hij zegt, kom terug.

Ik ga naar huis.

Anna zegt: 'Dat is goed.'

Dan zie ik je snel.

Kim lacht een beetje.

Zij zegt, ja, ik kom snel.

Anna zegt: 'Ik maak koffie voor jou.'

Kim zegt: 'Lekker. Tot snel.'

Anna legt de telefoon neer.

Zij kijkt naar de klok.

De klok is rond en wit.

Het is drie uur.

Anna denkt: 'Kim komt morgen.'

Zij is blij.

Zij loopt naar de keuken.

De keuken is klein.

De keuken ruikt naar schoon.

Zij pakt een kop.

De kop is wit.

De kop is van keramiek.

De kop is glad.

Zij zet koffie.

Het water kookt.

Het water maakt een geluid.

Het geluid is zacht.

De koffie ruikt goed.

Het ruikt naar noten.

De koffie is warm.

Anna drinkt de koffie.

De koffie is heet.

De koffie smaakt goed.

De telefoon gaat weer.

Het is haar broer.

Hij heet Tom.

Tom zegt: 'Hallo Anna.'

Hoe gaat het?

Anna zegt: 'Goed.'

Kim belt net.

Zij komt thuis.

Tom zegt: 'O, dat is fijn.'

Ik hoor ook dingen.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingscode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Mensen bellen veel.

Zij praten over reizen.

Anna zegt, ja, ik hoor dat ook.

Tom zegt: 'Ik blijf thuis.'

Geen reizen voor mij.

Anna lacht.

Zij zegt: 'Dat is slim.'

Tom zegt, ja, ik werk in de tuin.

De zon schijnt.

Het is mooi.

De bloemen zijn rood en geel.

De bloemen ruiken lekker.

Anna zegt: 'Fijn.'

Geniet ervan.

Tom zegt, doe ik.

Tot later.

Anna zegt: 'Doei.'

Zij legt de telefoon neer.

Zij drinkt haar koffie.

De koffie is warm.

De koffie is bijna op.

Anna kijkt uit het raam.

De straat is rustig.

Een hond loopt voorbij.

De hond is bruin.

De hond heeft een staart.

De staart kwispelt.

Een kind speelt met een bal.

De bal is rood.

Het kind lacht.

Het kind roept iets.

Het is een gewone dag.

Anna is blij.

Kim komt morgen.

Tom is thuis.

Alles is goed.

Anna denkt aan Kim.

Zij denkt aan de koffie.

Zij denkt aan morgen.

Anna zet de kop in de wasbak.

De wasbak is van metaal.

De wasbak is koud.

Zij loopt naar de woonkamer.

Zij pakt een boek.

Het boek is over bloemen.

Het boek heeft foto's.

De foto's zijn mooi.

Zij leest een beetje.

De telefoon gaat niet meer.

Het is stil.

Anna vindt het fijn.

Zij leest verder.

De dag is klaar.

Anna gaat slapen.

Zij ligt in bed.

Het bed is zacht.

Het bed is warm.

Morgen ziet zij Kim.

Anna denkt, morgen is een fijne dag.

Zij is blij.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze