

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, kijk eens op je telefoon.
PIETER: Waarom?
Is er iets?
RICK: Ja, groot nieuws uit Niger.
LISA: Wat is er daar aan de hand?
RICK: Militairen in opstand, en explosies.
Het is echt heftig, hoor.
PIETER: Echt waar?
Dat is heftig.
Wanneer is dat begonnen?
RICK: Ik zag het net op mijn telefoon.
Het is vandaag begonnen, denk ik.
LISA: Waar is Niger ook alweer?
Ik ben het vergeten.
RICK: In Afrika, boven Nigeria.
Het is een groot land, maar veel woestijn.
PIETER: Oh ja, dat land met de woestijn.
Ja, ik weet het weer.
Daar is het vaak warm.
LISA: En wat betekent dat voor de mensen daar?
Is het gevaarlijk?
RICK: Het is onrustig, denk ik.
De militairen willen de macht, en er zijn explosies.
PIETER: Kunnen we er iets aan doen?
We zijn maar hier, ver weg.
LISA: Nee, dat is te ver weg.
We kunnen niet zomaar helpen.
RICK: Maar we kunnen er wel over praten.
Dat is ook iets, toch?
PIETER: Ja, dat is waar.
En dan?
Praten helpt niet altijd, maar het is beter dan niets.
LISA: Misschien is er een demonstratie?
We kunnen laten zien dat we meeleven.
RICK: Dat weet ik niet.
Het is chaos daar.
Demonstraties zijn misschien niet veilig.
PIETER: Ik zag het nieuws ook, vorige week.
Er was al iets aan de hand, maar klein.
LISA: Was er toen al iets aan de hand?
Wat zag je precies?
RICK: Ja, een kleine groep militairen.
Ze waren boos op de regering.
PIETER: En nu is het groter geworden.
Dat is snel gegaan, hè?
LISA: Dat is niet goed.
Wat doen de leiders?
Zijn ze aan het praten?
RICK: Ze spreken met de militairen, denk ik.
Maar het is moeilijk, want er is geweld.
PIETER: Maar explosies zijn geen goed teken.
Explosies betekenen gevaar.
LISA: Nee, dat betekent geweld.
Mensen kunnen gewond raken.
RICK: Ja, en dat is zorgelijk voor de regio.
Andere landen kijken ook mee.
PIETER: Zijn er ook gewonden gevallen?
Dat wil ik weten.
RICK: Dat is nog niet duidelijk.
Het nieuws is nog niet volledig.
LISA: Hopelijk niet veel.
Ik hoop dat iedereen veilig is.
RICK: We moeten afwachten op meer nieuws.
Dat is het beste.
PIETER: Ja, het is moeilijk om te volgen.
Het verandert elke dag.
LISA: Maar we zijn hier veilig, dat is belangrijk.
We hebben een dak boven ons hoofd.
RICK: Dat is waar.
We hebben geluk.
Niet iedereen heeft dat.
PIETER: Zullen we iets anders doen?
Even niet aan het nieuws denken.
LISA: Ja, een spelletje of zo?
Dat is leuk en ontspannend.
RICK: Goed idee.
Maar eerst nog even dit.
PIETER: Wat dan?
Zeg het snel, ik wil spelen.
RICK: Dat we goed opletten op de wereld.
Maar ook op elkaar.
LISA: Ja, maar niet te veel zorgen maken.
We kunnen niet alles oplossen.
PIETER: Precies.
We zijn hier, en dat is fijn.
Laten we dat vieren.
RICK: Oké, laten we iets leuks doen.
Iets simpels.
LISA: Kaarten?
Of een bordspel?
Ik vind beide goed.
PIETER: Ik kies voor kaarten, dat is snel.
We kunnen een paar rondjes doen.
RICK: Goed, ik pak de kaarten.
Ze liggen in de kast.
LISA: En ik maak wat drinken.
Thee of koffie?
PIETER: Thee, graag.
Dat is lekker warm.
RICK: Voor mij ook thee, dank je.
LISA: Oké, ik zet water op.
Even wachten.
PIETER: Dat klinkt goed.
Bedankt, Rick.
RICK: Graag gedaan.
Tot de volgende keer.
Meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripten.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze