

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé Sophie, hé Daan.
Fijn dat jullie er zijn.
SOPHIE: Ja, ik heb er zin in.
Het is gezellig hier.
DAAN: Ik ook.
Het was een lange dag.
Ik ben moe.
RICK: Weet je, ik kijk graag naar oude foto's op mijn telefoon.
SOPHIE: O, echt?
Laat maar zien!
Ik ben nieuwsgierig.
DAAN: Ja, laat maar zien.
Welke foto's?
Zijn ze van vakantie?
RICK: Deze is van vorig jaar.
Kijk, op het strand.
Zie je het zand?
SOPHIE: Haha, wat een grappige foto.
Jij met een emmer.
En een schep.
DAAN: Ja, en een schep.
Was je aan het bouwen?
Een zandkasteel?
RICK: Nee, ik was aan het graven.
Voor een grap.
Een domme grap.
SOPHIE: Een grap?
Vertel!
Ik wil het horen.
RICK: Ik begroef mijn telefoon in het zand.
Diep in het zand.
DAAN: Waarom deed je dat?
Dat is gek.
RICK: Omdat ik dacht: het is leuk.
Maar ik vergat het.
Helemaal.
SOPHIE: En toen?
Wat gebeurde er toen?
RICK: Ik zocht hem de hele middag.
Ik zocht en zocht.
DAAN: Vond je hem nog?
Of was hij weg?
RICK: Ja, een meisje vond hem.
Ze belde mijn moeder.
Gelukkig.
SOPHIE: Haha, wat gek.
Was je moeder boos?
Heel boos?
RICK: Nee, ze lachte.
Ze zei: je bent een dommerd.
Maar ze lachte.
DAAN: Typisch.
Jij doet altijd zulke dingen.
Altijd een grap.
RICK: Ja, ik ben een beetje wild.
Soms te wild.
SOPHIE: Heb je meer foto's?
Ik wil meer zien.
RICK: Ja, kijk.
Dit is van de markt.
De markt in de stad.
DAAN: Oh, die kraam met kaas.
Lekker!
Ik zie de gele kaas.
SOPHIE: Ik hou van oude kaas.
Die is sterk.
En jij, Daan?
DAAN: Ik hou van jonge kaas.
Die is zachter.
Minder sterk.
RICK: En deze?
Dit is van het feest.
Het feest van mijn broer.
SOPHIE: Leuk!
Wie is die man met de hoed?
Hij lacht.
RICK: Dat is mijn broer.
Hij is grappig.
Hij maakt altijd grappen.
DAAN: Hij lijkt op jou.
Beetje gek.
Ja, jullie lijken op elkaar.
RICK: Ja, we lijken op elkaar.
Maar ik ben erger.
SOPHIE: Dus jullie zijn allebei wild?
Dat geloof ik.
RICK: Ja, maar ik ben erger.
Vraag het maar aan mijn moeder.
DAAN: Dat geloof ik.
Jij bent de wildste.
SOPHIE: Zullen we nog een biertje bestellen?
Ik heb dorst.
RICK: Goed idee.
Ik heb dorst.
Veel dorst.
DAAN: Ik ook.
De ober!
Hier, ober!
RICK: Kijk, nog een foto.
Dit is van de dierentuin.
Gisteren.
SOPHIE: Oh, de apen!
Ze zijn zo schattig.
Ze spelen.
DAAN: Ik vind de olifanten leuker.
Ze zijn groot en rustig.
RICK: Waarom?
Apen zijn toch leuk?
DAAN: Omdat ze groot zijn en rustig.
Geen lawaai.
SOPHIE: Ja, maar apen zijn grappig.
Ze maken rare gezichten.
RICK: Ze lijken op Daan.
Ja, precies zoals Daan.
DAAN: Haha, heel grappig.
Jij bent een aap.
Een echte aap.
SOPHIE: Oké, genoeg foto's.
Laten we praten.
Over andere dingen.
RICK: Ja, gezellig.
Hoe was jouw dag, Sophie?
Vertel eens.
SOPHIE: Moeilijk.
Veel werk.
Ik was de hele dag bezig.
DAAN: Wat deed je?
Was het saai?
SOPHIE: Ik maakte een planning.
Het was saai.
Heel saai.
RICK: Saai?
Dat is niet leuk.
Geen grappen?
SOPHIE: Nee, maar het moet gebeuren.
Werk is werk.
DAAN: En jij, Rick?
Hoe was jouw dag?
Ook druk?
RICK: Ook druk.
Ik gaf les.
Les over eten.
SOPHIE: Was het leuk?
Leerden de studenten iets?
RICK: Ja, de studenten waren grappig.
Ze stelden veel vragen.
DAAN: Wat leerden ze?
Vertel.
RICK: Ze leerden over eten.
Pizza en patat.
Typisch Nederlands.
SOPHIE: Typisch Nederlands.
Ja, patat met mayonaise.
RICK: Ja, en ze vonden het lekker.
Ze wilden meer.
DAAN: Dus je at pizza?
Of patat?
RICK: Nee, ik at patat.
Met mayonaise.
Heerlijk.
SOPHIE: Lekker.
Ik heb honger.
Veel honger.
DAAN: Zullen we iets bestellen?
Iets lekkers?
RICK: Ja, een bitterbal?
Die zijn hier goed.
SOPHIE: Goed idee.
En een biertje erbij.
Perfect.
DAAN: Ik wil ook een bitterbal.
Twee bitterballen.
RICK: Mooi.
Ik bestel er drie.
Voor ons allemaal.
SOPHIE: Fijn.
Proost!
Op een gezellige avond.
DAAN: Proost!
Op de foto's en de verhalen.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze