

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Sophie, hoi Daan.
Lekker koffie?
SOPHIE: Ja, lekker.
Wat een weer buiten.
DAAN: Het regent hier hard.
RICK: Ja, ik zie het.
Weet je wat ik lees?
SOPHIE: Vertel eens, Rick.
RICK: Noodweer in Noord-Italië.
DAAN: Is het daar slecht?
RICK: Ja, heel veel regen en wind.
SOPHIE: Is er schade?
RICK: Ja, een spoor van verwoesting.
DAAN: Wat betekent dat?
RICK: Bomen liggen op de weg.
En takken ook.
SOPHIE: En huizen?
RICK: Sommige huizen hebben schade.
De daken zijn kapot.
DAAN: Zijn er mensen gewond?
RICK: Dat weet ik niet.
Maar het is gevaarlijk.
De wind is sterk.
SOPHIE: Ik hoop dat iedereen veilig is.
DAAN: Ja, dat is belangrijk.
Veiligheid eerst.
RICK: De mensen daar hebben hulp nodig.
Ze hebben water en eten nodig.
SOPHIE: Kunnen wij iets doen?
Ik wil graag helpen.
DAAN: We kunnen geld geven.
Dat is makkelijk.
RICK: Ja, dat is een goed idee.
Geld is snel gestuurd.
SOPHIE: En we kunnen spullen sturen.
Kleding en dekens.
DAAN: Denk je dat dat helpt?
RICK: Ja, elke hulp is goed.
Een beetje is al fijn.
SOPHIE: Ik vind het verdrietig.
Het is niet eerlijk.
DAAN: Het is echt slecht weer daar.
Veel regen en veel wind.
RICK: Het regent en het waait hard.
De straten zijn vol water.
SOPHIE: Zoals hier, maar erger.
Hier is het water op straat.
DAAN: Hier is het water op straat, maar niet in huis.
RICK: Ja, maar daar is het veel erger.
De rivieren zijn hoog.
SOPHIE: We hebben geluk.
Ons huis is droog.
DAAN: Ja, wij zijn veilig.
En we hebben warme koffie.
RICK: En wij hebben koffie en een warm kantoor.
Dat is fijn.
SOPHIE: Dat is waar.
We zijn goed.
We hebben alles.
DAAN: Maar de mensen in Italië hebben pech.
Zij hebben problemen.
RICK: Ja, zij hebben geen rust.
Ze zijn moe en bezorgd.
SOPHIE: En geen droog huis misschien.
Dat is niet prettig.
DAAN: Nee, dat is niet prettig.
Een nat huis is koud.
RICK: We moeten denken aan hen.
Zij zijn belangrijk.
SOPHIE: Ja, we zijn allemaal mensen.
We voelen hetzelfde.
DAAN: En we kunnen samen helpen.
Samen is beter.
RICK: Goed plan.
Kunnen we iets organiseren?
Een actie?
SOPHIE: Ja, we kunnen een actie starten.
We maken een plan.
DAAN: Ik ken een groep voor hulp.
Zij weten wat nodig is.
RICK: Dat is mooi.
Iedereen kan iets doen.
Groot of klein.
SOPHIE: Ja, elk beetje telt.
Een euro helpt al.
DAAN: Zelfs een klein gebaar.
Een kaart of een bericht.
RICK: Precies.
Samen zijn we sterk.
Dat is waar.
SOPHIE: Ja, samen zijn we beter.
We zijn een team.
DAAN: Het is goed om te helpen.
Het geeft een fijn gevoel.
RICK: En het weer wordt rustiger, hoop ik.
Dat zou fijn zijn.
SOPHIE: Ja, dat hoop ik ook.
Voor iedereen.
DAAN: Maar we blijven alert.
We kijken naar het nieuws.
RICK: Ja, wij zijn voorzichtig.
We nemen geen risico.
SOPHIE: Het leven gaat door.
We werken en we lachen.
DAAN: Maar we vergeten niet.
We denken aan Italië.
RICK: Nee, we denken aan Italië.
En aan de mensen daar.
SOPHIE: En aan de mensen daar.
Zij hebben onze steun.
DAAN: Zij hebben onze steun.
Dat is belangrijk.
RICK: Ja, dat is belangrijk.
We zijn niet alleen.
SOPHIE: We hebben een goed gesprek.
En een goede kop koffie.
DAAN: En een goede kop koffie.
Dat maakt het gezellig.
RICK: Ja, dat is fijn.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze