

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een koude maandagochtend in Den Haag.
Ik woon in een flatje bij het centrum.
Ik sta bij de bushalte en wacht op de bus.
Mijn koffie is nog warm.
Maar de bus komt niet.
Ik kijk op mijn telefoon.
Dan lees ik het nieuws: er is weer een staking.
Het Openbaar Vervoer staakt vandaag.
Ik zucht.
Het is al de derde keer deze maand.
Ik loop naar mijn werk.
Het is een half uur lopen.
Onderweg denk ik aan mijn collega’s.
Mijn naam is Fatima.
Ik werk als schoonmaker in een groot kantoor.
Elke dag maak ik de kamers schoon.
Ik poets de ramen en leeg de prullenbakken.
Het is zwaar werk, maar ik doe het graag.
Vandaag is het druk op straat.
Mensen lopen snel.
Ze hebben haast.
Ik zie een man met een grote tas.
Hij rent naar een tram.
Maar de tram is leeg.
De tram bestuurder staakt ook.
De man roept: “Niet weer!” en loopt verder.
Ik kom bij het kantoor.
Het is een groot gebouw met glazen deuren.
Mijn collega’s staan bij de ingang.
Ze praten met elkaar. “Fatima, heb je het gehoord?” zegt Ahmed. “Niet alleen het OV staakt.
Ook de metaalwerkers staken deze week.” Ik schrik. “Metaalwerkers?
Wat betekent dat?” vraag ik.
Ahmed zegt: “Dat betekent dat er nog meer mensen niet werken.
De schoonmakers in het ziekenhuis staken ook.” Ik voel me onrustig.
In de kantine zie ik een brief op het bord.
De brief zegt: “Schoonmakers staken vrijdag.” Mijn hart klopt sneller.
Ik werk hier al vijf jaar.
Maar mijn salaris is laag.
Ik krijg 10 euro per uur.
Dat is niet genoeg voor de huur en boodschappen.
Mijn collega’s hebben hetzelfde probleem.
We praten erover. “We moeten ook staken,” zegt Maria.
Ze is een oudere vrouw met grijze haren. “Ik werk al twintig jaar.
Maar de baas geeft ons geen loonsverhoging.” Ik knik. “Ja, maar wat gebeurt er dan?
Het kantoor is vies.” Maria lacht. “Dat is het probleem van de baas.
Niet van ons.” Op dinsdag hoor ik meer nieuws.
De metaalwerkers staken in Rotterdam.
Ze willen ook meer loon.
Op woensdag staakt het OV weer.
De treinen rijden niet.
De straten zijn vol met auto’s.
De lucht is grijs en het regent een beetje.
Ik loop naar de supermarkt.
Daar zie ik een staking van de schoonmakers in het ziekenhuis.
Ze staan met borden.
Op de borden staat: “Meer loon voor schoonmaak.” Ik denk na.
Mijn werk is belangrijk.
Zonder schoonmakers is het kantoor vies.
Zonder OV kunnen mensen niet naar hun werk.
Zonder metaalwerkers zijn er geen machines.
Maar de bazen betalen niet genoeg.
Het is oneerlijk.
Op donderdag spreek ik met mijn chef.
Hij heet meneer De Vries.
Hij is een dunne man met een bril. “Fatima, we kunnen je geen loonsverhoging geven,” zegt hij. “Het bedrijf heeft geen geld.” Ik word boos. “Maar meneer De Vries, ik werk hard.
De kantoren zijn schoon.
De ramen zijn helder.
Maar ik kan mijn huur niet betalen.” Hij kijkt naar de grond. “Het spijt me.
Dat is het enige wat ik kan zeggen.” Ik loop weg.
Mijn ogen zijn nat.
Maar ik voel ook woede.
Op vrijdag sta ik bij de ingang.
Mijn collega’s zijn er ook.
We hebben een plan.
We staken vandaag.
Om 10 uur lopen we naar buiten.
We dragen borden.
Op de borden staat: “Schoonmakers verdienen respect.” Mensen kijken naar ons.
Sommigen klappen.
Anderen kijken boos.
De dag is lang.
Het regent hard.
Mijn jas is nat.
Maar ik voel me sterk.
Samen zijn we niet alleen.
De stakingen duren nog een paar dagen.
Het OV staakt nog een keer.
De metaalwerkers ook.
Het is een chaotische week.
Maar ik denk: dit is nodig.
We moeten vechten voor een beter leven.
Aan het einde van de week zit ik thuis.
Ik drink thee en kijk naar de regen.
Mijn lichaam is moe.
Maar mijn hart is vol hoop.
Misschien verandert er iets.
Of niet.
Maar ik heb geprobeerd.
Dat is genoeg.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze