

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een koude winterdag in Den Haag.
De lucht is grijs en de wind waait hard.
Mijn naam is Mark en ik loop door de stad.
Ik draag een dikke jas, een sjaal en handschoenen.
Maar mijn gezicht voelt nog steeds koud.
De wind snijdt in mijn wangen.
'Brrr, wat is het koud,' denk ik bij mezelf.
Ik loop naar een klein parkje.
Er zijn geen mensen.
Alleen een eenzame bank onder een boom.
De bank is oud en een beetje nat.
Ik ga zitten om even uit te rusten.
Mijn handen trillen van de kou.
Ik adem in en mijn adem wordt een wolkje.
Het wolkje is klein en wit.
Het is stil.
Alleen de wind hoor ik.
De wind maakt een zacht geluid, als een liedje.
Dan voel ik iets.
Een koude luchtstroom.
Het komt van links.
Ik kijk naar links.
Daar is een paadje.
Het paadje is smal en donker.
Het paadje gaat naar een groot gebouw.
Het gebouw is oud en heeft hoge ramen.
De ramen zijn vies en grijs.
Ik sta op en loop naar het paadje.
De wind wordt sterker.
Mijn ogen tranen.
Ik loop door het paadje.
Het is donker en smal.
De grond is nat.
Aan het einde is een deur.
De deur is van hout en heeft een groot raam.
Het raam is klein en rond.
Ik duw de deur open.
Binnen is het warm.
Er is een lamp aan het plafond.
De lamp geeft zacht licht.
Het licht is geel en warm.
Ik zie een kamer.
Er is een tafel en een stoel.
Op de tafel ligt een brief.
De brief is wit en oud.
Ik loop naar de tafel.
Ik pak de brief en lees hem.
De brief zegt: 'Hallo.
Welkom.
Dit is een geheime plek.
Blijf even.
Het is hier veilig.' Ik kijk om me heen.
De kamer is klein en knus.
Er is een haard.
Het vuur brandt zacht.
Het vuur maakt een krakend geluid.
Ik ga zitten op de stoel.
De stoel is van hout.
De stoel is hard, maar het is oké.
Ik voel me rustig.
De kou is weg.
Ik blijf een tijdje zitten.
Ik kijk naar het vuur.
Het vuur danst.
Dan hoor ik een geluid.
Het komt van de deur.
Het geluid is zacht, als een tik.
Ik sta op en loop naar de deur.
Ik open de deur.
Er staat een vrouw.
Ze is klein en draagt een blauwe jas.
De jas is mooi en warm.
Ze lacht.
'Hallo,' zegt ze.
'Ik ben Sara.
Ik woon hier.
Kom binnen.' Ik loop naar binnen.
Sara vertelt dat ze de plek heeft gemaakt.
'Ik wilde een warme plek voor mensen die koud zijn,' zegt ze.
'Het is mijn geheim.' Ik lach.
'Dank je,' zeg ik.
'Het was echt koud buiten.
Mijn handen trilden en mijn wangen waren rood.' Sara geeft me een kop warme chocolademelk.
De chocolademelk is zoet en warm.
De geur is lekker.
Ik drink langzaam.
De kou uit mijn lichaam verdwijnt.
Na een tijdje ga ik weer naar buiten.
De wind is minder hard.
De lucht is blauwer.
De zon komt een beetje door.
Ik loop naar huis.
Mijn gezicht voelt nog een beetje koud, maar mijn hart is warm.
Ik denk aan de geheime plek.
Ik denk aan Sara en de warme chocolademelk.
Het is een klein wonder in de koude stad.
Soms, als ik koud ben, denk ik aan die dag.
Het was een speciale dag.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze