Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De gebroeders Leeuwenhart: moed en dood

Stel je voor. Je bent tien jaar en je weet dat je niet lang meer zo het leven.

Je ligt de hele dag in bed. Je kunt bijna niet lopen en je hoest veel.

Buiten spelen de andere kinderen.

Maar jij hebt een grote broer. Hij heet Jonathan. Hij is groot en sterk en hij vertelt je elke avond verhalen over een land na de dood.

Dat land heet Nangiala. Daar kun je weer gezond zijn. Daar zijn avonturen en daar zie je elkaar terug.

Dat klinkt als een sprookje, maar in het boek de gebroeders leeuwenhard van Astrid Lindgren is het echt waar.

Vandaag neem ik je mee naar dat land. Ik vertel je het hele verhal.

Het boek verschijn in 1973 en het is één van de mooiste boeken over moed en broederliefde die je ken.

Blijf luisteren, want het wordt spannend. Het verhal begint in een klein oudhuis in Zweden.

Daar woont Carl leeuwenhardt. Iedereen noemt hem broertje, want hij is klein en ziek.

Zijn vader en moeder werken hart en hebben weinig tijd. Maar zijn broer Jonathan is er altijd voor hem.

Jonathan is 13. Hij is lief en hij kan goed vertellen. Elke avond zit hij naast broertjes bed en vertelt over Nangiala.

In Nangiala is het altijd zomer. Er zijn kersen en appels en je kunt er vissen en paardrijden.

Broertje luistert met grote ogen. Hij is niet bang voor de dood, want Jonathan zegt dat ze elkaar daar weer zien.

Dan gebeurt het ergste. Er brekt brand uit in het huis. Broertje kan niet vluchten, hij ligt in bed.

Jonathan draagt hem op zijn rug naar buiten, maar dan valt Jonathan en hij sterft.

Broertje blijft alleen achter, zieker dan ooit. Hij denkt steeds, nu ben ik alleen, maar hij weet ook.

Jonathan is nu in Nangiala. En op een ochtend wordt broertje niet meer wakker. Hij sterft.

En dan begint het echte avontuur. Broertje wordt wakker in een groene wij. Het is warm, de zon schijnt en hij voelt zich sterk.

Hij kan rennen en springen. Voor hem staat een groot huis met een rode muur en een rite dak.

En daar staat Jonathan in een withemd. Ze vallen elkaar in de armen. Broertje houdt van bleitschap.

Jonathan laat hem alles zien. De appelbomen, de rivier, de vogels. Dit is Nangiala.

Ze wonen in een huis dat er ridder hoeverheid. Broertje is gelukkig. Hij is gezond en hij is bij zijn broer.

Maar Jonathan vertelt dat Nangiala niet overal vredig is.

Aan de andere kant van de bergen ligt het dal van de doornstruiken. Daar wonen mensen die bang zijn.

Er is een vrede koning, tenkiel die je dal wil overheersen. En tenkiel heeft een draak, katla.

Jonathan zegt, wij moeten die mensen helpen. Broertje schrikkt. Moet dat echt? Ja, zegt Jonathan.

Als je niet helpt, dan je geen echte vriend. Op een dag zit broertje bij het huis als er een duif komt aanvliegen.

De duif is wit en hij land vlak bij Jonathan. De duif heet Witte Rose en hij komt uit het dal.

Aan zijn poot zit een klein briefje. Jonathan maakt het los en lees dit.

De brief is van een vrouw die orvarheid. Ze schrijft dat tenkiel steeds sterker wordt.

Ze schrijft ook dat ze hulp nodig hebben. Jonathan lees de brief hard op voor. Broertje kijk naar zijn broer.

Jonathan is niet bang. Jonathan zegt, ik ga. Broertje roep meteen, ik wil mee!

Jonathan schut zijn hoofd. Hij vind het veel tegevarlijk. Broertje smekt en smekt.

Hij wil zijn broer niet alleen laten gaan. Uiteindelijk zegt Jonathan, ja.

Ze pakken hun spullen en gaan samen op weg. Ze nemen twee paarden en rijden door het bos.

De bomen zijn hoog en het pad is smal. Onderweg komen ze mensen tegen. Die mensen vertellen hoe gevaarlijk tenkiel is.

Ze zeggen dat hij met vuur speelt. Ze zeggen ook dat zijn draak, katla, hele dorpen verbrant.

Broertje hoort alles aan en slikt. Hij is bang. Maar hij voelt zich ook trots.

Hij is niet langer en zieke jonge die in bed ligt. Hij is de broer van Jonathan en hij doet mee.

Ze rijden verder tot ze bij de berg gekomen. Daar moeten ze door een smal kloof.

In de kloof staat een wachter. De man heeft een zwaard in zijn hand. Jonathan praat rustig met hen. Hij zegt dat ze vrienden zijn.

De wachter kijkt hen aan en laat hen door.

Aan de andere kant van de kloof zien ze het dal. Het is mooi. Er zijn groene heufels en er stromt een rivier.

Maar er hangt ook roek in de lucht. In de verte zien ze een grote zwaarten berg.

Daar woon tangel. Hoog in een kasteel. En boven het kasteel cirkelt iets groots en donkers.

Het is katla. Broertje staart ernaar en durft bijna niet te ademen.

Dan rijden ze verder naar een klein dorp. De mensen daar zijn bang en moe.

Ze vertellen dat tangel hen dwingt om in de meine te werken.

Wie niet luistert wordt gestraft. Broertje hoort het aan en kijkt naar Jonathan.

Jonathan zegt niets. Maar zijn ogen zijn streng. Ze weten nu dat het echt menen is.

Orvar is een van de leiders van het verzet. Hij neemt hen mee naar een grot achter een waterval.

Het water valt met veel lawaien naar beneden. In de grot ontmoeten ze ook een meisje.

Ze heet Tova. En ze is de dochter van Orvar. Tova is dapper en ze wil vechten.

Jonathan en Broertje sluiten zich aan bij het verzet. Ze leren hoe ze de wachters kunnen vermijden.

Ze leren ook hoe ze boodschappen kunnen doorgeven. Broertje ontdekt iets bijzonders.

Hij kan goed klimmen en sluipen. Hij is klein, dus hij past door smal openingen.

Voor het eerst voelt hij zich nuttig. Maar het gevaar is groot.

Op een nacht worden ze bijna betrapt. Een wachter ziet hen en ze moeten rennen.

Jonathan pak broertje bij de hand en ze springen in de rivier. Het water is koud en snel.

Maar ze overleven het. Broertje heigt en beseft dit is geen spel.

Tangel is echt en hij is vreed. Ze zitten bij elkaar in de grot achter de waterval.

Orvar vertelt met een lage stem over de trompet van Tangel.

Als Tangel erop blaast, moeten alle mensen in de dal naar hem luisteren. Ze kunnen niet anders.

De trompet maakt hem bang en gehoorzaam.

Alleen iemand die echt moedig is kan de trompet weer staan.

Jonathan slaat met zijn vuist op de rots.

Ik ga die trompet stelen, zegt hij. Broertje schrikt en grijpt zijn arm.

Dat is veel tegevaarlijk, zegt hij zacht.

Jonathan schut zijn hoofd. Als we de trompet hebben, kan Tangel ons niet meer commanderen.

En kunnen de mensen vrij zijn? Broertje wil mee, maar Jonathan kijkt hem streng aan.

Jij moet hier blijven en voor Tova zorgen, zegt hij.

Broertje is boos en verdrietig. Hij wil niet achterblijven.

Even tussendoor. Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Maar hij doet het toch.

Jonathan gaat alleen op pad, naar het kasteel van Tangel.

De nacht is donker en stil. Broertje wacht bij de grot en staat naar de zwarte lucht.

Hij kan niet slapen. Hij denkt aan Jonathan en aan de draak kappla.

Hij hoort geluiden in het bos en is bang. Tova zit naast hem en zegt niets.

De uren kruipen voorbij. Dan hoort broertje voetstappen. Hij springt op.

Daar komt Jonathan aangelopen. Hij is moe en hij heeft een wond aan zijn arm.

Maar hij lacht. Hij houdt de trompet omhoog. Broertje vliegde hem om de nek.

Samen hebben ze nu een wapen tegen Tangel. Maar Tangel is woedend.

Hij stuurt zijn soldaten het dal in. Ze zoeken overal tussen de bomen en de huizen.

Ze vinden de grot achter de waten van niet meteen, maar ze komen steeds dichterbij.

Op een dag zijn Tova en Broertje buiten bij de rivier.

Plotseling staan naar soldaten voor hen.

Ze grijpen Tova bij haar arm en Broertje bij zijn kraag.

Broertje schopt en schreeuwt, maar het helpt niet.

De soldaten slepen hen mee naar het kasteel. Broertje is doodsbang.

Hij wordt in een donkere cell gezet. Door een klein raam ziet hij de binnenplaats.

Daar staat katla, de draak.

Ze is groot als een huis. En ze slaapt. Af en toe open ze een oog.

En dan komt er rook uit haar neus. Broertje hoort twee wachterspraten.

Tangel is van plan om de gevangenen aan katla te voeren.

Broertje moet ontsnappen, maar hoe?

Dan hoort hij een stem door de muur.

Het is Jonathan.

Jonathan is ook gevangen genomen, maar hij heeft een plan.

Hij vluisterd.

We moeten wachten tot het donker is.

Dan klimmen we over de muur.

Broertje is bang, maar hij vertrouwt Jonathan.

Die nacht klimmen ze over de muur.

Het lukt bijna, maar dan ziet een wachter hen.

Er vocht een gevecht.

Jonathan vecht met de wachter en broertje rent naar de port.

Hij duwt met al zijn kracht tegen het zware hout.

De port zwaait open.

Ze rennen het bos in, tussen de bomen door tot ze niet meer kunnen.

Achter hen klinkt de stem van Tangel.

Hij schreeuwt van woeden, maar ze zijn vrij.

Ze zitten weer in de grot achter de waterval.

Het is donker en vochtig.

Jonathan houdt de trompet in zijn handen.

Hij kijkt naar broertje en naar Tova.

Dan zegt hij.

Nu is het tijd.

We gaan naar het kasteel.

Broertje slikt.

Hij voelt zijn hart bonken in zijn keel.

Jonathan stap naar buiten en zet de trompet aan zijn lippen.

Hij blaast.

Het geluid is diep en ver draagt het door het dal.

De mensen komen uit hun huizen.

Ze kijken op.

Ze zijn niet meer bang.

Ze pakken stocken en hoi voorken.

Samen lopen ze naar het kasteel van Tangel.

Tangel ziet de menig te komen.

Hij staat op de muur van zijn kasteel.

Hij lacht hart.

Dan roept hij katla.

De draak vliegt op van de binnenplaats.

Ze is groot en zwaart.

Ze speelt vuur.

De vlammen schieten over de hoofden van de mensen.

De mensen dein ze terug.

Zommigen laten hun stock vallen.

Broertje ruik de rook.

Hij ziet de angst in de ogen van de mensen.

Maar Jonathan rent naar voren.

Hij zwaait met zijn armen.

Hij roept naar katla.

Hij lokt haar weg van de mensen.

Broertje ziet wat hij doet.

Hij rent achter zijn broer aan.

Samen leiden ze de draak naar een smalige kloof.

De kloof is diep en donker.

Katla volgt hen.

Ze is woedend.

Ze wil Jonathan pakken met haar klauwen.

Dan springt Jonathan op zij.

Katla kan niet stoppen.

Ze stort in de afgrond.

Het is still.

De draak is verslagen.

Tengil staat alleen op de muur.

Hij heeft geen draak meer.

De mensen rennen naar de poort.

Ze pakken Tengil vast.

Ze slepen hem naar beneden.

Hij schreeuwt, maar niemand luistert.

De mensen sluiten hem op in een donkere cel.

Het dal is vrij.

Iedereen juicht en danst.

Broertje lacht.

Hij is trots op zijn broer.

Maar dan ziet hij Jonathan staan.

Jonathan houdt zijn zij vast.

Zijn hand is rood van het bloed.

Katla heeft hem toch geraakt met haar klauwen.

Jonathan valt op de grond.

Broertje rent naar hem toe.

Hij knielt naast hem.

Jonathan glimlacht zwak.

Hij zegt.

Hij is niet verdrietig.

Ik ga naar een nieuw land.

Het heet Nangilima.

Daar is het nog mooier dan hier.

Broertje huilt.

Hij wil niet alleen achterblijven.

Dan zegt Jonathan.

Spring met me mee.

Broertje kijkt naar beneden.

Naar de diepte.

Hij is bang.

Maar hij denkt aan alles wat Jonathan voor hem heeft gedaan.

Hij pakt Jonathan's hand.

Samen springen ze.

En dan is het licht.

Ze worden wakker in Nangilima.

Broertje doet zijn ogen open.

Hij voelt zacht gras onder zijn handen.

Hij ruikt bloemen.

Hij staat op en kijkt om zich heen.

Er zijn gouden velden zo ver hij kan zien.

Er zijn blauwe meren die glinsteren in de zon.

De lucht is helder en warm.

Broertje voelt zich sterk.

Hij kan diep ademen.

Hij kan rennen.

Hij lacht hard.

Naast hem staat Jonathan.

Jonathan is niet gewond meer.

Hij kijkt naar Broertje en knikt.

Ze zijn samen.

Voor altijd.

Broertje pakt Jonathan's hand.

Ze lopen samen door het gras.

Het is stil en rustig.

Broertje is niet bang meer.

Wat maakt dit boek zo bijzonder?

Het gaat over moed.

Maar moed is niet hetzelfde als niet bang zijn.

Broertje is vaak bang.

Hij is bang voor de draak, voor Tengil, voor de dood.

Toch doet hij wat hij moet doen omdat hij van zijn broer houdt.

Moed is dus niet de afwezigheid van angst,

maar de keuze om toch door te gaan.

Dat is een les die je in veel situaties kunt gebruiken.

Het boek gaat ook over de dood.

Voor veel mensen is de dood eng en verdrietig.

Als het Lindgren laat zien dat de dood ook een nieuw begin kan zijn.

Nangijala en Nangilima zijn geen enge plekken,

maar mooie landen vol licht en vriendschap.

Dat is een troostende gedachte,

vooral voor kinderen die iemand hebben verloren.

Het verhaal helpt om over de dood te praten,

zonder dat het meteen heel zwaar wordt.

Aan het einde van het boek zijn Jonathan en Broertje samen in Nangilima.

Ze hebben hun avontuur overleefd en ze zijn voor altijd bij elkaar.

Dat is het mooiste einde dat je je kunt wensen.

Het boek blijft hangen omdat het zo eerlijk is.

Het verstopt de dood niet,

maar het maakt hem minder eng.

En het laat zien dat liefde tussen broers sterker is dan alles.

Als je dit boek leest of hoort,

zul je je afvragen,

wat zou ik doen als mijn broer of zus in gevaar was?

Zou ik ook zo moedig zijn?

Dat is de kracht van dit verhaal.

Het raakt je en het laat je nadenken.

Ik hoop dat je ervan genoten hebt.

Als je de tekst van deze aflevering wilt meelezen

en op woorden wilt tikken voor vertalingen,

ga dan naar Dutchfluency.com slash transcripts.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause