
Thema 22: Wassen en de wasmachine begrijpen

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Emma and Lars are in the laundry room of their apartment building.
Emma is trying to figure out the different settings on a Dutch washing machine, and Lars helps her understand the labels.
Emma: Lars, ik wil vandaag een wasje draaien, maar deze machine heeft te veel knoppen.
Lars: Geen probleem, dat varkentje zullen we wel even wassen.
Wat wil je precies wassen?
Emma: Ik heb vooral katoen en een paar truien.
Welk programma is daarvoor het beste?
Lars: Voor katoen kies je de bonte was op veertig graden.
Dat is altijd veilig.
Emma: En mijn wollen truien?
Ik ben bang dat ze veel te klein uit de machine komen.
Lars: Neem het zekere voor het onzekere en gebruik het wolprogramma op dertig graden.
Emma: Moet ik de truien ook binnenstebuiten keren voordat ik ze in de trommel stop?
Lars: Ja, dat is een heel goed idee.
Zo blijven de kleuren en de stof mooier.
Emma: Hoeveel wasmiddel moet ik eigenlijk gebruiken?
Ik doe meestal maar wat in het bakje.
Lars: Gebruik niet te veel, een klein dopje is genoeg voor een normale was.
Emma: En waar is dat kleine bakje met dat bloemetje voor bedoeld?
Is dat voor wasverzachter?
Lars: Klopt helemaal.
Dat maakt je kleding lekker zacht en het ruikt ook nog eens heerlijk.
Emma: Ik zie ook een knop voor centrifugeren.
Op hoeveel toeren moet ik die zetten?
Lars: Zet hem voor je truien op een laag toerental, anders gaan ze misschien kapot.
Emma: Oké, ik begrijp het.
Met jouw hulp is het eigenlijk best wel simpel.
Lars: Precies, als je het eenmaal weet, dan is het echt: een kind kan de was doen.
Emma: Dank je wel voor de uitleg.
Ik ga mijn kleding nu in de machine stoppen.
Lars: Succes ermee.
Straks heb je weer een kast vol met heerlijk schone kleren.
Emma: Ik hoop het.
Hoelang duurt dit programma normaal gesproken?
Dan zet ik een wekker.
Lars: Het duurt ongeveer een uur en vijftien minuten.
Genoeg tijd voor een kopje koffie.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze