Alle podcasts

De Duurdere Rit

Ik heet Rick, ik kom uit Den Haag en ik geef Nederlands aan volwassenen.

Op dinsdagavond reis ik vaak naar de bibliotheek in Leiden, waar mijn cursisten met koffie, schriftjes en soms een half broodje kaas klaarzitten.

Die avond rook de leeszaal naar natte jassen en oude boeken.

Buiten tikte regen tegen de ramen, terwijl binnen de verwarming zo hard blies dat niemand zijn sjaal durfde af te doen.

Op tafel lag een nieuwsbericht dat ik had uitgeprint.

Het ging over verkeersboetes.

De bedragen zouden verder omhooggaan, omdat ze weer mogen meestijgen met de algemene prijzen in het land.

Ik had het artikel gekozen omdat iedereen weleens met verkeer te maken heeft.

Bovendien levert zo’n onderwerp altijd sterke meningen op, en sterke meningen zijn goed voor de spreekvaardigheid. ‘Vandaag praten we over boetes,’ zei ik. ‘Niet omdat ik jullie wil plagen, maar omdat het Nederlands dan vanzelf komt.’ Bram, een rustige man met een grijze baard, legde meteen zijn telefoon op tafel. ‘Dan begin ik wel,’ zei hij. ‘Ik heb vorige week een boete gekregen.

Acht kilometer te hard.

Acht!

Dat is minder dan de snelheid van mijn hond als hij een duif ziet.’ Er werd gelachen, ook door Nadia, die normaal eerst drie zinnen in haar hoofd bouwt voordat ze spreekt.

Bram haalde een witte envelop uit zijn tas.

Hij had hem blijkbaar meegenomen alsof het een bewijsstuk in een rechtszaak was.

De brief werd langzaam geopend, met meer drama dan nodig was, maar dat maakte het juist leuk. ‘Het bedrag is hoger dan ik dacht,’ zei hij. ‘En nu lees ik dat zulke bedragen volgend jaar misschien opnieuw stijgen.

Alsof mijn auto ook duurder is geworden in zijn schuldgevoel.’ ‘Je auto heeft geen schuldgevoel,’ zei Nadia droog. ‘Anders zou hij zelf betalen.’ Ik schreef drie woorden op het bord: maximumsnelheid, boetebedrag en prijsstijging.

Daarna vroeg ik de groep om het probleem niet alleen als bestuurder te bekijken, maar ook als inwoner.

Dat is soms lastig.

Als je achter het stuur zit, voelt een boete persoonlijk.

Als je met je kind langs een drukke weg loopt, denk je anders over snelheid.

Hoewel Bram zichtbaar baalde, luisterde hij wel.

Hij vertelde dat hij op een brede weg had gereden, laat in de middag.

De lucht was donker, het asfalt glom en de snelheidsmeter had net iets te hoog gestaan. ‘Ik had geen haast,’ gaf hij toe. ‘Ik dacht alleen aan het avondeten.

Mijn vrouw had stamppot gemaakt, en dat maakt mij zwak.’ ‘Dat is geen juridisch argument,’ zei ik. ‘Maar als Hagenaar begrijp ik het wel.’ De groep lachte opnieuw.

Daarna werd het gesprek serieuzer.

Nadia vond dat hogere boetes sommige mensen zouden helpen om beter op te letten in het verkeer.

Bram vond dat de bedragen te hard stegen, vooral voor mensen met weinig geld.

Een fout van dezelfde soort voelt voor de één als een tik op de vingers, terwijl de ander er een maand lang boodschappen voor moet plannen. ‘Als een boete bedoeld is om de weg veiliger te maken,’ zei Nadia, ‘dan moet het bedrag duidelijk genoeg zijn.

Maar als het bedrag te hoog wordt, raken mensen vooral boos.

Dan praten ze niet meer over veiligheid, maar alleen over geld.’ Ik knikte.

Dat was precies de kern van de les.

Niet elk probleem heeft één nette kant.

Er zijn regels nodig, omdat verkeer zonder regels een soort dansfeest zonder muziek wordt.

Iedereen beweegt, niemand weet waarheen, en na vijf minuten ligt er iemand op de grond.

Tegelijk moet je kunnen vragen of de bedragen nog passen bij gewone levens.

Om de sfeer licht te houden, liet ik de cursisten een ‘menukaart voor het verkeer’ maken.

Bram schreef: ‘Rood licht negeren, zeer pittig gerecht.’ Nadia voegde toe: ‘Parkeren op de stoep, geserveerd met boze blikken van ouders met kinderwagens.’ Iemand achterin, Emine, stelde voor om korting te geven als je na de boete een gedicht over veilig rijden schreef.

Dat voorstel werd niet serieus genomen, maar het gedicht kwam er wel.

Na de pauze bespraken we wat er zou gebeuren als boetes elk jaar automatisch stijgen met de prijzen.

Zou dat eerlijk zijn, omdat salarissen soms ook stijgen?

Of zou het vreemd voelen, omdat een overtreding geen brood, huur of energie is?

Bram zei dat hij vooral duidelijkheid wilde. ‘Als ik weet waar ik aan toe ben, kan ik ermee leven.

Maar ik wil niet elk jaar schrikken alsof de brief uit een loterij komt, alleen dan zonder prijs.’ Aan het einde van de les stopte hij de envelop terug in zijn tas.

Zijn gezicht was nog steeds niet vrolijk, maar zijn schouders hingen minder laag. ‘Ik ga betalen,’ zei hij. ‘En morgen rijd ik rustiger.

Niet omdat ik opeens een heilige ben, maar omdat ik geen zin heb in nog zo’n witte envelop.’ Toen ik later naar buiten liep, was de regen opgehouden.

De straat glansde onder de lantaarns.

In de verte remde een scooter netjes voor het zebrapad.

Ik dacht: regels kunnen streng voelen, maar soms maken ze een stad ook zachter.

Toch hoopte ik dat de mensen die over bedragen beslissen, blijven kijken naar de levens achter die bedragen.

Want achter elke boete zit een verhaal, soms met stamppot, soms met schaamte, en soms met een leraar die er een taalles van maakt.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze