

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het regent al de hele dag in Den Haag.
De straten zijn nat en grijs.
De mensen lopen snel met hun paraplu's.
Overal zie je paraplu's in alle kleuren.
Zwart, blauw, rood, en zelfs een met stippen.
Iedereen heeft een paraplu vandaag, behalve ik.
Mijn naam is Daan.
Ik ben 24 jaar en ik woon in een klein appartement in het centrum.
Vandaag moet ik naar mijn werk.
Ik werk in een boekwinkel.
De winkel is niet ver, maar met deze regen is elke stap vervelend.
Ik kijk naar mijn paraplu.
Hij is oud en kapot.
Gisteren waaide het hard en de wind brak een van de spaken.
Nu kan ik hem niet meer goed openen.
Hij blijft een beetje scheef.
Maar ik heb geen andere paraplu.
Ik denk: "Het is maar een klein stukje lopen.
Het komt wel goed." Ik doe mijn jas aan en pak de kapotte paraplu.
Ik loop naar buiten.
De regen valt op mijn gezicht.
Het voelt koud.
Ik open de paraplu.
Hij ziet er zielig uit.
Een van de spaken steekt uit.
Ik probeer het te negeren.
Onderweg kom ik mijn buurvrouw tegen.
Ze heet mevrouw Jansen.
Ze is oud en ze draagt altijd een rode paraplu.
Ze kijkt naar mijn paraplu en zegt: "Daan, je paraplu is kapot.
Je wordt nog nat." Ik lach en zeg: "Het gaat wel, mevrouw Jansen.
Het is maar een klein stukje." Maar mevrouw Jansen schudt haar hoofd.
"Je moet een nieuwe kopen," zegt ze.
"Het regent de hele week nog." Ik knik en loop verder.
De regen wordt harder.
Mijn paraplu werkt niet goed.
Het water komt door een gat.
Mijn schouder wordt nat.
Ik zucht.
"Waarom heb ik geen nieuwe paraplu gekocht?" denk ik.
Bij de boekwinkel aangekomen, ben ik doorweekt.
Mijn haar plakt aan mijn hoofd.
Mijn kleren zijn nat.
Ik voel me koud en moe.
Mijn baas, Peter, kijkt verbaasd.
"Daan, wat is er met jou gebeurd?" vraagt hij.
Ik leg de kapotte paraplu op de toonbank.
"Mijn paraplu is kapot," zeg ik.
"De wind heeft hem gisteren gebroken." Peter lacht.
"Je moet een nieuwe kopen, man.
Er is een winkel om de hoek.
Ze verkopen goede paraplu's." Ik zucht weer.
"Ja, dat zei mevrouw Jansen ook al." De hele dag in de winkel kijk ik naar buiten.
De regen stopt niet.
Klanten komen binnen met natte paraplu's.
Ze schudden het water eraf.
Ik denk aan mijn kapotte paraplu.
Ik voel me een beetje dom.
Aan het einde van de dag zegt Peter: "Ga een nieuwe paraplu kopen.
Ik geef je wat extra geld.
Je kunt niet zo door blijven lopen." Ik lach en zeg: "Dank je, Peter.
Je hebt gelijk." Ik loop naar de parapluwinkel.
De winkel is klein en vol met paraplu's.
Alle kleuren en maten.
De verkoopster is aardig.
"Zoekt u een paraplu?" vraagt ze.
"Ja," zeg ik.
"Een sterke.
De wind mag hem niet breken." Ze lacht.
"Deze is heel sterk," zegt ze.
Ze pakt een blauwe paraplu.
"Deze gaat lang mee." Ik koop de blauwe paraplu.
Als ik naar buiten loop, open ik hem.
Hij werkt perfect.
De regen valt erop, maar ik blijf droog.
Ik voel me blij.
Eindelijk een goede paraplu.
Thuisgekomen hang ik de paraplu aan de kapstok.
Ik kijk ernaar en glimlach.
Morgen ga ik naar mevrouw Jansen.
Ik laat haar mijn nieuwe paraplu zien.
Ze zal trots op me zijn.
De regen tikt op het raam.
Maar nu maakt het me niet uit.
Ik heb een goede paraplu.
En morgen is een nieuwe dag.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze