

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is zaterdagochtend in Haarlem.
Mark woont in een rustige straat met veel oude bomen.
Hij woont hier al vijf jaar met veel plezier.
Hij houdt van de oude huizen in zijn buurt.
Vandaag staat hij vroeg op.
Hij loopt naar de keuken en maakt een kopje koffie.
De geur van verse koffie vult de kleine kamer.
Het is buiten nog een beetje koud, maar de zon schijnt al door het raam.
Mark gaat aan de houten tafel zitten.
Hij neemt een slok van zijn warme drank.
Hij denkt aan zijn plannen voor het weekend.
Hij wil vandaag zijn fiets maken.
Daarna wil hij verse groenten kopen op de markt.
Het is een heel normale, rustige ochtend.
Hij hoort de vogels zingen in de tuin.
Maar dan hoort hij plotseling een enorme knal.
Het is een heel hard geluid.
Zijn oren doen er pijn van.
De grond trilt zwaar onder zijn voeten.
Zijn kopje koffie schuift over de tafel.
Hij laat bijna zijn koffie vallen.
Mark schrikt heel erg.
Hij snapt niet wat er gebeurt.
Hij kijkt snel door het raam naar buiten.
Hij ziet een grote wolk met grijs stof in de lucht.
De wolk komt van het einde van zijn straat.
Mark voelt dat zijn hart heel snel klopt.
Hij trekt snel zijn dikke jas aan.
Hij opent zijn voordeur en stapt naar buiten.
Op straat is het al druk.
Veel buren zijn ook naar buiten gekomen.
Sommige mensen dragen nog hun pyjama.
Iedereen kijkt naar de hoek van de straat.
Mark ziet zijn buurvrouw Sanne staan.
Ze heeft alleen een dunne trui aan en ze rilt.
Ze heeft het duidelijk koud.
"Wat was die harde klap?" vraagt Mark aan Sanne.
"Ik weet het echt niet," zegt Sanne.
"Het klonk als een grote bom.
Ik lag nog in bed en ik viel bijna op de grond." Ze lopen samen een stukje verder.
Dan zien ze het grote hoekhuis.
Het huis is helemaal kapot.
Er liggen overal rode stenen en stukken hout op de weg.
Het dak is helemaal weg.
Er hangt nog veel stof in de lucht.
Het ziet er heel erg uit.
Al snel horen ze het harde geluid van de politieauto.
Ook de brandweer komt eraan.
Ze rijden heel snel de straat in.
De blauwe lichten schijnen fel op de muren van de huizen.
De brandweermannen stappen snel uit hun grote rode auto.
Ze dragen zware jassen en gele helmen.
De politie hangt een rood met wit lint over de weg.
Niemand mag meer dichtbij het kapotte huis komen.
Dat is veel te gevaarlijk.
De buren staan samen achter het lint.
Ze praten zachtjes met elkaar.
Iedereen is bang.
Woont er iemand in dat huis?
Zijn er mensen onder de stenen?
Mark kijkt naar de brandweermannen.
Ze werken heel hard.
Ze zoeken voorzichtig tussen de kapotte stukken van het huis.
Ze gebruiken grote lampen om beter te zien.
Na een tijdje komen er ook honden.
De honden zoeken met hun neus tussen de stenen.
Ze lopen snel over de berg met stenen.
Ze zoeken naar mensen.
Het is heel stil op straat.
Iedereen wacht op nieuws.
Mark hoopt echt dat er niemand in het huis was.
De tijd gaat heel langzaam voorbij.
Het is koud, maar niemand gaat naar binnen.
Sanne wrijft in haar handen om warm te blijven.
Mark doet zijn sjaal af en geeft hem aan haar.
"Dank je wel," zegt Sanne.
"Ik hoop echt dat iedereen veilig is." "Ik ook," antwoordt Mark.
"Het is vreselijk om dit te zien.
Je weet nooit wat er kan gebeuren." Na een uur komt een agent naar de groep buren.
Hij steekt zijn hand op.
Hij wil iets zeggen.
Iedereen is meteen stil en luistert goed.
"We hebben goed nieuws," zegt de agent met een luide stem.
"We hebben overal gezocht.
De honden hebben ook gezocht.
Er liggen geen mensen onder de stenen.
Het huis was helemaal leeg." De buren beginnen meteen te praten.
Ze zijn heel blij.
Mark voelt dat hij weer rustig kan ademen.
Het is een groot wonder.
Niemand is gewond geraakt.
De agent vertelt dat ze de straat nog even gesloten houden.
Ze moeten de stenen opruimen met grote machines.
Ze moeten ook kijken waarom het huis kapot is gegaan.
Maar het belangrijkste is dat iedereen veilig is.
Mark en Sanne lopen langzaam terug naar hun eigen huizen.
"Wat een ochtend," zegt Sanne.
"Ik ga nu eerst een warme douche nemen." "Dat is een goed idee," zegt Mark.
"Ik ga mijn koffie opdrinken.
Die is nu wel koud, maar dat maakt niet uit." Hij lacht een beetje.
Hij is heel blij dat zijn eigen huis nog heel is.
Hij opent zijn voordeur en stapt naar binnen.
De rust is weer terug in de straat.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze