

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoor je het nieuws?
EMMA: Nee, wat is er?
RICK: Een man is in Duitsland.
LARS: Wat doet hij?
RICK: Hij wil elektriciteit stoppen.
Hij wil het licht uit doen.
EMMA: Hoe dan?
Kan hij dat doen?
RICK: Hij gaat naar centrales.
Centrales maken stroom.
LARS: Is dat erg?
Is het echt erg?
EMMA: Ja, dat is erg.
Zonder stroom is het koud.
RICK: De man is nu weg.
Hij is niet hier.
LARS: Zoekt de man hem?
Zoekt de politie hem?
RICK: Ja, veel mensen zoeken.
Politie zoekt ook.
EMMA: Ik vind het gek.
Waarom doet hij dat?
RICK: Ik weet het niet.
Misschien is hij boos.
LARS: Boos op wie?
RICK: Op de mensen of op de bedrijven.
EMMA: Maar dat helpt niet.
Het is niet goed.
RICK: Nee, het is niet goed.
Maar wij zijn hier.
LARS: Wij zijn veilig.
Dat is belangrijk.
EMMA: Ja, wij zitten in een café.
Hier is het warm.
RICK: En wij drinken koffie.
Koffie is lekker.
LARS: Lekker.
Ik wil nog een kop.
Nog een kop koffie.
EMMA: Jij wilt altijd koffie.
Altijd.
LARS: Ja, koffie is goed.
Koffie maakt mij blij.
RICK: Zeker.
Maar het nieuws is niet fijn.
Het nieuws is raar.
EMMA: Nee, ik denk aan de mensen.
Zij zijn in Duitsland.
LARS: Zij hebben werk daar.
Zij werken in de centrales.
RICK: Ja, en licht en warmte.
Zij hebben dat nodig.
EMMA: Zonder stroom is het koud.
En de computers werken niet.
LARS: En donker in de nacht.
Ik hou niet van donker.
RICK: Maar de man is niet slim.
Hij maakt een fout.
EMMA: Waarom?
Wat is zijn fout?
RICK: Hij stopt niet snel.
Hij is te langzaam.
LARS: De politie vindt hem wel.
Politie is slim.
EMMA: Ik hoop het.
Ik hoop dat ze hem vinden.
RICK: Ja, ik ook.
Dan is het veilig.
LARS: En dan is het klaar.
Geen problemen meer.
EMMA: Wij gaan door met ons leven.
Dat is goed.
RICK: Precies.
Nu koffie en taart?
Ik heb trek.
LARS: Ja, graag.
Ik heb honger.
Honger in mijn buik.
EMMA: Jij hebt altijd honger.
Altijd weer.
LARS: Dat is waar.
Ik eet veel.
Ik ben een grote eter.
RICK: En jij blijft slank.
Hoe kan dat?
LARS: Haha, ja, dat klopt.
Mijn lichaam is snel.
EMMA: Jullie zijn grappig.
Jullie maken mij aan het lachen.
RICK: Wij zijn vrienden.
Dat is goed.
Vrienden zijn belangrijk.
LARS: Zeker.
Samen zijn wij sterk.
Samen zijn wij blij.
EMMA: En rustig.
Geen probleem.
Wij zitten hier veilig.
RICK: De ober komt.
Ik bestel.
Ober, drie koffies.
LARS: Bestel ook een stuk taart.
Appeltaart is lekker.
EMMA: Ja, voor mij ook.
Ik wil ook taart.
RICK: Drie stukken taart en koffie.
Dat is veel.
LARS: Perfect.
Jij bent de beste.
Jij bent een goede vriend.
EMMA: Dank je, Rick.
Jij zorgt goed voor ons.
RICK: Geen dank.
Nu genieten wij.
Kijk, de taart komt.
LARS: En denken wij niet aan de man.
Niet nu.
EMMA: Even niet.
Alleen genieten.
Dat is beter.
LARS: Dat is een goed idee.
Ik stop met denken.
RICK: Ja, koffie maakt alles beter.
Koffie en taart.
EMMA: En vrienden ook.
Vrienden maken mij blij.
LARS: Dat is waar.
Met vrienden is het leuk.
RICK: Oké, hier komt de taart.
Ziet het er goed uit?
EMMA: Heerlijk.
Ik eet nu.
Ik neem een hap.
LARS: Ik ook.
Smakelijk.
Eet goed.
RICK: Smakelijk, allemaal.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze