

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Johan is een agent in Zeist.
Hij werkt al tien jaar bij de politie.
Hij houdt erg van zijn werk.
Het is een koude dinsdag in november.
De wind waait hard door de straten.
Johan loopt buiten in het centrum.
Hij draagt een warme, blauwe jas.
Zijn zwarte schoenen maken een hard geluid.
Ze tikken op de stenen van de straat.
Hij kijkt naar de mensen om hem heen.
De meeste mensen lopen heel snel.
Ze willen graag naar binnen.
Het is echt te koud buiten.
Johan ziet een grote supermarkt.
Voor de supermarkt is een groot probleem.
Twee mensen maken ruzie met elkaar.
Het is een lange man en een vrouw.
Ze praten allebei heel hard.
Mensen op straat kijken naar hen.
Johan loopt er snel naartoe.
Hij moet het probleem oplossen.
Dat is zijn werk als agent.
Johan komt aan bij de supermarkt.
De vrouw roept heel hard naar de man.
Ze is echt heel erg boos.
Haar gezicht is helemaal rood.
Johan stapt tussen de twee mensen in.
"Stop met schreeuwen," zegt Johan streng.
Maar de boze vrouw luistert niet.
Ze wil naar de man toe lopen.
Johan moet haar nu echt stoppen.
Hij pakt haar arm stevig vast.
Hij doet dit best wel hard.
Hij wil dat ze direct rustig wordt.
De vrouw schrikt heel erg van Johan.
Ze trekt haar arm snel terug.
"Laat mij los!" roept ze luid.
Ze begint plotseling te huilen.
Johan kijkt nu goed naar haar.
Hij ziet nu pas haar buik.
Ze heeft een hele dikke buik.
Ze draagt een grote, wijde trui.
Daarom zag Johan het eerst helemaal niet.
De vrouw verwacht een kleine baby.
Ze is in verwachting.
Johan voelt zich direct heel erg slecht.
Hij schrikt enorm van zichzelf.
Hij mag een vrouw met een baby niet hard vastpakken.
Dat is misschien gevaarlijk voor de baby.
Johan laat haar arm meteen los.
"Gaat het goed met u?" vraagt hij.
Zijn stem is nu heel erg zacht.
De vrouw knikt heel langzaam.
Ze huilt nog steeds een beetje.
Ze wrijft zachtjes over haar arm.
Johan kijkt naar de koude grond.
Hij vindt het echt heel erg.
Hij wist helemaal niets van de baby.
Hij zag alleen een hele boze vrouw.
"Het spijt me heel erg," zegt Johan.
"Ik zag uw dikke buik niet." De vrouw kijkt naar agent Johan.
Ze haalt een keer diep adem.
"U deed me pijn," zegt ze zacht.
Johan knikt langzaam met zijn hoofd.
Hij begrijpt haar nu heel goed.
"Ik maak een grote fout," zegt Johan.
"Ik pakte u veel te hard vast.
Dat was echt niet goed van mij.
Ik wist niets van de baby.
Als ik dat weet, doe ik heel voorzichtig.
Dan pak ik u niet hard vast.
Ik doe het de volgende keer anders." De vrouw luistert rustig naar hem.
Ze ziet dat hij echt spijt heeft.
"Ik was ook erg boos," zegt ze.
"Ik schreeuwde veel te hard op straat." Johan en de vrouw praten nog even verder.
Ze worden allebei weer helemaal rustig.
De lange man is inmiddels weggelopen.
Johan schrijft de naam van de vrouw op.
Ze heet Sanne.
Johan vraagt of ze nog hulp nodig heeft.
Sanne zegt gelukkig nee.
Ze gaat nu direct naar huis.
Ze wil lekker rusten op de bank.
Johan loopt weer verder door de stad.
De wind is nog steeds heel koud.
Maar Johan heeft het nu warm.
Hij denkt heel veel na over vandaag.
Hij leert vandaag een belangrijke les.
Hij moet altijd heel goed kijken.
Hij moet beter kijken naar de mensen.
Soms is een situatie heel anders.
Je ziet niet altijd alles direct.
Een grote trui verbergt soms heel veel.
Johan wil altijd een goede agent zijn.
Hij wil mensen helpen, niet pijn doen.
Hij is blij dat de baby veilig is.
Hij is ook blij dat Sanne oké is.
Hij loopt langzaam terug naar het politiebureau.
Hij gaat een lang verslag schrijven.
Hij schrijft eerlijk over zijn eigen fout.
Dat is heel belangrijk voor zijn werk.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze