

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk, de rij is lang.
TOM: Ja, maar het is leuk.
Ik zie veel mensen.
JULIA: Ik wil een drinken.
Ik heb dorst.
RICK: Ik ook.
Maar eerst praten.
Wij praten nu, drinken later.
TOM: Waarover?
Over de muziek?
RICK: Over werk.
Veel mensen zijn moe.
Mijn broer is ook moe.
JULIA: Moe van werk?
Ja, mijn zus is ook moe.
RICK: Ja, heel moe.
Dat heet burn-out.
Mijn broer heeft dat ook.
TOM: Burn-out?
Wat is dat?
Ik weet het niet.
RICK: Je bent op.
Je hebt geen energie.
Je slaapt slecht.
JULIA: Mijn zus is zo.
Zij is elke dag op.
RICK: Is zij veel op werk?
Elke dag?
JULIA: Ja, elke dag.
En zij is thuis moe.
Zij zit op de bank en slaapt.
TOM: Werk is veel.
Maar hier op het festival, geen werk.
RICK: Ja, werk is veel.
Maar rust is ook werk?
Nee, rust is geen werk.
JULIA: Nee, rust is rust.
Maar zij rust niet.
Zij denkt aan werk.
TOM: Waarom niet?
Is haar werk zo belangrijk?
JULIA: Zij denkt aan werk.
Zij maakt een lijst in haar hoofd.
RICK: Dat is niet goed.
Denken aan werk is niet goed.
TOM: Nee, dat is slecht.
Zij moet rusten.
JULIA: En haar baas is boos.
Hij zegt: "Jij bent traag." RICK: Boos?
Waarom?
Is zij niet goed?
JULIA: Zij is soms traag.
Zij maakt fouten.
TOM: Traag?
Maar zij is moe.
Dat is logisch.
JULIA: Ja, moe en traag.
De baas ziet dat niet.
RICK: Dat is niet haar fout.
Moe is niet haar fout.
JULIA: Nee, maar de baas denkt zo.
Hij is niet aardig.
TOM: De baas is dom.
Mijn baas is ook dom.
RICK: Ha, ja.
Maar wij zijn slim.
Wij zijn hier.
JULIA: Wij zijn ook moe.
Maar wij zijn blij.
TOM: Maar wij zijn op een festival.
Dat is beter dan werk.
RICK: Ja, dit is goed.
De zon, de mensen, de muziek.
JULIA: Muziek is leuk.
Ik hoor een drum.
TOM: En de zon is warm.
Mijn gezicht is warm.
RICK: Ik wil dansen.
Mijn benen willen bewegen.
JULIA: Ja, dansen is fijn.
Ik dans thuis ook.
TOM: Kom, wij gaan naar voren.
Daar is meer ruimte.
RICK: Goed idee.
De rij is bijna klaar.
Ik zie het einde.
JULIA: Ik zie het podium.
Het is dichtbij.
TOM: Het is groot.
En er zijn lampen.
RICK: Ja, heel groot.
En de lampen zijn kleurrijk.
JULIA: Ik hoor de muziek al.
Het is een bekend nummer.
TOM: Dat is een goed nummer.
Ik ken het van de radio.
RICK: Kom, wij dansen hier.
Ik beweeg mijn voeten.
JULIA: Ja, leuk.
Ik dans met jou.
TOM: Werk is morgen weer.
Maar nu niet denken.
RICK: Morgen?
Nu feest.
Nu geen werk, geen baas.
JULIA: Ja, nu geen werk.
Nu alleen plezier en muziek.
TOM: Nu alleen plezier.
En een drankje in mijn hand.
RICK: Dat is het plan.
Maar ik wil ook een drankje.
JULIA: En een drinken voor mij.
Een cola, graag.
TOM: En voor mij ook.
Een bier, graag.
RICK: Ik haal ze.
Jij wacht hier.
Ik ga naar de bar.
JULIA: Goed, maar snel.
De muziek is al begonnen.
TOM: De muziek start.
Het is luid en goed.
RICK: Ik ben terug voor het einde.
Dat beloof ik.
JULIA: Dat hoop ik.
Ik heb dorst.
TOM: Ja, anders dansen wij alleen.
Dat is niet leuk.
RICK: Ha, geen probleem.
Ik ben snel.
Tot zo.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze