

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is zaterdagavond in het centrum van Brussel.
Jeroen en zijn vriend Mark lopen over straat.
Ze zijn moe maar ook erg gelukkig.
Ze hebben net opgetreden tijdens de Brussels Pride.
Jeroen is een zanger en hij draagt nog zijn kleurrijke kleding.
Zijn jas heeft glimmende stenen en felle kleuren.
De straten zijn nog vol met vrolijke mensen.
Overal hoor je muziek en mensen lachen.
De lucht is koud, maar Jeroen voelt het bijna niet.
Hij heeft veel energie door het leuke optreden.
Mark pakt de hand van Jeroen stevig vast.
Je zong echt prachtig vandaag, zegt Mark met een grote glimlach.
Jeroen kijkt hem aan en bedankt hem.
Ze lopen samen langzaam richting het grote treinstation.
Ze willen de laatste trein naar huis halen.
Plotseling verandert de sfeer op straat.
Ze lopen door een donkere en rustige zijstraat.
Er staat een groepje van vier jonge mannen.
De mannen kijken naar de kleurrijke kleding van Jeroen.
Ze beginnen hard te lachen en wijzen naar hem.
Jeroen voelt een knoop in zijn maag.
Hij wil gewoon rustig doorlopen naar het station.
Maar de mannen stappen naar voren en blokkeren de weg.
Eén van de mannen roept gemene woorden.
Hij scheldt Jeroen uit omdat hij homo is.
Jeroen probeert de mannen te negeren.
Kom Mark, we lopen aan de andere kant.
Zegt Jeroen, zacht.
Maar de grootste man uit de groep komt heel dichtbij.
Hij duwt Jeroen plotseling hard tegen zijn borst.
Jeroen verliest zijn balans en valt op de harde stenen.
Mark schrikt enorm en begint heel hard te roepen.
Laat ons met rust, ga weg, schreeuwt hij boos.
Een paar mensen komen uit een café rennen.
Ze hebben het geschreeuw van Mark gehoord.
Als de aanvallers de andere mensen zien rennen ze snel weg.
Ze verdwijnen in het donker van de nacht.
Mark knielt direct naast Jeroen op de grond.
Gaat het, ben je gewond, vraagt hij bezorgd.
Jeroen heeft pijn aan zijn schouder en zijn knie bloedt.
Hij trilt over zijn hele lichaam van de schrik.
Een vrouw uit het café belt meteen de politie.
Binnen tien minuten stopt er een politiewagen met blauwe lichten.
Twee agenten stappen uit en vragen wat er is gebeurd.
Jeroen vertelt het hele verhaal aan de agenten.
Hij legt uit dat ze zomaar werden aangevallen.
De agenten luisteren goed en schrijven alles op.
Ze zeggen dat dit een vreselijke situatie is.
Niemand mag op straat worden geslagen om wie hij is.
Jeroen en Mark mogen met de politie meerijden naar het station.
Ze halen gelukkig nog net hun trein naar Nederland.
De hele reis zitten ze stil naast elkaar.
Jeroen kijkt naar buiten, maar hij ziet alleen het donker.
Hij snapt niet waarom mensen zo veel haat hebben.
De volgende middag zitten Jeroen en Mark in een park in Rotterdam.
De zon schijnt warm op hun gezichten.
De vogels zingen in de hoge bomen om hen heen.
Alles lijkt zo vredig en normaal hier.
Toch voelt Jeroen zich nog steeds verdrietig en een beetje bang.
Zijn schouder doet nog pijn als hij beweegt.
Mark legt een arm om de schouders van Jeroen.
Hoe voel je je nu?
Vraagt hij zachtjes.
Jeroen zucht diep en kijkt naar het groene gras.
Ik ben boos.
Antwoordt Jeroen na een korte stilte.
We deden helemaal niets verkeerd gisteravond.
We vierden alleen de liefde en onszelf.
Mark knikt langzaam en geeft hem gelijk.
Daarom is de Pride ook nog steeds zo belangrijk, zegt Mark.
Jeroen denkt na over de woorden van zijn vriend.
Hij weet dat Mark helemaal gelijk heeft.
Hij mag zich niet verstoppen voor de wereld.
De angst mag niet winnen van de liefde.
Jeroen kijkt op en ziet een groepje spelende kinderen.
Hij besluit dat hij volgend jaar weer gaat zingen.
Hij trekt dan een nog mooiere jas aan.
Ze zullen laten zien dat ze trots zijn.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze