Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Twee huizen, een droom: Publieke Werken

Hallo en welkom bij Boekie-Sodus, de podcast van Dutch Fluency.

Ik ben Rick en ik help je om beter Nederlands te leren door samen naar verhalen te luisteren.

Vandaag heb ik een heel speciaal boek voor je.

Het is één van de beroemdste Nederlandse romans van de laatste 30 jaar.

We gaan het hebben over publieke werken van Thomas Rosenboom uit 1999.

Stel je eens voor. Je staat voor het Centraal Station in Amsterdam.

Je kijkt naar het grote, mooie gebouw aan de overkant van het water.

Dat is het Victoria Hotel. Een prachtig, klassiek hotel.

Maar als je goed kijkt, zie je iets geks.

Het hotel is niet één perfect, recht gebouw. Er zit een soort hap uit.

Op de plek van die hap staan twee kleine oude huisjes.

Ze lijken bijna geplet te worden door het grote hotel dat eromheen is gebouwd.

Heb je je ooit afgevraagd wat het verhaal achter die huisjes is?

Waarom staan ze daar?

Vandaag vertel ik je dat verhaal.

Het is een verhaal over grote dromen, over trots, over de botsing tussen oud en nieuw

en over hoe de beste bedoelingen kunnen leiden tot een tragedie.

Het verhaal van publieke werken speelt zich af aan het einde van de 19e eeuw.

Rond het jaar 1888. Amsterdam is een stad in verandering.

Het Centraal Station is net gebouwd.

Overal zijn er publieke werken.

Grote bouwprojecten van de overheid en van bedrijven om de stad te moderniseren.

Het is een tijd van optimisme en ambitie.

Iedereen gelooft dat de toekomst beter wordt.

In dit verhaal volgen we twee hoofdpersonen.

Ze zijn neven, familie van elkaar, maar hun levens zijn totaal verschillend.

De eerste is Walter Vedder.

Hij is een man van ongeveer 50 jaar en hij woont in Amsterdam.

In één van die kleine huisjes tegenover de plek waar het Centraal Station komt.

Vedder is een vioolbouwer.

Hij is een vakman heel precies en heel trots op zijn werk.

Hij voelt zich een beetje een kunstenaar.

Hij is ook heel koppig en heeft een hoge mening over zichzelf.

Hij vindt dat de wereld zijn talent en zijn waarde niet genoeg erkent.

Zijn huis is zijn kasteel.

De plek waar hij al zijn hele leven woont en werkt.

Zijn neef heet Christof Anijs.

Hij woont ver weg van Amsterdam in Hogeveen.

Dat is een klein arm dorp in de provincie Drenthe.

In die tijd was Drenthe een heel ander gebied dan nu.

Het was een streek vol armoede met veel onontgonnen land.

Het veen.

Anijs is apotheker.

Een apotheker is iemand die medicijnen maakt en verkoopt.

Hij is net als Vedder een man met kennis en status in zijn kleine gemeenschap.

Maar Anijs is onzeker.

Hij voelt zich niet op zijn plek in Hogeveen.

Hij droomt van een groter, belangrijker leven.

Hij leest veel en heeft idealen.

Hij wil de wereld verbeteren.

Hij is een goed mens, maar hij is ook een beetje naïef.

Hij gelooft dat hij met zijn kennis en zijn goede bedoelingen grote dingen kan bereiken.

De twee neven schrijven elkaar regelmatig brieven.

In die tijd was dat de enige manier om contact te houden over zo'n grote afstand.

In hun brieven vertellen ze elkaar over hun levens.

Hun frustraties en hun dromen.

Ze begrijpen elkaar, maar misschien ook niet helemaal.

Ze lezen in elkaars brieven vooral wat ze willen lezen.

En dat gebrek aan echt direct contact zal later enorme gevolgen hebben.

Dit zijn dus onze twee helden.

De trotse, koppige vioolbouwer in de grote stad

en de idealistische onzekere apotheker op het arme platteland.

Beiden willen ze meer.

Beiden geloven ze dat ze recht hebben op een beter leven.

En het is die gedeelde ambitie die hun lot met elkaar verbindt.

Het verhaal begint echt wanneer er een brief op de deurmat van Walter Vedder valt.

De brief is van een bedrijf.

Ze schrijven dat ze een groot, luxueus hotel willen bouwen

op de plek waar hij woont.

Precies tegenover het nieuwe station.

Ze willen zijn huis en het huis van zijn buurman kopen.

Ze bieden hem een flink bedrag.

Voor de meeste mensen zou dit fantastisch nieuws zijn.

Geld om een nieuw beter huis te kopen,

maar Vedder is niet zoals de meeste mensen.

Hij is achterdochtig.

Hij denkt, als ze dit bedrag bieden, dan is mijn huis dus eigenlijk veel meer waard.

Dit is zijn kans.

Niet alleen om rijk te worden.

Maar ook om erkenning te krijgen.

Om te laten zien hoe belangrijk hij is.

Hij besluit te onderhandelen.

Vedder gaat naar de directeuren van het hotelproject.

Hij kleedt zich in zijn beste pak.

Hij voelt zich belangrijk.

Hij gelooft dat hij in een sterke positie staat.

Zij hebben zijn huis nodig.

Dus hij kan de prijs bepalen.

Hij noemt een bedrag dat vele malen hoger is dan wat ze hebben geboden.

Een absurd hoog bedrag.

De directeuren zijn verbaasd.

Ze proberen met hem te praten.

Maar Vedder is koppig.

Hij houdt vast aan zijn prijs.

Hij is ervan overtuigd dat ze uiteindelijk zullen toegeven.

U begrijpt het niet.

Zegt hij tegen hen.

Mijn huis is niet zomaar een huis.

Het is het centrum van de wereld.

Omdat ik hier woon.

Hij gelooft dit echt.

Zijn trots maakt hem blind voor de realiteit.

De onderhandelingen slepen zich voort.

Vedder wordt steeds meer geobsedeerd door het geld.

Hij droomt al over wat hij ermee gaat doen.

Hij ziet een toekomst voor zich als een rijk man.

Een man van status.

Ondertussen, in het verre Hoogeveen, zit zijn neef Christof Anijs met een heel ander probleem.

Hij leest in de krant over de verschrikkelijke situatie van Joodse mensen in Rusland.

Ze worden vervolgd en moeten vluchten.

Velen proberen naar Amerika te komen.

Het land van de vrijheid en de kansen.

Anijs is diep geraakt door hun lijden.

Hij wil iets doen.

Hij is een man van de wetenschap.

Een verlicht denker.

Hij gelooft in vooruitgang en menselijkheid.

Hij bedenkt een plan.

Wat als hij een groep van deze Joodse vluchtelingen naar Hoogeveen kan halen?

Hij kan ze tijdelijk onderdak geven en dan helpen om de reis naar Amerika te maken.

Maar hoe?

Hij heeft geen geld.

En de mensen in Hoogeveen zijn arm en wantrouwend.

Dan krijgt hij een idee.

In Drenthe is er veel ongebruikt veen.

Dat is een soort grond die je kunt afgraven om er turf van te maken.

Een brandstof.

Het is zwaar werk.

Anijs denkt dat hij de vluchtelingen kan laten werken in het Veen.

Met het geld dat ze verdienen kunnen ze dan hun reis naar Amerika betalen.

Het is een ambitieus plan.

Misschien te ambitieus.

Hij heeft kapitaal nodig om te beginnen.

Hij moet land kopen, gereedschap en de reis van de vluchtelingen naar Nederland betalen.

Hij denkt aan zijn neef in Amsterdam.

De vioolbouwer.

Hij weet dat zijn neef misschien zijn huis gaat verkopen.

Hij schrijft een brief naar Vedder en vraagt voorzichtig of hij misschien geld kan lenen

voor zijn publieke werk.

Zijn project om de wereld te verbeteren.

Vedder ontvangt de brief van zijn neef en hij is enthousiast.

Niet zo zeer omdat hij het plan van Anijs zo geweldig vindt,

maar omdat het perfect past in zijn eigen dromen.

Als hij straks dat enorme bedrag voor zijn huis krijgt, dan kan hij makkelijk zijn neef helpen.

Het zal hem nog belangrijker maken.

Hij zal niet alleen een rijke man zijn, maar ook een filantroop.

Iemand die goede doelen steunt.

Hij schrijft terug naar Anijs.

Hij moedigt hem aan.

Hij zegt dat het geld geen probleem zal zijn.

Hij belooft hem een grote som geld.

De som die hij in zijn hoofd al heeft ontvangen van de hotelbouwers.

Maar in Amsterdam lopen de zaken niet zoals Vedder had gehoopt.

De directeuren van het hotel worden zijn koppigheid beu.

Ze hebben haast.

Het hotel moet gebouwd worden.

Ze komen met een nieuw radicaal plan.

Een architect stelt voor.

Waarom kopen we die huisjes?

We hebben ze niet per se nodig.

We kunnen het hotel er gewoon omheen bouwen.

Het klinkt gek, maar het is goedkoper dan de absurde prijs van Vedder betalen.

Het management van het hotel stemt in.

Ze trekken hun aanbod in.

Ze laten Vedder een brief sturen waarin staat dat ze zijn huis niet meer willen kopen.

De bouwwerkzaamheden beginnen.

Om hem heen wordt de grond afgegraven.

Er worden fundamenten gelegd.

Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat ze hun plan echt gaan uitvoeren.

Het enorme hotel zal als een monster om zijn kleine huisje heen groeien.

Voor Vedder is dit een catastrofe.

Het is een publieke vernedering.

Iedereen in de stad kan zien dat hij heeft verloren.

Zijn droom van rijkdom en status valt in duigen, maar het ergste is.

Hij heeft zijn neef Anijs geld beloofd.

Geld dat hij nu niet heeft.

Hij kan de waarheid niet vertellen, zijn trots is te groot.

Dus doet hij iets verschrikkelijks.

Hij liegt.

In zijn brieven naar Hoogeveen blijft hij optimistisch.

Hij schrijft dat er wat vertraging is, wat juridische details,

maar dat het geld er zeker komt.

Hij houdt de droom van zijn neef in leven met leugens,

omdat hij de realiteit van zijn eigen mislukking niet onder ogen kan zien.

In Hoogeveen is Anijs zich van geen kwaad bewust.

Hij vertrouwt zijn neef volledig.

Op basis van de beloftes van Vedder zet hij zijn plan in beweging.

Hij regelt alles.

Hij reist naar de haven van Rotterdam en wacht daar op een schip uit Rusland.

Van dat schip komt een groep van ongeveer 70 Joodse vluchtelingen,

mannen, vrouwen en kinderen.

Ze zijn uitgeput, arm en spreken geen woord Nederlands.

Anijs neemt ze mee terug naar Hoogeveen.

Het is een enorme schok voor het kleine gesloten dorp.

Wie zijn deze vreemde mensen?

Wat komen ze hier doen?

Anijs brengt ze onder in een paar leegstaande schuren.

Hij probeert voor ze te zorgen.

Hij koopt eten, dekens.

Hij probeert werk voor ze te regelen in het veen,

maar de lokale bevolking is vijandig.

Ze willen deze buitenlanders niet.

Anijs' situatie wordt wanhopig.

De vluchtelingen zijn afhankelijk van hem,

maar zijn geld raakt snel op.

De winter komt er aan.

De mensen worden ziek.

Hij heeft dringend het geld van Vedder nodig,

om de tickets voor de boot naar Amerika te kopen.

Hij schrijft steeds urgentere brieven naar Amsterdam.

Beste neef.

Wanneer komt het geld?

De situatie hier is onhoudbaar.

Ik heb je hulp nu nodig.

In Amsterdam leest Vedder deze brieven

met een groeiend gevoel van paniek.

Hij zit gevangen in zijn eigen leugen.

Hij heeft geen geld.

Hij heeft niets.

Zijn huis is nu een bouwput.

Het lawaai van de bouw is constant.

Zijn leven is een hel.

Hij probeert op allerlei manieren aan geld te komen.

Hij probeert één van zijn kostbare violen te verkopen,

maar niemand wil de prijs betalen die hij vraagt.

Hij probeert te speculeren op de beurs,

maar hij verliest alleen maar meer geld.

Hij wordt steeds wanhopiger.

De climax van het verhaal is hartverscheurend.

Anijs in Hoogeveen is aan het einde van zijn Latijn.

De vluchtelingen zijn boos en wanhopig.

De lokale autoriteiten dreigen in te grijpen.

Anijs ziet nog maar één uitweg.

Hij heeft een medisch instrument.

Een soort apparaat om de schedel te meten.

Hij gelooft, volgens de wetenschappelijke ideeën van die tijd,

dat hij aan de vorm van iemands schedel kan zien

of die persoon intelligent of crimineel is.

Hij wil dit gebruiken om te bewijzen

dat de Joodse vluchtelingen goede, hardwerkende mensen zijn.

Er is ook een gerucht dat een rijke, excentrieke man in de buurt

een grote beloning geeft

aan wie een bijzondere wetenschappelijke ontdekking kan doen.

In een laatste krankzinnige poging om aan geld te komen,

besluit hij een gevaarlijk experiment uit te voeren

op één van de vluchtelingen.

Het gaat vreselijk mis.

Het leidt tot een gewelddadige confrontatie

en de dood van Anijs zelf.

Zijn dromen om de wereld te verbeteren, eindigen in chaos en dood.

Op hetzelfde moment, in Amsterdam,

komt Vedder tot het besef dat hij alles verloren heeft.

Hij ontvangt het nieuws over de dood van zijn neef.

Hij begrijpt dat zijn trots, zijn leugens,

direct hebben geleid tot deze tragedie.

Hij is gebroken.

Hij sluit zich op in zijn huis,

terwijl het immense victoria hotel om hem heen wordt voltooid.

Hij sterft uiteindelijk alleen en vergeten.

In het kleine huis dat zijn trots en zijn gevangenis was.

De twee neven verbonden door bloed en ambitie vinden beiden hun ondergang.

Elk aan een andere kant van het land,

slachtoffers van hun eigen dromen.

Wat wil dit boek ons nou vertellen?

Het is meer dan alleen een tragisch verhaal.

Het gaat over grote thema's die vandaag de dag nog steeds relevant zijn.

Ten eerste, het thema van ambitie.

Zowel Vedder als Anijs hebben grote dromen.

Dat is op zich niet verkeerd.

Maar hun ambitie is niet puur.

Vedders ambitie is vergiftigd door trots en egoïsme.

Hij wil niet alleen succes,

hij wil bewijzen dat hij beter is dan anderen.

Anijs' ambitie is idealistisch,

maar ook naïef en een beetje arrogant.

Hij denkt dat hij in zijn eentje een complex wereldprobleem kan oplossen.

Zonder echt te luisteren naar de mensen die hij wil helpen.

Een ander belangrijk thema is miscommunicatie.

De neven communiceren via brieven.

Er is afstand, vertraging.

Ze projecteren hun eigen verlangens

en angsten op de woorden van de ander.

Vedder leest in Anijs' plan een kans voor zijn eigen glorie.

Anijs leest in Vedders brieven een zekerheid die er niet is.

Het boek laat zien hoe gevaarlijk het is als we niet echt met elkaar praten.

Als we aannames doen en de gaten invullen met onze eigen fantasieën.

Het is een les over het belang van eerlijkheid,

vooral tegenover jezelf.

En natuurlijk is het thema van vooruitgang versus traditie.

Het grote nieuwe hotel tegenover de kleine oude huisjes.

De moderne, snelle stad Amsterdam tegenover het langzame,

traditionele platteland van Drenthe.

Rosenboom laat zien dat vooruitgang niet altijd beter is.

De bouw van het hotel brengt welvaart,

maar vernietigt ook levens.

De oude wereld van Vedder, met zijn ambacht en zijn tradities,

wordt letterlijk en figuurlijk vermorzeld door de nieuwe economie.

Het boek stelt de vraag wat verliezen we als we alleen maar vooruit kijken.

Het einde van het boek is somber, maar ook poëtisch.

De twee neven zijn dood.

Hun dromen zijn uit elkaar gespat,

maar de twee huisjes in Amsterdam staan er nog steeds.

Ze zijn een monument geworden.

Niet een monument voor een held, maar een monument voor een mislukking.

Een stille herinnering aan de tragedie van Walter Vedder en Christof Anijs.

Elke keer als je nu langs het Victoria hotel loopt,

kun je die huisjes zien.

Ze vertellen een verhaal over de menselijke maat.

Over hoe kleine mensen met grote dromen kunnen worden verpletterd

door de krachten van de geschiedenis.

De economie en vooral door hun eigen menselijke zwaktes.

Publieke werken is een prachtig, rijk en complex boek.

Het is een historisch verhaal, maar het voelt heel modern.

De thema's van ambitie, de kloof tussen stad en platteland,

en de problemen van migratie en integratie zijn vandaag de dag

nog net zo actueel als in 1888.

Thomas Rosenboom heeft een meesterwerk geschreven

over de tragische kant van de menselijke natuur.

Het is een boek dat je aan het denken zet en dat je niet snel vergeet.

Het laat je zien dat achter de stenen van een stad,

achter de grote publieke werken, altijd persoonlijke menselijke verhalen schuilgaan.

Verhalen over liefde, verlies, trots en spijt.

Dit was Boekisodes van Dutch Fluency.

Voor een transcript van deze aflevering ga naar Dutchfluency.com slash transcript.

Maar wacht, ik was misschien wat te snel.

Voordat we echt afronden is er nog een aspect van het boek

dat ik absoluut moet benoemen, iets wat het lezen van publieke werken,

zo'n bijzondere ervaring maakt.

Dat is de taal.

Thomas Rosenboom gebruikt namelijk een heel specifieke

bijna ouderwetse stijl.

Zijn zinnen zijn lang, elegant en soms een beetje plechtig.

Het is de taal van de 19e eeuw.

Voor een lezer van nu en zeker voor iemand die Nederlands leert,

kan dat in het begin een uitdaging zijn.

Je moet er even inkomen.

Maar als je eenmaal gewend bent, is het fantastisch.

De taal is geen obstakel, maar een essentieel onderdeel van het verhaal.

Het trekt je de wereld van Vedder en Anijs in.

Je voelt de sfeer van die tijd.

De formele omgangsvormen, de zorgvuldig gekozen woorden in hun brieven.

Het is alsof je niet alleen over het verleden leest,

maar het ook een beetje proeft.

En dat brengt me bij Christof Anijs, de neef in Drenthe.

Zijn verhaal is net zo tragisch als dat van Vedder,

maar op een andere manier.

Anijs ziet de armoede en de uitzichtloze situatie van de veenarbeiders om zich heen.

Hij is apotheker, een man van wetenschap en status in zijn kleine gemeenschap.

Gedreven door een mix van oprecht medelijden en persoonlijke trots,

bedenkt hij een groots plan.

Hij wil een groep van deze arme families helpen emigreren naar Amerika.

Dit is zijn publieke werk.

Hij regelt alles tot in de kleinste details,

maar vergeet het belangrijkste.

Echt luisteren naar de mensen zelf.

Hij behandelt ze als een project, niet als individuen,

met hun eigen wil en angsten.

Net als Vedder is Anijs blind voor de realiteit

door zijn eigen ambitie.

Hij denkt dat hij alles onder controle heeft,

maar de situatie glipt langzaam door zijn vingers.

De communicatie of beter gezegd het gebrek daaraan is de motor van de tragedie.

Vedder en Anijs schrijven elkaar lange brieven.

Ze wonen ver van elkaar en hun brieven zijn de enige verbinding,

maar in die brieven zijn ze niet helemaal eerlijk.

Ze schetsen een beeld van zichzelf dat mooier is dan de werkelijkheid.

Vedder doet alsof hij een rijk en invloedrijk man is in Amsterdam.

Anijs presenteert zijn emigratieproject als een gegarandeerd succes.

Ze lezen in elkaars brieven wat ze willen lezen.

Ze bouwen een luchtkasteel van verwachtingen,

dat op een gegeven moment wel moet instorten.

Hun trots en hun onvermogen om kwetsbaarheid te tonen,

maken een open en eerlijk gesprek, onmogelijk.

En juist dat is hun ondergang.

Daartegenover staan hun vrouwen.

Martha Vedder en Aaltje Anijs.

Ze zien met lede ogen aan hoe hun mannen zichzelf in de problemen werken.

Ze zijn de stem van de realiteit.

Martha voelt dat de beloftes van het hotel niet kloppen.

Aaltje maakt zich zorgen over de financiële risico's van het emigratieplan.

Maar in de wereld van 1888 hebben ze weinig in te brengen.

Hun rol is die van de stille zorgzame partner.

Ze kunnen alleen maar waarschuwen en hopen dat er naar hen geluisterd wordt.

Dat dit niet gebeurt maakt het verhaal extra pijnlijk.

Hun zorgen en hun verdriet vormen de stille private wereld

achter de grote publieke ambities van hun mannen.

Dus ja, Publieke Werken is een verhaal over architectuur en stadsontwikkeling.

Maar het is zoveel meer.

Het is een boek over taal, over misverstanden,

over de gevaren van trots en de stille kracht van degenen die op de achtergrond blijven.

Het laat zien hoe grote dromen kunnen veranderen in nachtmerries.

Niet door een grote boze vijand.

Maar door hele herkenbare menselijke fouten.

Een aanrader dus voor iedereen die houdt van een diepgaand historisch verhaal dat je nog lang bijblijft.

Lees het.

En de volgende keer dat je langs het Victoria hotel in Amsterdam loopt,

zul je het met andere ogen bekijken.

Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van Boekisodes.

Ik hoop dat je ervan genoten hebt.

Tot de volgende keer.

Dat is een s

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze