

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik heet Rick en ik woon in Den Haag.
Gisteren hoorde ik een verhaal dat me de hele dag bezighield.
Het ging over een Turkse komiek die heel populair is.
Hij maakte grappen in zijn show, maar één grap vond de president niet leuk.
De politie hield de komiek aan.
Dat vond ik een vreemde zaak.
Ik zat in de keuken met een kop koffie.
Mijn buurman, een oude man met een grijze baard, kwam binnen.
Hij heet Karel en hij kijkt altijd naar het nieuws.
'Heb je het gehoord, Rick?' vroeg hij.
'Die komiek uit Turkije is opgepakt.
Hij zei iets over de president in zijn show.' Ik schudde mijn hoofd.
'Ja, ik las het op mijn telefoon.
Het is een beetje eng, vind je niet?
Je kunt toch grappen maken in een show?' Karel zuchtte.
'Vroeger kon dat wel, maar nu niet meer.
De president heeft geen geduld voor grappen.
De komiek zei dat de president te veel macht heeft.
Dat was te veel voor de politie.' Ik dronk mijn koffie en dacht na.
'Maar een grap is toch een grap?
Het is niet serieus bedoeld.' 'Nee,' zei Karel, 'maar de president ziet het anders.
Hij wil dat mensen hem niet belachelijk maken.
De komiek zit nu in een cel.
Zijn familie is heel ongerust.' Ik voelde me een beetje verdrietig.
In Nederland kunnen we vaak lachen om onze politici.
We maken grappen over de minister-president en niemand wordt boos.
Maar in Turkije is dat anders.
De komiek heeft een fout gemaakt, maar is het echt een fout?
Hij wilde alleen mensen laten lachen.
Later die dag liep ik naar de markt.
Ik zag een Turkse bakker, Mehmet, die ik goed ken.
Hij verkoopt heerlijk brood.
Ik vertelde hem over het verhaal.
Mehmet knikte langzaam.
'Ja, ik ken die komiek.
Hij is heel grappig.
Maar in Turkije moet je voorzichtig zijn met wat je zegt.
De president is niet blij met grappen over hem.' 'Maar is dat eerlijk?' vroeg ik.
'Een komiek doet zijn werk.
Hij maakt mensen blij.' Mehmet haalde zijn schouders op.
'Eerlijk of niet, het is de wet.
De rechter beslist nu wat er gebeurt.
Ik hoop dat hij vrijkomt, maar ik weet het niet.' Ik kocht een brood en liep terug naar huis.
De zon scheen, maar ik voelde me niet vrolijk.
Het verhaal van de komiek bleef in mijn hoofd.
Ik dacht aan mijn eigen leven.
Ik maak ook wel eens grappen over mijn baas of over de politiek.
Maar ik hoef nooit bang te zijn dat de politie aan mijn deur klopt. 's Avonds at ik een boterham met kaas.
Mijn telefoon ging.
Het was mijn vriendin Sanne.
'Heb je het nieuws gezien?' vroeg ze.
'Die komiek is nog steeds vast.
Zijn show is afgelast.
De mensen zijn boos.' 'Ja, ik weet het,' zei ik.
'Het is een rare situatie.
Ik hoop dat hij snel naar huis kan.' Sanne zei: 'Ik ook.
Het is niet leuk om te zien hoe iemand wordt gestraft voor een grap.
Maar zo werkt het in sommige landen.' We praatten nog een tijdje.
Daarna hing ik op en keek ik uit het raam.
De straat was rustig.
Een kat liep langs de stoep.
Ik dacht aan de komiek en zijn familie.
Ze moeten zich heel alleen voelen.
Ik besloot morgen naar de bibliotheek te gaan.
Ik wil meer lezen over Turkije en over hoe het daar werkt.
Misschien begrijp ik het dan beter.
Maar één ding weet ik zeker: ik ben blij dat ik in Nederland woon, waar ik kan lachen zonder problemen.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze