

Woordenschat
Er is een man, de man heet Jan. Jan is van Braband. Braband is een plaats in Nederland. Jan heeft een idee. Het idee is groot. Jan zegt ik wil een verenigd Braband. Jan zegt ook.
There is a man, the man's name is Jan. Jan is from Brabant. Brabant is a place in the Netherlands. Jan has an idea. The idea is big. Jan says I want a united Brabant. Jan also says.
Ik wil een verenigd Limburg. Limburg is ook een plaats in Nederland. Jan wil meer. Hij wil de Benelux.
De Benelux zijn Nederland, België en Luxemburg. Jan vraagt, wil jij dat ook? Hij vraagt dat aan jou. Hij vraagt dat aan mij. Hij vraagt dat aan iedereen. Jan wil weten wat wij willen.
Hij wil weten wat jij wil. Hij wil weten wat ik wil. Jan krijgt veel antwoorden. De antwoorden zijn goed en slecht.
Zommige mensen zeggen, ja. Zij willen ook een verenigd Braband. Zij willen ook een verenigd Limburg. Zij willen ook de Benelux.