

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik koop iets op het internet.
Het is iets dat ik snel nodig heb.
De webwinkel zegt, voor 23, 50 besteld, morgen in huis.
Ik bestel het om 20 noordoei.
Ik betaal ook om 20.02.
Postenel gaat mijn pakket bezorgen.
Ik krijg een code.
Ik kan zien waar mijn pakket is.
Ze zeggen, wij bezorgen uw pakket morgen tussen 08.00 en 22.00.
Dat is goed, ik heb geen haast.
Maar de volgende dag is er geen pakket.
Ze zeggen dat ze het niet kunnen bezorgen.
De volgende dag hetzelfde.
Geen pakket.
Het is vrijdag, het is 22 no.
Ik heb nog steeds geen pakket.
Dan krijg ik een bericht.
Ze zeggen, we kunnen het pakket niet bezorgen.
Maandag is de volgende dag.
Het is maandag.
Ik heb vrij.
Ik wacht op mijn pakket.
Maar de bezorger komt niet naar mijn huis.
Hij gaat naar de buren.
Hij beeld aan.
De buren zijn niet thuis.
De bezorger neemt het pakket mee.
Postenel zegt.
Het pakket is bij de buren.
Maar de buren zijn niet thuis.
Ik heb geen pakket.
Ik ben boos op postenel.
Upteet.
Sommige mensen zeggen.
Ga naar de winkel.
Maar de winkel is ver weg.
Het is in groeningen.
Er zijn geen andere winkels.
Sommige mensen zeggen.
Gebruik D.H.L.
Ja, D.H.L is goed.
Maar ik kan niet kiezen.
De winkel kiest.
En sommige mensen zeggen.
Ga naar een postenel punt.
Maar het punt is niet altijd open.
En soms is het pakket te groot.
Het pas niet in de muur.
Andere postenel punten zijn 20 kilometer er verderop.
Ik ben nog steeds boos op postenel.
Ik wil mijn pakket.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze