

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Kees woont in een stad.
Hij werkt bij een auto-firma.
De firma maakt veel auto's.
Kees is blij met zijn werk.
Elke dag gaat hij naar de firma.
Hij ziet veel auto's.
De auto's zijn groot en mooi.
Kees maakt auto's met zijn handen.
Hij is trots op zijn werk.
Op een dag komt de chef.
De chef is een man.
Hij heeft een papier in zijn hand.
Hij zegt: "Kees, kom hier." Kees loopt naar de chef.
De chef zegt: "De firma heeft een plan.
Wij maken minder auto's." Kees kijkt naar de chef.
Hij zegt: "Minder auto's?
Waarom?" De chef zegt: "De mensen kopen minder auto's.
De firma heeft veel auto's.
Er is geen plek voor alle auto's." Kees denkt: "Wat betekent dit voor mij?" Hij is niet blij.
Hij gaat naar huis.
Zijn vrouw heet Saar.
Saar zit in de keuken.
Zij drinkt thee.
Kees zegt: "Saar, de firma maakt minder auto's." Saar zegt: "En dan?" Kees zegt: "Ik weet het niet.
Misschien moet ik stoppen." Saar zegt: "Kom, wij eten eerst.
Dan praten wij." Kees en Saar eten brood met kaas.
Kees eet niet veel.
Hij denkt aan zijn werk.
Saar zegt: "Jij bent een goede man.
Jij vindt een ander werk." Kees zegt: "Ik hou van mijn werk.
Ik wil niet stoppen." Saar zegt: "Wij wachten.
Wij zien wel." De volgende dag gaat Kees naar de firma.
De chef roept alle mensen.
Hij zegt: "Wij hebben een plan.
De firma blijft open.
Maar wij maken minder auto's.
Sommige mensen gaan naar een ander deel.
Jij, Kees, jij blijft.
Jij maakt kleine auto's." Kees is blij.
Hij zegt: "Ik maak kleine auto's?" De chef zegt: "Ja, kleine auto's zijn goed.
Mensen kopen kleine auto's." Kees gaat naar zijn nieuwe plek.
Hij ziet kleine auto's.
Ze zijn blauw en rood.
Kees lacht.
Hij zegt: "Kleine auto's zijn leuk." Hij maakt een kleine blauwe auto.
Hij is trots.
Zijn collega's zijn ook blij.
Een collega zegt: "Kees, jij bent goed." Kees zegt: "Dank je." Na een week komt de chef weer.
Hij zegt: "Kees, de kleine auto's zijn goed.
De mensen kopen ze.
De firma is blij." Kees lacht.
Hij zegt: "Ik ben ook blij." De chef zegt: "Jij krijgt meer geld." Kees zegt: "Echt?
Dat is fijn." Kees gaat naar huis.
Hij zegt tegen Saar: "Ik maak kleine auto's.
De chef is blij.
Ik krijg meer geld." Saar lacht.
Zij zegt: "Zie je wel.
Alles komt goed." Kees en Saar drinken koffie.
Kees zegt: "Ik ben gelukkig.
Ik heb een goed leven." Saar zegt: "Ja, wij hebben elkaar." Kees denkt aan de grote auto's.
Hij zegt: "Grote auto's zijn mooi.
Maar kleine auto's zijn ook mooi." Hij kijkt naar de straat.
Hij ziet een kleine blauwe auto.
Hij lacht.
Hij zegt: "Die auto maak ik." Saar lacht ook.
Zij zegt: "Jij bent een goede man." Kees en Saar zitten in de tuin.
De zon schijnt.
Kees zegt: "Het leven is goed." Saar zegt: "Ja, met jou." Kees lacht.
Hij drinkt zijn koffie.
Hij is tevreden.
Hij heeft werk.
Hij heeft Saar.
Hij heeft een huis.
Alles is goed.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze