Alle podcasts

Het Rode Bord in de Zee

Hallo.

Ik ben Rick.

Ik help met de taal.

Vandaag vertel ik een verhaal.

Het verhaal gaat over Lars.

Lars is een jonge man.

Lars woont in Zandvoort.

Zandvoort is een stad.

De stad is bij de zee.

Lars woont met zijn hond.

De hond heet Max.

Het is ochtend.

De zon schijnt vandaag.

Het is heel warm.

De lucht is heel blauw.

Lars is heel blij.

Hij zegt: "Kom Max." "Wij gaan naar het strand." Het strand is mooi.

Het zand is geel.

Lars heeft een bord.

Het bord is voor de zee.

Het bord is groot.

Het bord is rood.

Lars neemt het bord mee.

Lars en Max lopen.

Zij lopen naar de zee.

Max rent op het zand.

Max speelt met een bal.

De bal is blauw.

Lars speelt met het bord.

Hij gaat in de zee.

Lars is heel blij.

Hij springt in de golven.

De golven zijn hoog.

Lars valt van het bord.

Lars zwemt naar het zand.

Hij is bij Max.

Maar waar is het bord?

Het bord is in de zee.

Het bord gaat heel ver.

Lars ziet het bord niet.

Lars heeft honger.

Hij loopt naar een winkel.

De winkel is op het strand.

Hij koopt een broodje.

Het broodje is met kaas.

Lars eet het broodje.

Max krijgt ook een stukje.

Max eet de kaas.

Lars zit op het zand.

Hij kijkt naar de zee.

Hij ziet een boot.

De boot is heel groot.

De boot is oranje.

Mannen zitten in de boot.

De mannen kijken goed.

Zij zoeken een man.

Zij zien het rode bord.

Het bord is alleen.

De mannen denken aan Lars.

Zij denken: waar is hij?

De boot vaart naar het zand.

Een man stapt uit de boot.

De man heet Bas.

Bas loopt op het zand.

Bas ziet Lars.

Lars eet zijn broodje.

Bas loopt naar Lars.

Bas zegt: "Hallo." Lars zegt: "Hallo." Bas wijst naar de boot.

Bas zegt: "Zie jij de boot?" Lars zegt: "Ja, ik zie de boot." Bas zegt: "Wij zoeken een man." Bas zegt: "Wij zien een bord." Bas zegt: "Het bord is rood." Lars zegt: "Dat is mijn bord!" Bas kijkt naar Lars.

Bas lacht een beetje.

Bas zegt: "Jij bent hier." Bas zegt: "Jij eet een broodje." Lars zegt: "Ja, ik eet." Bas zegt: "Wij zoeken jou." Bas zegt: "Dat is niet goed." Bas heeft een pen.

De pen is zwart.

Bas geeft de pen.

Bas zegt: "Schrijf je nummer." Lars zegt: "Mijn nummer?" Bas zegt: "Ja, je telefoon." Bas zegt: "Schrijf het op het bord." Lars zegt: "Dat is slim." Lars pakt de pen.

Lars schrijft zijn nummer.

Hij schrijft op het bord.

Nu staat het nummer daar.

Bas is heel blij.

De mannen in de boot zijn blij.

Lars is ook blij.

Lars heeft zijn bord terug.

Lars eet zijn broodje op.

De boot gaat weer weg.

Lars gaat weer spelen.

Hij speelt in de zee.

Het bord is nu goed.

Het nummer is heel groot.

Iedereen ziet het nummer.

Lars valt weer van het bord.

Het bord gaat weer ver.

Een andere boot komt.

De boot ziet het bord.

De boot ziet het nummer.

De boot belt Lars.

Lars zit op het zand.

Lars heeft een telefoon.

De telefoon gaat over.

Lars zegt: "Hallo met Lars." De boot zegt: "Wij hebben je bord." Lars lacht heel hard.

Hij zegt: "Dank je wel." Het nummer is heel handig.

Lars koopt nog een broodje.

Hij eet en hij kijkt.

De zee is heel mooi.

Max slaapt op het zand.

Lars houdt van zijn bord.

Lars houdt van zijn broodje.

Lars houdt van zijn hond.

Dit is een goede dag.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze