Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Verslaafde Duim

Mark and his girlfriend Lisa are having dinner at their favorite restaurant in Utrecht.

Mark keeps checking his phone under the table, and Lisa has finally had enough.

What starts as a quiet dinner quickly turns into a confrontation about their smartphone habits.

Lisa: Mark?

Mark!

Ben je er nog wel?

Mark: Hmm?

Ja, sorry.

Ik luister.

Je zei iets over je moeder?

Lisa: Ik zei dat mijn moeder volgende week komt logeren.

Maar dat heb ik nu al drie keer gezegd.

Je hebt je eten nog niet eens aangeraakt.

Mark: Jawel, het is gewoon nog heet. *legt telefoon op tafel* Zo, die ligt weg.

Lisa: Dat zei je tien minuten geleden ook.

Maar toen pakte je hem weer op omdat je een "belangrijk mailtje" moest sturen.

Mark: Dat was ook belangrijk!

Het ging over die klus op vrijdag.

Lisa: We zijn aan het eten.

Samen.

Voor het eerst in twee weken dat we allebei vroeg thuis zijn.

En jij zit de hele tijd op Instagram te scrollen.

Mark: Ik zat niet op Instagram.

Ik was even aan het kijken of er iets binnen was gekomen van de zaak.

Lisa: Mark, ik zie het scherm.

Je duim ging de hele tijd omhoog.

Dat is toch niet het gebaar voor "even een mailtje sturen"?

Mark: Oké, oké.

Je hebt gelijk.

Maar je weet hoe het is.

Die telefoon trilt de hele tijd en dan wil je gewoon even kijken.

Lisa: Het trilt niet eens.

Hij staat op stil.

Ik zie het lichtje branden onder de tafel.

Mark: Hoe weet jij dat nou weer?

Lisa: Omdat ik ook niet blind ben, Mark.

En omdat ik al drie jaar met je samen ben.

Ik weet precies wanneer je weer zit te kijken.

Mark: *zucht* Het spijt me.

Echt.

Ik doe hem in mijn zak.

Kijk, daar gaat hij.

Lisa: Dat zei je net ook.

En twee minuten later lag hij weer naast je bord.

Mark: Maar nu doe ik hem echt weg.

Beloofd.

Lisa: Waarom moet je telefoon eigenlijk altijd zo dichtbij liggen?

Kun je hem niet in je jas laten?

Mark: En als er dan iets met mijn moeder is?

Of met mijn zus?

Die woont alleen, weet je nog?

Lisa: Je moeder belt wel naar de vaste lijn als het echt belangrijk is.

En je zus appt je al de hele dag.

Volgens mij kan ze prima zonder jou.

Mark: Nou, dat weet ik niet hoor.

Vorige week had ze nog een lekke band en toen heeft ze me drie keer gebeld.

Lisa: En wat kon jij daaraan doen vanaf je werk?

Mark: Nou, ik kon haar de sleepdienst laten bellen, dat heb ik ook gedaan.

Lisa: Precies.

Je hoeft dus niet 24/7 bereikbaar te zijn voor alles.

Een telefoon is een hulpmiddel, geen verlengstuk van je arm.

Mark: Dat is makkelijk gezegd voor iemand die haar telefoon nooit kwijt is.

Lisa: Ha!

Ik weet heel goed waar mijn telefoon is.

In mijn tas.

Op stil.

Met de meldingen uit.

Mark: Maar je kijkt er zelf ook de hele dag op.

Ik zie je wel op de bank met je iPad.

Lisa: Dat is anders.

Ik lees een boek op mijn iPad.

En ik kijk niet tijdens het eten.

Mark: Nee, jij kijkt tijdens het ontbijt.

En in de auto.

En voor het slapen gaan.

Lisa: Dat doet iedereen, Mark.

Het gaat erom dat we momenten samen hebben zonder schermen.

Mark: Dus jij wilt dat we nooit meer een telefoon gebruiken als we samen zijn?

Lisa: Nee, dat zeg ik niet.

Ik zeg dat we afspraken moeten maken.

Zoals: geen telefoon aan tafel tijdens het eten.

Mark: Ook niet als ik even iets moet opzoeken?

Lisa: Wat moet jij dan opzoeken tijdens het eten?

Het weer voor morgen?

Dat kun je ook na het eten doen.

Mark: Maar stel dat we het over iets hebben en ik wil even iets checken?

Lisa: Dan zeg je: "Even checken." En dan is het goed.

Maar niet stiekem onder de tafel doen alsof je luistert.

Mark: Ik luisterde wel!

Ik kan echt wel twee dingen tegelijk.

Lisa: Nee, dat kun je niet.

Je hebt me net drie keer laten herhalen wat ik zei.

Je was met je hoofd bij die telefoon.

Mark: Oké, je hebt gelijk.

Het is een slechte gewoonte.

Ik zal eraan werken.

Lisa: "Er aan werken." Dat zegt iedereen.

Maar het gaat om doen, niet om zeggen.

Mark: Wil je dat ik hem nu aan jou geef?

Dan kun jij hem vasthouden tot we klaar zijn met eten.

Lisa: Dat is ook weer zo kinderachtig.

We zijn geen twaalf meer.

Mark: Nou, wat wil je dan?

Een telefoonverbod?

Moet ik een ouderwetse Nokia kopen?

Lisa: *lacht* Dat zou eigenlijk nog zo gek niet zijn.

Maar nee, ik wil gewoon dat je aanwezig bent.

Hier en nu.

Met mij.

Mark: Dat ben ik.

Kijk, ik kijk je aan.

Ik zie je.

Je hebt mooie ogen vandaag.

Lisa: Vandaag?

Je bedoelt altijd.

Mark: Ja, altijd.

Maar vandaag zie ik ze ook echt.

Lisa: Je bent een charmeur, maar dat gaat je niet redden.

Mark: Wat moet ik dan doen om me te redden?

Lisa: Je telefoon uitzetten.

Niet op stil, maar echt uitzetten.

Voor de rest van de avond.

Mark: Uitzetten?

Maar dan mis ik misschien iets belangrijks!

Lisa: Wat is er nou zo belangrijk dat het niet tot morgenochtend kan wachten?

Mark: Je weet nooit wat er kan gebeuren.

Lisa: Mark, je bent geen hartchirurg.

Je verkoopt verzekeringen.

Niemand belt je midden in de nacht voor een levensreddende operatie.

Mark: Nou, dat weet je niet.

Stel dat er een klant is met een spoedgeval?

Lisa: Dan belt hij morgenochtend wel.

Geloof me, de wereld draait door zonder jouw telefoon.

Mark: *pakt telefoon* Oké.

Kijk.

Ik doe hem uit. *houdt telefoon omhoog en zet hem uit* Zie je?

Uit.

Lisa: Echt uit?

Niet gewoon op zwart scherm?

Mark: Echt uit.

Kijk, geen lichtje meer.

Niets.

Lisa: *glimlacht* Mooi.

En hoe voelt dat?

Mark: Raar.

Alsof ik iets mis.

Mijn hand voelt leeg.

Lisa: Dat went wel.

Geef het een paar minuten.

Mark: En wat doen we nu?

Zonder telefoon?

Lisa: Nou, we kunnen praten.

Of we kunnen naar huis gaan en iets anders doen.

Mark: *grijnst* Ik heb wel een idee wat we dan kunnen doen.

Lisa: Mark!

We zijn nog niet eens klaar met eten.

Mark: Sorry, sorry.

Oké, vertel me nog eens over je moeder.

Wanneer komt ze precies?

Lisa: Volgende week donderdag.

En ze blijft tot zondag.

Mark: Drie dagen?

Dat is best lang.

Lisa: Ja, ze komt voor de intocht van Sinterklaas.

Ze wil met ons naar de intocht in Utrecht.

Mark: Oh ja, de intocht.

Was dat niet vorige week al?

Lisa: Nee, die is aanstaande zaterdag.

In Utrecht is de landelijke intocht dit jaar.

Mark: O ja, dat klopt.

Mijn collega had het erover.

Hij gaat met zijn kinderen.

Lisa: Precies.

En mijn moeder wil dus mee.

En ze vroeg of we daarna ergens gaan eten.

Mark: Dat kan.

We kunnen naar die tent aan de Oudegracht gaan.

Die met die bitterballen.

Lisa: Ja, die is leuk.

Maar we moeten wel een tafel reserveren.

Het zal druk zijn.

Mark: Zullen we dan morgen even bellen?

Lisa: Kijk, dit is nou precies wat ik bedoel.

Je wilt meteen je telefoon pakken.

Mark: Nee, morgen.

Niet nu.

Ik heb geen telefoon, weet je nog?

Lisa: *lacht* Goed zo.

Zie je wel?

Je kunt het wel.

Mark: Het is eigenlijk best rustig zo.

Zonder dat ding.

Lisa: Zeg dat nog eens over een uur, als je begint te trillen.

Mark: Ik zal niet trillen.

Ik ben sterk.

Lisa: We zullen zien.

De ober komt eraan.

Zal ik nog een drankje bestellen?

Mark: Ja, doe maar.

Een speciaalbiertje.

Ik hoef niet meer te rijden vanavond.

Lisa: O nee?

En je auto dan?

Mark: Die laat ik hier staan.

We kunnen wel met de bus naar huis.

Of lopen.

Het is mooi weer.

Lisa: Kijk eens aan.

De man zonder telefoon wordt opeens heel spontaan.

Mark: Misschien is dat wel het geheim.

Geen telefoon, geen zorgen.

Lisa: Dat zeg je nu.

Wacht maar tot morgenochtend als je tien gemiste oproepen hebt.

Mark: Daar zien we dan wel weer.

Voor nu: proost.

Lisa: Proost.

Op een avond zonder schermen.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze