Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Nacht van de Rivier

Het is maandagochtend.

De zon schijnt op het water.

Karel staat op zijn boot.

Hij kijkt naar de lucht.

Het is een mooie dag voor een reis.

Karel werkt op een groot schip.

Hij brengt spullen van Amsterdam naar Duitsland.

Zijn boot heet 'De Blije Eend'.

Karel houdt van zijn werk.

Hij is de baas op het water.

Vandaag hoort Karel iets nieuws.

Zijn vriend Jan belt hem op.

'Karel, heb je het gehoord?' vraagt Jan.

'Het water is 's nachts dicht.

Van elf uur tot zes uur.

Niemand mag dan varen.' Karel schrikt.

'Waarom?' vraagt hij.

'Ik weet het niet precies,' zegt Jan.

'Misschien voor werk aan de kant.

Of voor de natuur.' Karel denkt na.

'Dat is lastig voor mij.

Ik vaar vaak 's nachts.' Karel drinkt zijn koffie.

Hij kijkt naar de kaart.

Zijn reis duurt normaal twee dagen.

Nu moet hij sneller varen.

Of hij moet wachten.

Wachten is niet leuk.

Maar Karel is rustig.

Hij heeft een plan.

'Ik begin vroeg,' zegt hij tegen zichzelf.

'Dan ben ik voor elf uur klaar.' Die middag vaart Karel naar het noorden.

Het water is stil.

De lucht is blauw.

Hij ziet vogels boven het water.

Een reiger staat aan de kant.

Karel zwaait.

De reiger kijkt niet terug.

Karel lacht.

'Jij hebt ook een rustig leven,' zegt hij.

Om vijf uur stopt Karel bij een kleine stad.

Hij wil even eten.

Hij loopt naar een café.

De eigenaar heet Meneer De Vries.

Hij kent Karel goed.

'Hallo Karel!

Wat wil je vandaag?' vraagt hij.

'Een broodje kaas en een kop soep,' zegt Karel.

'En een glas water, alsjeblieft.' Meneer De Vries brengt het eten.

Karel eet langzaam.

Hij kijkt naar de mensen op straat.

Een meisje fietst voorbij.

Ze lacht.

Karel denkt: 'Het leven is mooi.' Na het eten gaat Karel terug naar zijn boot.

Het is nu zeven uur.

Hij heeft nog vier uur.

Hij vaart verder.

De zon gaat onder.

De lucht wordt oranje en rood.

Karel vindt dat mooi.

Hij zet zijn lampen aan.

Het water wordt donker.

Karel is niet bang.

Hij kent de weg goed.

Om tien uur is Karel bij de grote brug.

Hij moet wachten.

Er is een ander schip voor hem.

Het schip is langzaam.

Karel kijkt op zijn horloge.

Tien over tien.

Kwart over tien.

Half elf.

Karel wordt onrustig.

'Kom op, kom op,' zegt hij.

Het andere schip vaart eindelijk door.

Karel vaart ook.

Hij is nu vlakbij de plek waar hij moet zijn.

Het is vijf voor elf.

Karel ziet de haven.

Hij vaart rustig naar binnen.

Hij legt zijn boot vast aan de kant.

Het is precies elf uur.

Karel zucht.

'Gelukt,' zegt hij.

Hij is op tijd.

Hij kan nu rustig slapen.

Karel gaat naar binnen.

Hij maakt een kop thee.

Hij zit in zijn kleine keuken.

Het is stil.

Hij hoort alleen het water tegen de boot.

Karel voelt zich blij.

Hij heeft zijn doel bereikt.

Morgen gaat hij verder.

Maar nu eerst slapen.

Karel doet zijn lamp uit.

Het is donker in de boot.

Buiten schijnt de maan op het water.

Karel ligt in zijn bed.

Hij denkt aan de dag.

Het was een goede dag.

Hij heeft iets geleerd: met een goed plan kom je ver.

Karel glimlacht.

Dan valt hij in slaap.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze