

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben een man, ik heb een idee. Het is een goed idee, denk ik. Ik wil pannenkoeken maken, maar niet zo maar pannenkoeken.
Ik wil groene pannenkoeken maken. Mijn vriendin, zij is een vrouw, zegt groene pannenkoeken. Dat is raar.
Maar ik ga het doen. Ik heb melk, ik heb spinatie, ik heb pannenkoeken mix en ik heb eieren.
Ik doe de spinatie en de melk in een blender. De blender maakt veel lawaai. Dan doe ik ik de mix en de eieren erbij.
Ik meng alles goed. Nu is het beslag groen. Ik zet de pan op het vuur. Het vuur is laag.
Ik doe een beetje boter in de pan. De boter smelt. Ik giet wat beslag in de pan. De pannenkoek bakt.
Hij wordt snel bruin. Ik draai de pannekoek om. Hij is groen en bruin. Het ziet er raar uit.
Ik bak de pannekoek klaar. Ik leg hem op een bord. Ik proef de pannekoek.
Hij smaakt een beetje naar spinatie. Het is even wennen. Maar het is niet slecht. Het is eigenlijk best goed.
Mijn vriendin proeft ook. Zij zegt, het is niet zo slecht als ik dacht. Zij vind het ook goed. Ik maak meer pannekoeken.
Alle pannekoeken zijn groen. Wij eten alle pannekoeken op. Wij zijn blij. Groene pannekoeken zijn goed.
Misschien maak ik ze zondag weer. Het is een beetje raar, maar het is goed. Soms moet je gewoon iets nieuws proberen.
Doe normaal is mijn motto.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze