Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Dag Dat de Grond Bewoog

Het was een gewone dinsdag in Bogotá.

Sofia zat aan haar keukentafel met een kop koffie.

Ze keek door het raam naar de straat buiten.

De kinderen speelden.

Een man liep met zijn hond.

Alles zag er rustig uit.

Maar toen begon de grond te schudden.

Sofia stond snel op.

Ze greep de tafel vast.

De kopjes vielen op de vloer.

Het geluid was hard en eng.

Na een paar seconden stopte het schudden.

Sofia ademde diep in en keek om zich heen.

Haar keuken was een beetje kapot, maar zij was oké.

Buiten was het anders.

Veel gebouwen in de buurt hadden grote schade.

Muren waren gevallen.

Daken lagen op straat.

Sofia liep naar buiten en zag haar buurvrouw Carmen staan.

Carmen huilde zachtjes.

"Mijn broer," zei Carmen.

"Hij woont aan de andere kant van de stad.

Ik kan hem niet bereiken." Sofia pakte haar hand vast.

"We proberen het samen," zei ze rustig.

De twee vrouwen liepen door de straat.

Overal waren mensen bezig.

Sommigen hielpen hun buren.

Anderen zochten naar familieleden.

Een groep mannen werkte hard om stenen weg te halen van een gevallen muur.

Onder die muur lagen misschien nog mensen.

Sofia keek naar de mannen.

Ze werkten al uren.

Hun handen waren vuil en hun gezichten waren moe.

Maar ze stopten niet.

Ze bleven graven en roepen.

Soms hoorden ze een stem.

Dan werkten ze nog harder.

Carmen probeerde haar broer opnieuw te bellen.

Eindelijk nam hij op.

Ze sprak snel en huilde tegelijk.

"Hij is oké," zei ze tegen Sofia.

"Hij is oké.

Zijn huis heeft schade, maar hij leeft." Sofia voelde opluchting in haar borst.

Ze glimlachte.

Maar tegelijk dacht ze aan de andere mensen.

Niet iedereen had zulk goed nieuws gekregen die dag.

Bijna driehonderd mensen waren gestorven door de aardbeving.

Dat was een groot en verdrietig getal.

Die avond zat Sofia weer aan haar keukentafel.

Ze had de vloer schoongemaakt en nieuwe kopjes gepakt.

Op de radio hoorde ze meer nieuws over de ramp.

Teams uit andere landen waren al onderweg naar Colombia.

Ze kwamen helpen zoeken naar mensen die nog leefden.

Sofia dacht aan die teams.

Ze kwamen van ver.

Ze kenden de mensen niet.

Maar ze kwamen toch.

Dat vond ze bijzonder.

Ze pakte haar telefoon en zocht naar een organisatie die hulp stuurde naar Colombia.

Ze vond er een.

Ze doneerde een klein bedrag.

Het was niet veel.

Maar het voelde goed om iets te doen.

Carmen klopte aan de deur.

Ze had een fles wijn bij zich.

"Mijn broer leeft," zei ze.

"Dat moeten we vieren.

Maar ook denken aan de anderen." Ze gingen samen aan tafel zitten.

Ze dronken wijn en praatten zachtjes.

Buiten was de stad stil.

Maar de mensen werkten nog steeds.

In het donker, met lampen en handen, bleven ze zoeken.

Ze gaven de hoop niet op.

Sofia keek naar Carmen en dacht: mensen zijn soms heel klein tegenover de natuur.

Maar ze helpen elkaar.

Dat maakt hen groot.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze