Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Oude Man en de Zee: Een Episch Gevecht

Hallo en welkom bij Bookie Zoets, de podcast van Dutch Fluency, maar we elke dag een

beroemd boek samenvatten.

Ik ben Rick en ik ben blij dat je luistert.

Vandaag hebben we een heel speciaal en beroemd verhaal.

Stel je eens voor, je bent een visser.

Vissen is je leven, het is alles wat je doet.

Maar je hebt al 84 dagen niets gevangen, 84 dagen.

De andere vissers lachen je een beetje uit.

De ouders van je beste vriend, een jonge jongen, zeggen dat hij niet meer met jou mag vissen.

Je hebt geen geluk, zeggen ze.

Wat doe je dan?

Stop je ermee?

Geef je op?

De hoofdpersoon van ons verhaal vandaag doet dat niet.

Hij gaat op de 85ste dag weer de zee op.

Verder dan ooit.

Vandaag praten we over het boek, de oude man en de zee van Ernest Hemingway, uit het jaar

1952.

Dit is een kort maar heel krachtig boek.

Het is een verhaal dat je bijblijft, lang nadat je het gehoord hebt.

Het gaat over een gevecht.

Niet alleen met een vis, maar ook met jezelf.

En met de natuur.

Dus pak een kop koffie of thee, ga lekker zitten en laten we samen de zee op gaan.

Het verhaal speelt zich af in een klein vissersdorpje in Cuba.

De zon is er warm, de zee is blauw en het leven is simpel.

Onze hoofdpersoon is Santiago.

Hij is een oude man, hij is mager en zijn gezicht heeft diepe rimpels van de zon.

Zijn handen hebben littekens van de vislijnen.

Alles aan hem is oud, behalve zijn ogen.

Zijn ogen hebben de kleur van de zee en ze zijn vrolijk en sterk.

Santiago is een man van weinig woorden, maar met veel gedachten.

Hij woont alleen in een klein, eenvoudig huisje.

Zijn vrouw is overleden en hij heeft geen kinderen.

Zijn enige vriend is een jonge jongen.

Manolin.

Manolin houdt heel veel van Santiago.

De oude man heeft hem leren vissen toen hij nog een klein kind was.

Ze hebben veel tijd samen doorgebracht op de boot.

Maar nu mag Manolin niet meer met Santiago vissen.

Zijn ouders vinden dat Santiago salao heeft.

Dat is het spaanse woord voor de ergste vorm van pech.

84 dagen zonder vis.

Dat is niet normaal.

Manolin vist nu op een andere boot.

Een boot die wel veel vis vangt.

Maar elke avond gaat Manolin naar het huisje van Santiago.

Hij helpt de oude man met zijn spullen.

Hij brengt hem eten en ze praten over vissen en over honkbal.

Ze praten over de grote Amerikaanse honkbalspeler Joe DiMaggio.

Santiago bewondert hem enorm.

Hij is een held voor hem.

Een voorbeeld van kracht en doorzettingsvermogen.

Manolin maakt zich zorgen om Santiago.

Hij wil dat de oude man goed eet en sterk blijft.

Hij zegt, als ik mijn eigen geld had,

zou ik weer met jou gaan vissen.

Santiago waardeert de hulp en de vriendschap van de jongen.

Hij voelt zich niet alleen door hem, maar hij voelt ook de druk.

Hij moet bewijzen dat hij nog steeds een goede visser is.

Niet voor de andere vissers, maar voor zichzelf.

Hij besluit dat hij de volgende dag

de vijfentachtigste dag ver de zee op zal varen.

Verder dan de andere vissers naar de diepe wateren waar de grote vissen zwemmen.

Hij voelt dat zijn geluk gaat veranderen.

Hij is hoopvol en vastberaden.

De volgende ochtend, nog voordat de zon opkomt, is Santiago wakker.

Hij drinkt zijn koffie en gaat naar zijn kleine boot.

Zijn skiff.

Manolin is er om hem te helpen.

Hij geeft Santiago verse sardines als aas en wenst hem geluk.

Santiago duwt zijn boot het water in en begint te roeien in het donker.

Hij roeit weg van de kust, verder en verder de Golfstroom in.

Hij houdt van de zee, hij noemt de zee La Mar wat in het Spaans vrouwelijk is.

Hij zegt dat mensen die van haar houden, haar zo noemen.

De zee kan wreed zijn, maar ze geeft ook leven.

Santiago kent de zee als zijn broekzak.

Hij kent de geuren, de kleuren, de vogels en de vissen.

Hij voelt zich een met de oceaan.

Hij gooit zijn lijnen uit.

De lijnen zijn perfect recht en hangen op verschillende dieptes in het water.

Hij wacht.

De zon komt op en de dag wordt warmer.

Hij ziet andere boten, maar hij is verder dan iedereen.

Hij praat in zichzelf.

Hij praat tegen de vogels en de vissen.

Hij is alleen, maar niet eenzaam.

Rond het middaguur voelt hij iets aan een van zijn lijnen.

Het is geen harde ruk, maar een zachte, voorzichtige beet.

Santiago weet meteen dat dit geen kleine vis is.

Hij weet precies wat hij moet doen.

Hij geeft de vis de tijd om het aas goed te pakken.

Hij wacht geduldig.

Dan als hij voelt dat het tijd is, trekt hij met al zijn kracht aan de lijn.

Hij probeert de haak in de bek van de vis te slaan.

Maar er gebeurt iets vreemds.

De vis zwemt niet weg in paniek.

Hij zwemt langzaam en gestaag verder.

En hij trekt de boot met zich mee.

Santiago kan de vis niet naar boven trekken.

De vis is te sterk.

De vis is enorm.

De oude man kan de vis niet eens zien.

Hij is te diep.

Het enige wat hij kan doen is de lijn vasthouden.

En dat doet hij.

Het gevecht is begonnen.

De zon gaat onder en de nacht valt.

Santiago zit nog steeds in zijn kleine bootje.

Midden op de oceaan.

De vis trekt de boot nog steeds voort.

In een richting die de oude man niet kent.

Hij heeft de vislijn over zijn schouders en rug geslagen.

Om de druk te verdelen.

De lijn snijdt in zijn huid.

Maar hij geeft niet op.

Hij heeft geen idee hoe groot de vis is.

Maar hij weet dat het de grootste vis is die hij ooit aan zijn lijn heeft gehad.

Hij begint een soort respect voor de vis te voelen.

De vis is sterk.

Nobel.

En vastberaden.

Net als hij.

Hij begint tegen de vis te praten.

Hij noemt hem zijn broer.

De eerste dag gaat voorbij en de eerste nacht.

Santiago is moe en heeft pijn.

Zijn linkerhand krijgt kramp.

Hij haat de kramp.

Hij praat tegen zijn hand.

Hij dwingt hem om weer te werken.

Hij eet wat rauwe tonijn die hij eerder had gevangen om zijn kracht te behouden.

Hij drinkt kleine slokjes water.

Hij moet helder blijven.

Hij moet sterker zijn dan de vis.

Hij denkt aan de jongen.

Manolin.

Hij wenst dat de jonge erbij was.

Niet alleen om te helpen, maar ook voor het gezelschap.

Hij denkt aan de honkbalspeler.

Joe DiMaggio.

Zou DiMaggio het opgeven met een pijnlijke hand?

Nee.

Natuurlijk niet.

Dus Santiago geeft ook niet op.

Op de tweede dag springt de vis voor het eerst uit het water.

Santiago kan zijn ogen niet geloven.

De vis is een gigantische marlijn.

Hij is langer dan de boot.

Zijn zwaard is zo lang als een honkbalknuppel.

Hij is prachtig en krachtig.

Santiago is diep onder de indruk.

Nu weet hij pas echt waar hij tegenvecht.

Het geeft hem nieuwe moed.

Hij zegt tegen de vis.

Ook al kan die hem niet horen.

Vis.

Ik hou van je.

En ik respecteer je heel erg.

Maar ik zal je doden voordat deze dag voorbij is.

De strijd is nu persoonlijk geworden.

Het is een test van kracht.

Uithoudingsvermogen en wilskracht tussen twee wezens.

De tweede nacht is zwaar.

Santiago is uitgeput.

Hij droomt.

Hij droomt van de leeuwen op het strand in Afrika.

Hij zag ze als jonge jongen.

Toen hij op grote schepen werkte.

De leeuwen zijn voor hem een symbool van kracht.

Jeugd en vrijheid.

De droom geeft hem rust.

Als hij wakker wordt, voelt hij de lijn weer bewegen.

De vis begint cirkels te zwemmen.

Santiago weet wat dat betekent.

De vis wordt moe.

Het einde van het gevecht komt dichterbij.

Nu moet Santiago al zijn laatste kracht gebruiken.

Hij trekt de lijn elke keer een beetje dichterbij als de vis een cirkel maakt.

De cirkels worden kleiner en kleiner.

De vis komt dichter bij de boot.

Op de derde dag is het zover.

Na uren van zware arbeid, met bloedende handen en een pijnlijke rug,

trekt Santiago de Marlijn naast de boot.

De vis is gigantisch.

Een prachtig zilver en paars dier.

Santiago pakt zijn harpoen.

Een speer die wordt gebruikt om grote vis te doden.

Hij leunt over de rand van de boot.

En met al zijn kracht stoot hij de harpoen in de zijkant van de vis.

Recht in zijn hart.

De Marlijn maakt een laatste prachtige sprong uit het water en landt dood in de zee.

Het is voorbij.

Santiago heeft gewonnen.

Hij is uitgeput, maar voelt een enorme trots.

Hij heeft het onmogelijke gedaan.

Hij heeft de grootste vis van zijn leven gevangen.

Maar nu begint een nieuw probleem.

De Marlijn is veel te groot om in de boot te krijgen.

Hij is bijna twee keer zo lang als de boot zelf.

Santiago heeft geen andere keuze.

Hij moet de vis aan de zijkant van zijn boot vastbinden.

Hij doet dit zorgvuldig.

Hij hijst zijn kleine zeil en laat de wind hem naar huis blazen.

Hij rekent uit hoeveel de vis waard is op de markt.

Hij zal rijk zijn, maar het gaat hem niet om het geld.

Het gaat hem om de prestatie.

Hij kijkt naar de prachtige vis naast zijn boot en voelt zich trots.

Hij heeft bewezen dat hij nog steeds een geweldige visser is.

De reis naar huis is begonnen.

De reis terug is echter niet de triomftocht waar Santiago op hoopte.

Het bloed van de dode Marlijn laat een spoor achter in het water.

En dat spoor trekt andere jagers aan.

Ongeveer een uur later ziet Santiago de eerste haai.

Een grote makreelhaai.

De haai komt recht op de Marlijn af.

Santiago pakt zijn harpoen waar nog een touw aan vast zit.

Hij wacht tot de haai zijn tanden in de Marlijn zet en dan stoot hij met al zijn kracht de harpoen in de kop van de haai.

Hij doodt de haai, maar de haai neemt een groot stuk van de Marlijn mee.

En erger nog.

Santiago verliest zijn harpoen.

Het touw breekt en de harpoen verdwijnt met de dode haai in de diepte.

Santiago weet wat dit betekent.

Er zullen meer haaien komen.

En hij heeft zijn belangrijkste wapen verloren.

Hij voelt zich niet verslagen, maar boos en vastberaden.

Hij maakt een nieuw wapen.

Hij bindt een mes aan het einde van een roeispaan.

Twee uur later komen er twee nieuwe haaien.

Vraatzuchtige galapagoshaaien.

Santiago vecht als een leeuw.

Hij doodt de ene haai met zijn mes op een stok.

De andere haai valt hij aan met zijn roeispaan.

Hij slaagt erin om ze te verjagen, maar niet voordat ze nog meer van zijn kostbare vis hebben opgegeten.

Nu is bijna een kwart van de Marlijn weg.

De zon gaat onder.

De nacht valt weer.

Santiago vaart door in het donker.

Hij eet een stukje van de Marlijn om zijn kracht op peil te houden.

Hij vindt de smaak heerlijk.

Hij wenst dat hij het met de jongen kon delen.

Dan, in het midden van de nacht, komt er een hele school haaien.

Ze vallen de marlijn van alle kanten aan.

Santiago vecht met alles wat hij heeft.

Zijn mes breekt en hij gebruikt zijn roeispaan als een knuppel.

Hij slaat en slaat, maar het zijn er te veel.

Hij hoort de geluiden van de haaien die het vlees van de botten scheuren.

Het is een hopeloos gevecht.

Uiteindelijk geven de haaien het op.

Niet omdat Santiago ze heeft verslagen, maar omdat er niets meer te eten is.

Ze laten hem achter met alleen de kop, de staart en de lange ruggengraat van de marlijn.

Het skelet.

Santiago voelt zich leeg.

Hij heeft geen pijn meer.

Hij is te moe.

Hij voelt niets.

Hij zeilt verder in de stilte van de nacht.

Hij heeft gefaald.

Denkt hij.

Hij is te ver gegaan.

Hij heeft de vis vernietigd door hem te vangen.

Hij spreekt tegen zichzelf.

Hij vraagt zich af wie hem heeft verslagen.

Niemand, zegt hij.

Alleen ikzelf.

Ik ben te ver gegaan.

Wat het boek zo bijzonder maakt, zijn de diepere lagen.

Het is niet zomaar een avontuurlijk verhaal over vissen.

Het is een verhaal over het leven zelf.

Eén van de belangrijkste thema's is doorzettingsvermogen.

Santiago geeft nooit op.

Zelfs niet na vierentachtig dagen pech.

Zelfs niet als zijn handen bloeden en zijn lichaam pijn doet.

Zelfs niet als de haaien zijn overwinning opeten.

Hij blijft vechten tot het einde.

Hij zegt op een gegeven moment een beroemde zin, die ik voor je vertaal:

Een man kan vernietigd worden, maar niet verslagen.

Dit betekent dat je fysiek kunt verliezen.

Dat alles je kan worden afgenomen, maar zolang je geest sterk blijft en je niet opgeeft,

ben je niet echt verslagen.

Je waardigheid kan niemand van je afpakken.

Een ander belangrijk thema is de relatie tussen de mens en de natuur.

Santiago heeft een diep respect voor de zee en de dieren die erin leven.

Hij noemt de marlijn zijn broer.

Hij bewondert zijn kracht en zijn schoonheid.

Hij voelt zich schuldig dat hij hem moet doden, maar hij weet dat dit de natuur is van het leven.

De visser moet vissen, de vis moet zwemmen.

De natuur wordt getoond als iets dat zowel prachtig als ontzettend wreed is.

De mooie marlijn, de kalme zee, maar ook de bloeddorstige haaien.

Santiago vecht niet tegen de natuur.

Hij ziet zichzelf als een deel van de natuur, met zijn eigen rol en zijn eigen strijd.

En dan is er het thema van leeftijd en trots.

Santiago is oud.

Veel mensen in het dorp denken dat zijn beste tijd voorbij is.

Maar Santiago wil bewijzen, vooral aan zichzelf.

Dat hij nog steeds een bekwame en waardige man is.

Zijn gevecht met de marlijn is een test van zijn fysieke en mentale kracht.

Hoewel hij uiteindelijk alleen met een skelet terugkomt, heeft hij de test doorstaan.

Hij heeft zijn trots en zijn waardigheid behouden.

Hij heeft laten zien wat een oude man nog kan bereiken, met ervaring, wijsheid en een onbreekbare wil.

Laat in de nacht bereikt Santiago eindelijk de haven. Hij meert zijn boot aan.

Hij is zo moe dat hij bijna niet meer kan lopen.

Hij kijkt naar het gigantische witte skelet dat aan zijn boot vastzit.

Hij pakt zijn mast en draagt die op zijn schouder de heuvel op naar zijn huisje.

Het is zwaar en hij moet een paar keer stoppen om te rusten.

Het beeld doet denken aan Christus die zijn kruis draagt.

Het symboliseert het zware gewicht van zijn strijd en zijn lijden.

Thuis in zijn huisje valt hij op zijn bed en slaapt onmiddellijk in een diepe slaap.

De volgende ochtend verzamelen de andere vissers zich rond de boot van Santiago.

Ze zien het enorme skelet.

Ze hebben nog nooit zoiets gezien.

Ze meten het.

Het is meer dan vijf meter lang.

Ze zijn vol ontzag en respect.

Ze praten niet meer over 'salao', over pech.

Ze zien nu het bewijs van Santiago's ongelooflijke prestatie.

Een toerist in een café ziet het skelet en vraagt wat het is.

De ober, die het verhaal niet kent, zegt dat het gewoon het skelet van een haai is.

Dit kleine detail laat zien hoe de ware betekenis van een grote strijd vaak verloren gaat voor buitenstanders.

Manolin, de jongen, is ondertussen ongerust.

Hij gaat naar het huisje van Santiago en vindt de oude man slapend.

Hij ziet de wonden op zijn handen en begint te huilen.

Als Santiago wakker wordt, is Manolin er met koffie.

Ze praten.

Manolin zegt dat het hem niet uitmaakt wat zijn ouders zeggen.

Vanaf nu vissen ze weer samen.

Hij zal voor Santiago zorgen.

Hij zegt, ze hebben jou verslagen.

De haai.

Maar Santiago corrigeert hem.

Hij zegt, nee, het was niet moeilijk.

Het waren zij die mij versloegen.

Maar hij zegt het zonder bitterheid.

Die jongen geeft hem hoop voor de toekomst.

De cirkel is rond.

Santiago heeft zijn kennis en geest doorgegeven.

De vriendschap en loyaliteit van de jongen zijn de echte prijs die hij heeft gewonnen.

Het verhaal eindigt met Santiago die weer in slaap valt.

Hij droomt.

Hij droomt niet van de storm of van vrouwen of van de grote vis.

Hij droomt van de leeuwen.

De leeuwen die spelen op de gouden stranden van Afrika.

Het is een beeld van vrede, kracht en onsterfelijke jeugd in zijn hart.

Hij heeft misschien de vis verloren, maar hij heeft zijn ziel niet verloren.

Hij heeft zijn waardigheid behouden en de strijd van zijn leven geleverd.

En dat is de ware overwinning.

Dit was Boekisodes van Dutch Fluency.

Voor de transcriptie van deze aflevering ga je naar Dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze