
Rick vertelt over het ongeluk in Biddinghuizen

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, hebben jullie het nieuws gehoord?
EMMA: Welk nieuws bedoel je?
Ik heb nog niets gehoord vandaag.
Ik was thuis en ik keek naar een film.
LARS: Ik ook niet.
Ik heb weinig tijd gehad vandaag.
Ik was druk met werk.
De hele dag achter de computer.
RICK: Er was een ongeluk in Biddinghuizen.
Een heel erg ongeluk.
Het was op de grote weg, vlak bij het meer.
EMMA: Dat klinkt erg.
Wat is er gebeurd?
Vertel eens.
Was het een auto of een vrachtwagen?
RICK: Een auto reed tegen een boom.
De bestuurder is dood.
De auto was helemaal kapot.
De voorkant was weg, echt helemaal stuk.
LARS: Dat is heel verdrietig.
Was de bestuurder alleen in de auto?
Geen passagiers?
RICK: Ja, de auto was alleen.
Maar de politie zocht een verdachte.
Iemand anders.
Een man, zeiden ze op het nieuws.
EMMA: Een verdachte?
Was er nog iemand anders bij het ongeluk?
Misschien een getuige?
RICK: Ja, de politie dacht dat een andere persoon wegrende na het ongeluk.
Wegrennen van de auto.
Snel het bos in.
LARS: Waarom zou iemand wegrennen?
Dat is vreemd.
Was hij bang voor de politie?
EMMA: Misschien was hij bang.
Of misschien was hij de bestuurder niet.
Misschien was hij een vriend of zo.
RICK: Ja, dat weet niemand.
Maar nu is er nieuws: de verdachte meldde zich vandaag bij de politie.
Hij belde zelf.
LARS: Dat is goed nieuws.
Dan kunnen ze praten.
De politie kan vragen stellen.
Vragen over het ongeluk.
EMMA: Waarom meldde hij zich?
Was hij bang voor de politie?
Of wilde hij iets uitleggen?
RICK: Dat weten we niet.
Misschien was hij bang.
Of misschien wilde hij zijn verhaal vertellen.
Zijn kant van het verhaal.
LARS: Of hij wilde zijn verhaal vertellen.
Soms is dat beter.
Dan is er minder onduidelijkheid.
EMMA: Ik hoop dat de politie alles duidelijk maakt.
Het is belangrijk.
Voor de familie van de bestuurder.
RICK: Ja, ze onderzoeken het nu.
Ze praten met de verdachte.
Ze nemen de tijd.
LARS: Het is altijd beter als iemand zich meldt.
Dan is er minder onduidelijkheid.
Minder vragen.
EMMA: Zeker.
Anders blijft het onduidelijk.
Nu kunnen ze verder met het onderzoek.
Hopelijk snel.
RICK: Precies.
En nu kunnen ze verder.
Hopelijk weten we snel meer.
De politie zei dat ze morgen meer vertellen.
LARS: Laten we over iets anders praten.
Dit is te zwaar voor nu.
Ik word er moe van.
EMMA: Goed idee.
Hebben jullie plannen voor het weekend?
Ik ben benieuwd.
Het weekend is bijna hier.
RICK: Ik ga naar de markt.
Ik wil groente en fruit kopen.
En jullie?
Misschien ook wat bloemen.
LARS: Ik werk zaterdag.
Maar zondag ben ik vrij.
Helemaal vrij.
Geen werk, geen afspraken.
EMMA: Ik ga misschien naar het strand.
Het is al een tijd geleden.
Twee maanden, denk ik.
RICK: Lekker.
Het wordt mooi weer.
Zon en warmte, perfect voor het strand.
Neem een handdoek mee.
LARS: Hopelijk.
Dan kunnen we samen iets drinken.
Een koffie of een biertje.
Of een cola.
EMMA: Ja, dat lijkt me gezellig.
Samen buiten zitten is fijn.
In de zon, met een drankje.
RICK: Oké, ik trakteer op een biertje.
Of twee, als het leuk is.
Maar niet te veel, hoor.
LARS: Dat is een goed plan.
Ik heb er zin in.
Zondag om drie uur?
EMMA: Tot zondag dan!
We spreken af op het terras.
Het terras bij het station.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze