

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben een man. Ik heb een probleem. Ik ben boos op Trump. Trump is de baas in Amerika. Hij maakt dingen duur.
Ik vind dat niet goed. Daarom kope ik nu geen spullen uit Amerika.
Ik heb geen iPhone 17. Die is te duur. Ik kope geen chips van lace. Ik kope nu chips van Chio. Chio is uit Duitsland.
Dat is goed. Ik kope ook niet meer bij Amazon. Dat is een winkel uit Amerika. Ik vind dat niet goed.
Ik kijk geen prime video meer. Dat is ook van Amazon. Ik gebruik nu proton. Dat is geen Amerikaans bedrijf.
Ik vind dat goed. Ik draa geen bril van Tom Ford. Dat is een man uit Amerika. Ik vind dat niet goed.
Ik let nu goed op. Ik wil geen spullen uit Amerika. Ik wil spullen uit Europa. Of uit Asia. Dat vind ik goed. Jij bent ook een man of een vrouw.
Kope jij spullen uit Amerika? Of kope jij ook spullen uit Europa of Asia? Welke spullen kope jij? Ik heb een idee.
We kunnen samen spullen kopen. Spullen uit Europa of Asia. Dat is goed. Dat is slim. Dat is sterk. Zo helpen we elkaar. Zo zijn we trots. Zo zijn we blij. Zie je het probleem? Het probleem is Amerika. Zie je de oplossing?
De oplossing is Europa en Asia. We zijn samen sterk. We zijn samen slim. We zijn samen trots. We zijn samen blij.
Samen kopen we geen spullen uit Amerika. Samen kopen we spullen uit Europa en Asia. Dat is goed. Dat is het idee. Dat is de oplossing. Ik ben een man. Ik heb een idee. Ik heb een oplossing. Ik ben sterk. Ik ben slim. Ik ben trots. Ik ben blij.
En jij? Ben jij ook? Sterk, slim, trots en blij? Laten we samen spullen kopen. Spullen uit Europa en Asia. Dat is goed. Dat is slim. Dat is sterk. Dat is trots. Dat is blij.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze