Trotsen, de rook van de buren. Jan heeft een huis.
Enduring the neighbors' smoke. Jan has a house.
Het huis is groot. Jan woont in het huis met zijn vrouw.
Lisa, de buren hebben ook een huis.
Het huis van de buren is klein.
De buren heten Piet en Maria.
Preview
Je ziet de eerste 5 zinnen