

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Trotsen, de rook van de buren. Jan heeft een huis.
Het huis is groot. Jan woont in het huis met zijn vrouw.
Lisa, de buren hebben ook een huis.
Het huis van de buren is klein.
De buren heten Piet en Maria.
Piet en Maria hebben een kackel.
De kackel is in de tuin.
De kackel is een houdkackel.
Piet en Maria stoken houd in de kackel.
De kackel heeft een schoorsteen.
De schoorsteen is klein.
De schoorsteen is niet hoog.
Zie je de rook.
De rook komt uit de schoorsteen.
De rook is grijs.
De rook gaat omhoog.
Maar de schoorsteen is de klein.
De rook gaat niet weg.
De rook blijft hier.
Het huis van Jan is groot.
Het huis is heel hoog.
De rook van de kackel komt naar het huis van Jan.
De rook is slecht.
De rook ruikt niet goed.
Jan heeft last van de rook.
Lisa heeft ook last van de rook.
Jan heeft pijn in zijn keel.
Lisa heeft ook pijn in haar keel.
Dat is niet goed.
Jan doet het raam dicht.
Lisa doet ook het raam dicht.
Maar de rook is er nog.
De rook is overal.
Jan gaat naar Piet.
Jan zegt Piet.
De rook is slecht.
Ik heb pijn in mijn keel.
Piet zegt welke rook?
Ik zie geen rook.
Maar Jan ziet er ook wel.
Jan ziet er rook uit de schoorsteen komen.
De rook is grijs.
De rook is groot.
Jan schrijft een brief.
De brief is voor de gemeente.
In de brief schrijft Jan.
De schoorsteen is de klein.
De schoorsteen moet groter zijn.
De gemeente leest de brief.
De gemeente zegt.
Prat met de buuren.
Jan zegt.
Maar de buuren praten niet.
Lisa zegt.
Jan.
Wij schrijven nog een brief.
Jan en Lisa schrijven een nieuwe brief.
In de brief staat.
De schoorsteen is niet goed.
De schoorsteen moet hoger zijn dan het huis.
Jan kijkt naar de schoorsteen.
De schoorsteen is klein.
Het huis van Jan is groot.
Dat klopt niet.
Jan wacht.
Lisa wacht ook.
Zij wachten op een antwoord.
De rook is er nog.
De keel van Jan doet pijn.
De keel van Lisa doet ook pijn.
Piet stokt houd.
De rook gaat omhoog.
Jan kijkt naar de rook.
Jan is niet blij.
De rook, de smok, de kachel, de stof, de schoorsteen, de chimney, het raam, de window,
de keel, de throat, de brief, de letter.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze