

0:00
0:002:54
Nee, de familie op de telefoon. Jan heeft een telefoon. Jan kijkt op de telefoon. Hij ziet een video.
No, the family on the phone. Jan has a phone. Jan looks at the phone. He sees a video.
In de video is een familie. De familie heeft een man. De familie heeft een vrouw.
De familie heeft een kind. Het kind heet lotte. De man heet Piet. De vrouw heet Elz.
Piet praat veel. Elz praat veel. Lotte praat ook veel. Jan kijkt naar de video. Jan drinkt koffie.
Koffie is warm. Piet zegt iets. Elz zegt iets. Lotte zegt ook iets. Jan begrijpt het niet.