

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Nee, de familie op de telefoon. Jan heeft een telefoon. Jan kijkt op de telefoon. Hij ziet een video.
In de video is een familie. De familie heeft een man. De familie heeft een vrouw.
De familie heeft een kind. Het kind heet lotte. De man heet Piet. De vrouw heet Elz.
Piet praat veel. Elz praat veel. Lotte praat ook veel. Jan kijkt naar de video. Jan drinkt koffie.
Koffie is warm. Piet zegt iets. Elz zegt iets. Lotte zegt ook iets. Jan begrijpt het niet.
Jan drinkt meer koffie. De buurman komt. De buurman heet Kays. Kays heeft ook een telefoon.
Zie jij deze video? Zegt Jan. Ja, zegt Kays. Kays kijkt naar de video. Piet praat in de video.
Piet zegt veel worden. Elz knikt. Lotte knikt ook. Kays drinkt de koffie van Jan. He zegt Jan.
Kays lacht. In de video praat lotte. Lotte is het kind. Het kind praat veel. Jan begrijpt lotte niet. Kays begrijpt lotte niet.
Zij kijken naar elkaar. Wat zegt zij? Zegt Jan. Ik weet het niet. Zegt Kays. De video is lang.
Piet praat nog meer. Elz praat nog meer. Lotte praat nog meer. Jan heeft hoofdpijn. Kays heeft ook hoofdpijn.
Ik ga naar huis. Zegt Kays. Maar dit is mijn huis. Zegt Jan. Kays lacht weer. Jan zet de telefoon weg.
De video stopt. Het is still. Jan drinkt zijn koffie. De koffie is nu koud. Jan is een beetje boos.
Maar Jan lacht ook. De familie in de video is grappig. Piet is grappig. Elz is grappig. Lotte is heel grappig. Jan
pakte telefoon weer. Hij kijkt nog een keer. De familie praat weer veel. Jan begrijpt het nog steeds niet. Maar de koffie is goed.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze