

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een gewone dinsdagmiddag in Den Haag.
De zon scheen, maar het was niet te warm.
Rick, een vriendelijke man van middelbare leeftijd, liep door de supermarkt.
Hij had een lijstje in zijn hand.
Op het lijstje stond: brood, melk, kaas, en appels.
Rick hield van rustig boodschappen doen.
Hij keek naar de schappen en zocht de producten.
In het gangpad bij de melk zag hij iets vreemds.
Een jongen stond daar, ongeveer tien jaar oud.
De jongen had een grote zak chips in zijn hand.
Maar hij deed niets.
Hij stond alleen maar te kijken naar de chips.
Zijn ogen waren groot en zijn mond stond een beetje open.
Het leek alsof hij droomde.
Rick glimlachte en liep verder.
Hij pakte de melk en de kaas.
Toen hij bij de appels kwam, zag hij de jongen weer.
De jongen stond nu bij de appels.
Hij pakte een appel, keek ernaar, en legde hem terug.
Toen pakte hij een andere appel.
Hij deed dit drie keer.
Rick vond het grappig.
Hij dacht: "Wat doet die jongen toch?" Hij liep naar de jongen toe en zei: "Hallo, kan ik je helpen?" De jongen schrok een beetje.
Hij keek naar Rick en zei: "Oh, hallo meneer.
Ik zoek een goede appel.
Mijn moeder zegt dat ik de beste appels moet kiezen.
Maar ik weet niet hoe." Rick lachte zachtjes.
"Dat is makkelijk," zei hij.
"Je moet voelen of de appel hard is.
En je moet kijken of de kleur mooi is.
Rode appels zijn vaak zoet.
Groene appels zijn zuur.
Wat wil je?" De jongen dacht na.
"Ik wil een zoete appel," zei hij.
"Voor mijn oma.
Ze houdt van zoete appels." "Goed," zei Rick.
Hij pakte een rode appel en gaf die aan de jongen.
"Deze is goed.
Hij is hard en hij ruikt lekker." De jongen rook aan de appel.
"Ja, hij ruikt lekker!" zei hij blij.
"Dank u wel, meneer!" "Graag gedaan," zei Rick.
Hij liep verder met zijn boodschappen.
Maar na een paar stappen hoorde hij de jongen weer roepen: "Meneer!
Meneer!" Rick draaide zich om.
"Ja?" De jongen rende naar hem toe.
"Ik heb nog een vraag.
Hoe weet ik welke chips het beste zijn?" Rick moest lachen.
"Dat is moeilijker," zei hij.
"Chips zijn altijd lekker.
Maar kijk naar de zak.
Is hij vol?
Dan is hij goed." De jongen knikte serieus.
"Vol is goed," zei hij.
"Dank u wel!" Rick liep naar de kassa.
Hij betaalde voor zijn boodschappen en liep naar buiten.
De zon was nog steeds mooi.
Hij dacht aan de jongen.
Het was een klein moment, maar het maakte zijn dag beter.
Hij voelde zich warm van binnen.
Toen hij thuis was, zette hij zijn boodschappen op de keukentafel.
Hij zag de appels liggen en glimlachte.
Hij dacht: "Misschien moet ik ook een appel eten." Hij pakte een appel, waste hem, en nam een hap.
De appel was zoet en lekker.
Op dat moment hoorde hij een geluid bij de deur.
Het was zijn buurvrouw, mevrouw De Vries.
Ze had een klein cadeautje in haar handen.
"Rick," zei ze, "dit is voor jou.
Het is een taart.
Ik heb hem gebakken voor je verjaardag." Rick was verrast.
"Oh, dank je wel!
Maar het is mijn verjaardag niet." Mevrouw De Vries lachte.
"Ik weet het.
Maar ik zag je vanochtend en ik dacht: ik wil iets aardigs doen.
Geniet ervan!" Rick nam de taart aan.
Hij voelde zich heel gelukkig.
Eerst de jongen in de supermarkt, en nu de taart.
Het was een dag vol kleine verrassingen.
Hij dacht: "Het leven is mooi als je kleine dingen ziet." Hij zette de taart op de tafel en schonk een kopje thee.
Hij ging zitten en nam een stuk taart.
Het was heerlijk.
Hij glimlachte en dacht aan de jongen en de appel.
Soms zijn de beste momenten de kleinste.
En dat was het verhaal van Rick en de jongen in de supermarkt.
Een klein gesprek, een beetje hulp, en een glimlach.
Meer had hij niet nodig.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze