

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een warme zomerdag in Scheveningen.
De zon schijnt fel en de lucht is helderblauw.
Ik, Rick, loop langs het strand.
Ik voel het warme zand onder mijn voeten.
Het zand is zacht en een beetje korrelig.
Ik hoor de golven die zachtjes op het zand rollen.
Het geluid van de golven is rustgevend.
Mensen lachen en spelen in het water.
Kinderen rennen en schreeuwen van plezier.
Het is een perfecte dag voor een ijsje.
Ik loop naar een klein kraampje.
Het kraampje verkoopt ijs en koude drankjes.
Het heeft een rood-wit gestreept dak.
De man achter de kraam is vriendelijk.
Hij heeft een glimlach op zijn gezicht.
Hij zegt: 'Wat wil je hebben?' Ik antwoord: 'Een ijsje met vanille en aardbei, alstublieft.' De man geeft me het ijsje.
Het is koud en zoet.
Ik voel de koude van het ijsje in mijn hand.
Ik betaal en loop verder.
Ik zoek een rustig plekje op het strand.
Ik vind een lege bank.
De bank is van hout en een beetje warm van de zon.
Ik ga zitten en kijk naar de zee.
De zon warmt mijn huid op.
Het is heerlijk.
Ik ruik de zoute lucht van de zee.
Maar dan hoor ik een geluid.
Het is een zoemend geluid.
Het komt dichterbij.
Ik kijk om me heen.
Wat is dat?
Plotseling zie ik een bij.
De bij vliegt rond mijn ijsje.
Hij is geel en zwart.
Zijn vleugels bewegen snel.
Ik schrik.
Ik hou niet van bijen.
De bij vliegt snel.
Hij komt dichter bij mijn ijsje.
Ik beweeg mijn hand om hem weg te jagen.
Maar de bij blijft komen.
Hij wil mijn ijsje!
Ik herinner me een keer dat een bij me stak.
Dat was pijnlijk.
Ik sta op en loop weg.
De bij volgt me.
Andere mensen kijken naar me.
Ze lachen.
Ik voel me een beetje dom.
Maar ik wil niet gestoken worden.
Ik loop sneller.
De bij vliegt naast mijn hoofd.
Het zoemen is luid.
Het geluid maakt me zenuwachtig.
Dan zie ik een oplossing.
Er is een prullenbak in de buurt.
De prullenbak is groen en staat naast een paal.
Ik gooi mijn ijsje snel in de prullenbak.
De bij vliegt er direct naartoe.
Hij landt op het ijsje.
Ik zucht van opluchting.
Het ijsje is weg, maar ik ben veilig.
Ik ga terug naar de bank.
Ik voel me een beetje verdrietig.
Mijn ijsje was lekker.
Maar ik ben blij dat de bij weg is.
Ik kijk naar de zee.
De golven zijn rustig.
Mensen lachen en praten.
Het is nog steeds een mooie dag.
Een meisje komt naast me zitten.
Ze heeft blond haar en draagt een rode badpak.
Ze is ongeveer tien jaar oud.
Ze zegt: 'Waarom heb je je ijsje weggegooid?' Ik antwoord: 'Er was een bij.
Hij wilde mijn ijsje.' Ze lacht en zegt: 'Bijen houden van zoetigheid.
Volgende keer kun je een ander ijsje kopen.' Ik glimlach.
Ze heeft gelijk.
Ik sta op en loop terug naar het kraampje.
Ik koop een nieuw ijsje.
Deze keer kies ik voor chocolade.
Ik eet het snel op, voordat een bij het ziet.
Het is heerlijk.
De chocolade smaakt romig en zoet.
Ik voel de chocolade smelten in mijn mond.
Ik loop terug naar de bank.
Het meisje is weg.
Ik zit rustig en geniet van de dag.
De zon schijnt, de zee ruist, en ik heb een volle maag.
Het is een goede dag.
Ik denk: 'Soms moet je dingen loslaten.
Maar er komt altijd iets nieuws.' Tot slot, ik voel me blij.
De verrassing met de bij was grappig.
Het maakte mijn dag bijzonder.
Ik kijk naar de lucht.
De zon zakt langzaam.
De lucht wordt oranje en roze.
De dag is bijna voorbij.
Maar ik heb een mooi verhaal om te vertellen.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze