

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Zezas, een goede dag in Utrecht.
Het is woensdag.
Emma woont in Utrecht in een kleine straat in de beurt van het centrum.
haar beurvrouw heet Fatima.
Ze zijn goede vrienden.
Gisteren was het een speciale dag.
Het was verkiezingsdag.
Emma en Fatima gingen samen naar het stembureau.
Het stembureau was in de school op de hoek van de straat.
Het was bewolkt buiten.
Dus Emma nam haar para plumeer.
Ben jij klaar?
Vroeg Fatima.
Ja, zij Emma.
Ik ben blij dat we gaan stemmen.
Het is belangrijk.
Bij het stembureau waren veel mensen.
Jong en oud.
Mensen met een hond.
Mensen met een fiets.
Iedereen wacht de rustig.
Emma vond dat mooi.
Dit is Utrecht.
Dacht ze.
Na het stembureau gingen Emma en Fatima terug naar huis.
De maag van Emma maakte een grappig geluid.
Ze had honger.
Wil jij pannekoeken?
Vroeg Fatima.
Ja, graag.
Zij Emma.
Fatima maakte het beslag.
Emma zette het voornuis aan.
Samen maakte ze grote ronde pannekoeken.
De geur was heerlijk.
Warm en zoet.
De hele keuken roken naar pannekoeken.
Ik hou van Utrecht.
Zij Emma.
Ze keek uit het raam.
Op straat zag ze een man met een rode fiets.
Een vrouw met een kind.
Een oude man met een krant.
Iedereen leefte samen in dezelfde buurt.
Ik ook.
Zij Fatima.
Ze ligt de poederzuiker op de pannekoeken.
En z'n avond keek een Emma en Fatima naar de uitslag op televisie.
Utrecht had gestemd.
Emma was blij met de uitslag.
Ze stuurde een berichtje naar haar moeder.
Utrecht is een goede stadmama.
haar moeder schreef terug.
Dat weet ik.
Ik ben trots op jullie.
Emma keek naar Fatima.
Fatima keek naar Emma.
Ze lachte allebei.
Op Utrecht.
Zij Emma.
Zij had nog een stukje pannekoek in haar hand.
Op Utrecht.
Zij Fatima.
Het was een goede dag.
Niet perfect.
Want de wereld is soms moeilijk.
Maar Utrecht was Utrecht.
Een stad waar mensen samen wonen.
Samen eten.
Samen stemmen.
En samen pannekoeken maken met veel poederzuiker.
Emma ging naar bed.
Ze was moe maar gelukkig.
Morgen was er weer een nieuwe dag in haar mooie stad.
Nieuwe worden.
Nederland's English.
De verkiezingsdag.
Election Day.
De uitslag.
De resulte.
Trots.
Proud.
Samen.
Together.
De toekomst.
De future.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze