

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Op een frisse dinsdagavond liep ik Rick naar het buurthuis in Den Haag.
De lucht boven de straat was donkerblauw.
En uit de snackbar op de hoek kwam de geur van patat en azijn.
In mijn tas zaten een zaklamp, een pak crackers, een klein radiootje en omdat ik leraar blijf,
een stapel kaartjes met vragen.
Er werd die avond geoefend wat je kunt doen als de stroom uitvalt.
Niet omdat morgen meteen alles mis zou gaan, maar omdat veel mensen nooit hadden nage-
gedacht over zoiets gewoons als licht, warm eten en contact met elkaar.
In de zaal zaten al 20 buurtbewoners.
Nadia, een verpleegkundige uit mijn taalklas, zwaaide naar me.
Naast haar zat Kees, die altijd zei dat hij alles onder controle had.
Hij had 6 flessen water voor zich op tafel gezet, alsof hij een kleine supermarkt wilde beginnen.
Mevrouw De Vries, 78 jaar en sneller van geest dan de meeste van mijn leerlingen op maandagochtend,
keek ernaar en zei, Kees, als je zo doorgaat, vragen mensen straks entree voor jouw watermuseum,
iedereen lachte, ook Kees. De bijeenkomst werd geleid door Yara van de gemeente, ze sprak rustig
en duidelijk. We gaan niet dramatisch doen, zei ze. Maar als de stroom een dag weg zou blijven,
dan merk je pas hoeveel dingen niet meer vanzelf gaan. De pin werkt misschien niet, je telefoon raakt leeg,
de lift staat stil en de verwarming doet het mogelijk niet. Kees tikte op zijn flessen.
Maar ik heb water. Yara glimlachte. Dat is goed. Alleen red je het niet met 6 flessen water als je verder niets hebt geregeld.
We kregen de opdracht om in groepjes te bespreken wat we thuis al hadden. Nadia had kaarsen, maar geen
lucifers. Kees had een zaklamp, maar de batterijen zaten nog in de afstandsbediening van zijn televisie.
Ik had een radio op batterijen, maar moest toegeven dat ik niet wist of die batterijen nog vol waren.
Mevrouw De Vries had een ouderwetse adressenlijst op papier. Daar werd eerst om gelachen, tot
dat iedereen besefte dat telefoonnummers in een mobiel weinig waard zijn als de batterij leeg is.
Daarna werd het licht in de zaal uitgedaan. Niet helemaal, want de noodlamp boven de uitgang bleef branden,
maar het werd toch meteen stiller. Buiten reed een tram voorbij. Je hoorde het zachte piepen van de rails,
het gemompel in de zaal en ergens een stoel die over de vloer schoof. Yara vroeg ons om in het halfdonker een
plan te maken voor de eerste drie uur zonder stroom. Dat leek makkelijk totdat Nadia zei,
Mijn moeder heeft medicijnen in de koelkast. Wat doe ik dan? Kees stopte met grappen maken. Ik merkte
dat het gesprek ineens echter werd. We schreven op een groot vel papier wie hulp nodig zou kunnen hebben,
wie een campingbrander had, wie contant geld in huis had en wie een powerbank kon delen. Er werd ook
besproken dat je niet binnen moet koken met spullen die rook of gevaarlijke lucht kunnen maken. Dat laatste
werd drie keer herhaald omdat Kees zei dat hij best creatief was met zijn barbecue. Creatief is mooi,
zei mevrouw De Vries, maar ik heb liever een buurman dan een held op sokken. Rond half negen kregen
we een korte pauze. Er was thee uit grote kannen, nog net gezet voordat de oefening begon. De thee was lauw,
maar niemand klaagde. Ik keek naar de tafels. Mensen die elkaar eerder alleen bij de brievenbus hadden gezien,
wisselden nu telefoonnummers uit. Een jonge vader vroeg aan mevrouw De Vries of hij haar adres mocht
noteren. Zij knikte en zei, alleen als je belooft niet met 6 flessen water aan te komen zetten wanneer ik
om hulp vraag. Het was een grap, maar er zat ook iets ernstigs onder. Als je buren kent, sta je sterker.
Als je alleen vertrouwt op apparaten, word je snel verrast. Aan het einde vroeg Yara wat iedereen
mee naar huis nam. Nadia zei dat ze een lijst zou maken voor haar moeder. Kees zei dat hij batterijen ging
kopen en dat hij zijn flessen water niet meer als volledige oplossing zou presenteren. Ik zei dat ik
mijn leerlingen de volgende dag een les zou geven over praktische woorden, zaklamp, batterij,
contant geld, houdbaar eten, afspraakpunt. En misschien voegde ik eraan toe, leer ik ze ook dat voorbereiding
niet saai is. Het is eigenlijk gewoon volwassen huiswerk. Daar werd om gelachen, vooral door mensen die duidelijk
al jaren geen huiswerk meer hadden gemaakt. Toen ik later naar huis liep, was de straat gewoon verlicht.
De tram reed, de ramen gloeiden geel en ergens klonk muziek uit een open keukenraam. Alles werkte, juist
daarom voelde de avond nuttig. Niet zwaar, niet bang maar nuchter. Ik dacht aan mijn eigen keukenkastje,
waar waarschijnlijk drie halflege pakken pasta stonden en een blik bonen zonder blikopener. Morgen zou ik dat
regelen. Niet omdat ik verwachtte dat de stad stil zou vallen, maar omdat een beetje voorbereiding rust
geeft en omdat zelfs een leraar uit Den Haag soms zijn eigen les moet leren. Tot de volgende keer,
bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency. Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze