Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

The Orange Flag

Het is een mooie zaterdagmiddag in mei.

De zon schijnt en er staat een zachte wind.

Ik loop door mijn straat in een kleine stad.

Ik zie veel oranje vlaggen aan de huizen hangen.

Mensen zijn blij.

Het is bijna Koningsdag.

Bij het huis van nummer 14 zie ik iets raars.

Er hangt een vlag, maar niet een oranje vlag.

Het is een Duitse vlag.

Zwart, rood en geel.

Ik kijk nog een keer.

Ja, echt een Duitse vlag.

Ik denk: wat is dit?

Is dit een grap?

Ik kijk naar de buren.

Mevrouw Jansen staat in haar tuin.

Ze kijkt ook naar de vlag.

Ze schudt haar hoofd.

Ik zeg: Mevrouw Jansen, ziet u dat ook?

Ja, zegt ze.

Dat is de vlag van Duitsland.

Maar waarom hangt die daar?

Het is bijna Koningsdag.

Ik haal mijn schouders op.

Ik weet het niet.

Ik loop verder.

Maar ik kan het niet vergeten.

De hele dag denk ik aan de vlag.

Waarom hangt daar een Duitse vlag?

Is het een fout?

Is het een grap?

Is het een protest?

De volgende dag loop ik weer langs het huis.

De vlag hangt er nog.

Nu zie ik een man in de tuin.

Hij draagt een oranje shirt.

Hij zwaait naar me.

Ik zwaai terug.

Ik zeg: Mooi weer vandaag.

Ja, zegt de man.

Heerlijk.

Komt u voor de vlag kijken?

Ik bloos.

Ik zeg: Nou, eigenlijk wel.

Ik snap het niet.

Waarom hangt u een Duitse vlag?

De man lacht.

Hij zegt: Dat is geen Duitse vlag.

Dat is de vlag van mijn voetbalclub.

Ik ben fan van FC Duitsland.

Nee, grapje.

Het is de vlag van de provincie Limburg.

Zwart en geel, met een rode leeuw.

Ik kijk nog eens goed.

Nu zie ik het.

De vlag is niet zwart, rood en geel.

De vlag is zwart en geel met een rode leeuw.

De leeuw lijkt op de Duitse adelaar, maar het is een leeuw.

Ik zeg: O, wat dom van mij.

Ik dacht echt dat het de Duitse vlag was.

De man lacht weer.

Hij zegt: Dat hoor ik vaker.

Mensen denken altijd dat het de Duitse vlag is.

Maar het is de vlag van Limburg.

Ik kom uit Limburg.

Ik ben hier pas komen wonen.

Ik hang de vlag op omdat ik trots ben op mijn provincie.

Ik voel me een beetje stom.

Maar ook opgelucht.

Het is geen protest.

Het is geen fout.

Het is gewoon een vlag van een provincie.

Ik zeg: Nou, veel plezier met Koningsdag.

En met uw vlag.

De man zegt: Dank u.

Ook een fijne Koningsdag.

Ik loop naar huis.

Ik denk aan de vlag.

Eerst dacht ik dat het een Duitse vlag was.

Maar het was een Limburgse vlag.

Ik moest lachen om mezelf.

Soms zie je iets en je denkt dat het iets anders is.

Maar als je beter kijkt, zie je de waarheid.

Ik voel me blij.

Het is bijna Koningsdag.

De zon schijnt.

En ik heb een nieuwe buurman ontmoet.

Hij is aardig.

Hij komt uit Limburg.

En hij hangt zijn vlag op.

Dat is mooi.

Ik ga naar binnen.

Ik pak een glas limonade.

Ik kijk uit het raam.

De vlag van de buurman wappert in de wind.

Ik zie nu de leeuw.

Ik glimlach.

Tot de volgende keer.

Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze