Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Daar heb je niks aan

Het is zaterdag.

De markt in Den Haag is druk.

Mensen lopen, praten en lachen.

De lucht ruikt naar vis en brood.

Overal klinken stemmen.

Een man roept.

Twee euro voor een bos bloemen.

Een vrouw verkoopt kaas.

Het is een gewone dag.

In een klein huis in Den Haag zit Daan.

Daan is een jonge man.

Hij kijkt naar zijn kast.

In de kast ligt een cadeau.

Het is een doos.

De doos is van zijn tante.

Hij kreeg de doos gisteren.

Zijn tante zei.

Dit is voor jou.

Het is heel speciaal.

Je zult het leuk vinden.

Daan opent de doos.

Hij kijkt.

Hij ziet een lepel.

Een kleine lepel.

De lepel is van plastic.

Hij is geel.

Er zit een sticker op.

De sticker zegt.

Wereldbeker Lepelen 2024.

Daan kijkt nog eens.

Hij draait de lepel om.

Op de achterkant staat.

Gefeliciteerd.

Je bent de winnaar.

Daan denkt.

Wat?

Een lepel?

Ik heb een lepel gewonnen.

Ik heb niks gedaan.

Ik heb niet meegedaan.

Waarom krijg ik een lepel?

Hij zucht.

Hij legt de lepel op tafel.

De lepel is klein en nutteloos.

Daan drinkt graag koffie.

Maar hij heeft al lepels.

Hij heeft veel lepels.

Zijn vrienden hebben ook lepels.

Iedereen heeft lepels.

Daan belt zijn vriendin Lisa.

Lisa is thuis.

Daan zegt.

Ik heb een lepel gekregen. Van mijn tante.

Voor de Wereldbeker Lepelen.

Lisa lacht.

Ze zegt.

Wat?

Bestaat dat?

Daan zegt.

Blijkbaar.

Maar ik heb niks gedaan.

Lisa zegt.

Misschien is het een grap.

Daan zegt.

Nee.

Het is echt.

Er zit een sticker op.

Lisa zegt.

Nou, gefeliciteerd dan maar.

Daan zegt.

Daar heb je niks aan.

Lisa lacht weer.

Ze zegt.

Je kunt er soep mee eten.

Daan zegt.

Ik eet nooit soep.

Lisa zegt.

Dan eet je toch soep vandaag.

Daan zegt.

Hij zegt.

Ik bel je later.

Hij hangt op.

Daan kijkt naar de lepel.

Hij denkt aan zijn tante.

Zijn tante is lief.

Ze geeft altijd cadeaus.

Soms zijn de cadeaus raar.

Vorig jaar kreeg hij een sok.

Een sok met een foto van een kat.

Daan heeft geen kat.

Hij draagt de sok nooit.

Nu is er een lepel.

Daan schudt zijn hoofd.

Hij zegt hardop.

Wat moet ik hiermee?

De lepel zegt niks.

De lepel is stil.

Daan loopt naar de keuken.

Hij pakt een kop koffie.

Hij roert met de nieuwe lepel.

De lepel is klein.

De koffie wordt niet goed geroerd.

Daan wordt boos.

Hij gooit de lepel in de la.

De la zit vol lepels.

Grote lepels.

Kleine lepels.

Zilveren lepels.

Plastic lepels.

Daan zegt.

Ik heb genoeg lepels.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Hij gaat zitten.

Hij kijkt naar buiten.

De zon schijnt.

Kinderen spelen op straat.

Een hond blaft.

Daan denkt.

Waarom krijg ik een lepel?

Ik wil geen lepel.

Ik wil iets leuks.

Iets nuttigs.

Een boek.

Een tegoedbon.

Een plant.

Maar geen lepel.

Hij typt.

Hij pakt zijn telefoon.

Hij kijkt op internet.

Hij typt.

Wereldbeker Lepelen.

Hij leest.

Het is een wedstrijd.

Mensen doen mee.

Ze lepelen soep.

De winnaar krijgt een gouden lepel.

Maar Daan heeft een plastic lepel.

Hij heeft niet meegedaan.

Hij snapt het niet.

Dan gaat de bel.

Daan loopt naar de deur.

Het is de buurvrouw.

Mevrouw Jansen.

Ze is oud.

Ze heeft een grote tas.

Mevrouw Jansen zegt.

Daan.

Ik heb een cadeau voor je.

Daan kijkt verrast.

Mevrouw Jansen geeft een doos.

Daan.

Open de doos.

Het is een lepel.

Een grote lepel.

Van hout.

Mevrouw Jansen zegt.

Ik heb hem zelf gemaakt.

Voor jou.

Omdat je zo aardig bent.

Daan kijkt naar de lepel.

Hij zegt.

Dank u wel.

Mevrouw Jansen.

Mevrouw Jansen.

Lacht.

Ze zegt.

Je kunt er soep mee eten.

Daan knikt.

Mevrouw Jansen gaat weg.

Daan staat in de gang.

Hij heeft nu twee lepels.

Een gele plastic lepel.

En een houten lepel.

Hij lacht.

Hij lacht hard.

Hij denkt.

Dit is gek.

Iedereen geeft me lepels.

Hij loopt naar de keuken.

Hij pakt de gele lepel uit de la.

Hij pakt de houten lepel.

Hij legt ze naast elkaar op tafel.

De gele lepel is klein.

De houten lepel is groot.

Ze zijn allebei nutteloos voor Daan.

Maar hij moet lachen.

Daan pakt zijn telefoon.

Hij belt Lisa.

Lisa zegt.

Hoi Daan.

Daan zegt.

Ik heb nog een lepel van de buurvrouw.

Lisa lacht. Ze zegt.

Wat?

Twee lepels?

Daan zegt.

Ja.

Een gele en een houten.

Lisa zegt.

Je kunt een lepelmuseum beginnen.

Daan zegt.

Daar heb je niks aan.

Lisa zegt.

Nee, maar het is wel grappig.

Daan zegt.

Ja.

Eigenlijk wel.

Hij kijkt naar de lepels.

Hij glimlacht.

Hij zegt.

Ik bewaar ze.

Voor de grap.

Lisa zegt.

Goed zo.

Daan zegt.

Tot snel.

Hij hangt op.

Daan zet de lepels in de kast.

Naast de andere lepels.

Hij denkt.

Soms krijg je dingen die je niet nodig hebt.

Maar dat is niet erg.

Het is een verhaal.

Een verhaal over.

Lepels.

Hij lacht nog een keer.

Dan gaat hij zitten.

Hij drinkt zijn koffie.

Zonder lepel.

Want hij roert niet.

Hij drinkt zwarte koffie.

En dat is prima.

Tot de volgende keer.

Open de interactieve speler op Dutch fluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.

Op Dutch fluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

Transcript en quiz · gratis

De quiz is gratis. Log in voor flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze